Het gemeentelijk belastingreglement op niet bebouwde gronden in gebieden bestemd voor industrie van 12 december 2022 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een gemeentebelasting op niet bebouwde gronden in gebieden voor industrie heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
De gemeente acht het wenselijk om het vrijkomen van gronden voor industrie op het grondgebied van de gemeente te bevorderen. Een belasting op niet bebouwde gronden in gebieden bestemd voor industrie laat de gemeente toe om de eigenaars van die gronden daartoe aan te sporen.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 heft de gemeente Arendonk een gemeentebelasting op de niet bebouwde gronden gelegen in gebieden bestemd voor industrie volgens het plannenregister en palend aan een openbare weg die voldoende is uitgerust, zoals bepaald in artikel 4.3.5., §1 VCRO.
Als niet bebouwde grond wordt beschouwd elke grond waarop de oprichting van een voor handel, ambacht of industrie bestemd gebouw niet is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar waarop de belasting slaat.
De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de belastingplicht. De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar. Wijzigingen in de loop van het aanslagjaar geven geen aanleiding tot belastingvermindering of teruggave.
Belastingplichtige
§1. De belastingplichtige is de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de grond. Indien er een vruchtgebruik, erfpacht of een recht van opstal bestaat, is de vruchtgebruiker, de erfpachter of opstalhouder de belastingplichtige.
§2. Als er meerdere belastingplichtigen zijn, wordt de belasting uitgesplitst volgens het aandeel van elke belastingplichtige in de eigendom. Elke (mede-)eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belasting.
§3. De overdrager van enig zakelijk recht moet per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Tarief
De belasting bedraagt 25 euro per strekkende meter lengte van de grond palende aan de openbare weg. De minimale aanslag bedraagt 250 euro per grond.
Indien een niet bebouwde grond paalt aan twee of meer straten, zal de grootste perceellengte langs één van die straten als grondslag voor de belastingberekening in aanmerking genomen worden. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de grootste van de rechte perceellengte in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Vrijstellingen
§1. De belasting is niet verschuldigd door:
§2. De belasting wordt niet geheven op:
§3. Indien sommige mede-eigenaars krachtens de bovenstaande bepalingen zijn vrijgesteld, wordt de belasting enkel gevorderd van de niet-vrijgestelde mede-eigenaars, in verhouding tot hun aandeel in het belaste eigendom.
Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk bezwaar indienen tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of via e-mail aan belastingen@arendonk.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.
Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.
Bij betwisting is het de belastingschuldige die moet bewijzen dat het bezwaar tijdig werd ingediend.
Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift stuurt de gemeente een schriftelijke ontvangstmelding.
Inwerkingtreding
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het belastingreglement op niet bebouwde gronden in gebieden bestemd voor industrie, goedgekeurd door de gemeenteraad op 12 december 2022 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Bekendmaking
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.