Het reglement gemeentelijke heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen van 12 december 2022 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
Sinds 2017 is het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen en de uitvoering daarvan overgeheveld van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau. De decretale bepalingen in verband met de gewestelijke verkrottingsheffing op verwaarloosde gebouwen en woningen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit werden daarmee opgeheven. Op grond van de gemeentelijke fiscale autonomie kan de gemeente een heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen innen. De gemeente stelde een gemeentelijke heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen voor de eerste maal in op 11 september 2017 voor de aanslagjaren 2017 tot en met 2019. Op die wijze werd het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen gecontinueerd op het gemeentelijk niveau. Deze gemeentelijke heffing heeft zijn gewenst beleidseffect en werd verlengd voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
De gemeente beschikt sedert het gemeenteraadsbesluit van 11 september 2017 over een gemeentereglement inzake het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Dit reglement werd herzien door de gemeenteraad op 18 november 2019, 14 december 2020, 8 november 2021 en 12 december 2022.
De gemeente wenst verwaarlozing van gebouwen en woningen te voorkomen en te bestrijden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.
Om langdurige verwaarlozing te voorkomen en te bestrijden verhoogt de gemeentelijke heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen telkens per opeenvolgende termijn van 12 maanden dat het gebouw of de woning in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen staat, maar omwille van het redelijkheidsbeginsel blijft deze verhoging beperkt tot maximum 3,5 maal het basisbedrag en dit na een aanhoudende verwaarlozing van meer dan zes jaar.
De vrijstellingen in dit reglement sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Belastbaar feit
§1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting, zijnde de heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen, gevestigd op de gebouwen en woningen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
§2. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende 12 opeenvolgende maanden is opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§3. Zolang het gebouw of de woning niet uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is geschrapt, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd op de verjaardag van de opnamedatum.
§4. Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.
§5. Voor de toepassing van dit reglement worden de volgende begrippen gebruikt:
Belastingplichtige
§1. De belastingplichtige is de houder van het zakelijk recht betreffende het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen is geschrapt, is de houder van het zakelijk recht op de verjaardag van de opnamedatum, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.
§3. Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
§4. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan voorafgaand aan de overdracht in kennis stellen dat het gebouw of de woning is opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Tarief
De belasting bedraagt:
Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen is opgenomen, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen is opgenomen, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een vierde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen is opgenomen, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een vijfde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen is opgenomen, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een zesde of volgende opeenvolgende termijn van 12 maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen is opgenomen, bedraagt de belasting:
Voor elk gebouw dat of elke woning die opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen en op 31 december 2016 nog opgenomen was in de gewestelijke inventaris van verwaarloosde gebouwen en/of woningen, wordt de belasting vermeerderd met 600 euro per volledige termijn van 12 maanden dat de woning of het gebouw in de gewestelijke inventaris van verwaarloosde gebouwen en/of woningen was opgenomen.
Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Vrijstellingen
§1. De belasting is niet verschuldigd door:
§2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
§3. Het verkrijgen van een vrijstelling voor één of meerdere aanslagjaren, doet geen afbreuk aan het gegeven dat de berekening van de heffing op verwaarloosde gebouwen of woningen, in het bijzonder de tariefverhoging, zoals bepaald in artikel 3, doorloopt.
Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk bezwaar indienen tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of via e-mail aan belastingen@arendonk.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.
Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.
Bij betwisting is het de belastingschuldige die moet bewijzen dat het bezwaar tijdig werd ingediend.
Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift stuurt de gemeente een schriftelijke ontvangstmelding.
Inwerkingtreding
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het reglement gemeentelijke heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 12 december 2022 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Bekendmaking
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.