Het reglement gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten van 18 november 2019 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
Terwijl de aanpak van de leegstand en verwaarlozing van gebouwen en woningen een gemeentelijke bevoegdheid is, voert het Vlaamse Gewest een beleid inzake de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. Het decreet van 19 april 1995 regelt de inventarisatie van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsgebouwen. De inventaris wordt beheerd door Vlaanderen op basis van de vaststellingen van de gemeente. De Vlaamse Codex Fiscaliteit regelt een Vlaamse belasting op de geïnventariseerde bedrijfsgebouwen. De gemeenten kunnen opcentiemen heffen op de Vlaamse basisheffing.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten voordele van de gemeente Arendonk 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsgebouwen.
De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Dit reglement wordt aan de Vlaamse Belastingdienst bezorgd.