De gemeente en Pidpa sloten op 15 juni 2006 een overeenkomst ter uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting (transportovereenkomst). De gemeenteraad keurde op 11 mei 2009 een geactualiseerde versie van en op 14 december 2015 een addendum bij deze transportovereenkomst goed. Op 23 februari 2024 keurde de Vlaamse Regering het besluit goed over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting. Op 13 oktober 2025 keurde de gemeenteraad de nieuwe overeenkomst met Pidpa omtrent de gemeentelijke saneringsverplichting goed (transportovereenkomst).
Pidpa stelt op basis van de beslissing van de gemeente de tarieven van de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding vast.
De bijdragen in de kostprijs van de opgelegde saneringsverplichting op gemeentelijk vlak (en op bovengemeentelijk vlak) bestaat uit een vastrecht en een variabele prijs (art. 4.3.1.1.1.§2 van het Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verder Waterwetboek).
De vergoedingen in de kostprijs van de opgelegde saneringsverplichting op gemeentelijk vlak (en op bovengemeentelijk vlak) bestaat uit een vastrecht en een variabele prijs (art. 4.3.1.2.1.§1 Waterwetboek).
De tarieven van het vastrecht worden bepaald in artikel 4.3.1.1.3. Waterwetboek.
De gemeente moet dus enkel beslissen over het variabele gedeelte van de gemeentelijke saneringsbijdrage en meer bepaald over het basistarief en het vlak tarief.
De tarieven van de variabele prijs worden jaarlijks vastgelegd en zijn van toepassing van 1 januari tot en met 31 december van het jaar in kwestie (artikel 14/2 §4 AWVR).
Bij het vaststellen van het variabele gedeelte van de gemeentelijke saneringsbijdrage moet rekening gehouden worden met het tarief van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
De bovengemeentelijke saneringsbijdrage wordt vastgesteld door de Vlaamse overheid op basis van de evolutie van de financieringsbehoefte van de saneringsnoden.
Het tarief van de gemeentelijke saneringsbijdrage werd door de Vlaamse overheid aangepast van maximaal 1,4 keer de bovengemeentelijke saneringsbijdrage naar maximum 1,15 keer de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
Met het Programmadecreet bij de begroting 2025 van 20 december 2024 werd artikel 4.3.1.1.4.§2 Waterwetboek aangepast als volgt: "Het gemeentelijke tarief voor de berekening van de variabele prijs voor de collectieve sanering mag ten opzichte van het bovengemeentelijke tarief voor de berekening van de variabele prijs maximaal 1,15 keer hoger zijn."
De bijdrage voor de sanering op gemeentelijk vlak is bestemd voor de financiering van de gemeentelijke saneringsverplichting (art. 4.3.1.1.1.§2 Waterwetboek).
De vergoeding voor de sanering op gemeentelijk vlak is bestemd voor de financiering van de gemeentelijke saneringsverplichting (art. 4.3.1.2.1.§1 Waterwetboek).
De ontvangen bijdragen en vergoedingen worden aangewend voor werkzaamheden inzake het gemeentelijke rioolbeheer.
De factor voor het bepalen van het tarief van de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding werd door de gemeenteraad in zitting van 12 december 2022 vastgesteld op 1,000 keer de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
De bovengemeentelijke saneringsbijdrage wordt vastgesteld door de Vlaamse Overheid op basis van de evolutie van de financieringsbehoefte van de saneringsnoden.
Rekening houdend met het vooropgestelde investeringsprogramma en de toekomstig geplande uitgaven voor onderhoud met betrekking tot rioolbeheer, is het verantwoord om vanaf 1 januari 2026 de gemeentelijke saneringsbijdrage (GSB) en -vergoeding (GSV) vast te leggen op het decretaal maximum toegelaten tarief, zijnde 1,15 keer het tarief van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
Wat de individuele saneringsbijdrage en -vergoeding betreft wordt tevens een gelijke behandeling beoogd van enerzijds burgers waarvoor collectieve sanering (openbare riolering) voorhanden is of voorzien wordt en anderzijds burgers waarvoor individuele sanering (IBA) voorhanden is of voorzien wordt.
Het tarief van de bijdrage (BIS) en vergoeding (VIS) voor individuele sanering op gemeentelijk vlak werd reeds in het besluit van 14 december 2015 vastgesteld op de som van het bedrag van de gemeentelijke saneringsbijdrage verhoogd met het bedrag van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage en kan op die manier behouden blijven.
Sinds 2005 (invoering van de gemeentelijke saneringsplicht en de bijhorende transportovereenkomst) werd de gemeentelijke saneringsbijdrage vastgesteld op 0,44 euro per m³ (excl. BTW). Eind 2013 stelde het gemeentebestuur vast dat dit tarief ontoereikend is. Om de nodige investeringen te kunnen blijven doen voor de sanering van het lokaal afvalwater besliste het gemeentebestuur om vanaf 1 januari 2014 de gemeentelijke saneringsbijdrage te verhogen van 0,44 naar 0,66 euro per m³ (excl. BTW). Sinds 2016 wijzigde de tariefregulering van de integrale drinkwaterfactuur en daarmee ook de wijze van berekening en aanrekening van de gemeentelijke saneringsbijdrage. De gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding werd toen vastgesteld op 0,709 keer het tarief van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage, wat overeenstemt met de tot dan geldende 0,66 euro per m³ (gelijkblijvend beleid).
Op 12 december 2022 besliste de gemeenteraad om vanaf 1 januari 2023 de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding te verhogen naar 1,000 keer het tarief van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
Om deze inkomsten, die aangewend worden voor werkzaamheden inzake het gemeentelijk rioolbeheer, te verhogen is het aangewezen om vanaf 1 januari 2026 de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding vast te leggen op het decretaal maximum toegelaten tarief, zijnde 1,15 keer de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
Vanaf 1 januari 2026 wordt de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding vastgelegd op het decretaal maximum toegelaten tarief, zijnde 1,15 keer keer de bovengemeentelijke saneringsbijdrage van het jaar in kwestie.
Het tarief van de bijdrage en vergoeding voor individuele sanering op gemeentelijk vlak blijft vanaf 1 januari 2026 behouden op de som van het bedrag van de gemeentelijke saneringsbijdrage verhoogd met het bedrag van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit en zal een afschrift van dit besluit bezorgen aan Pidpa o.v., Desguinlei 246, 2018 Antwerpen.