Het gemeentelijk belastingreglement op bedrijven van 18 november 2019 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een gemeentebelasting op bedrijven heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
De gemeente streeft, in het kader van deze fiscale doelstelling, met dit reglement een belasting na met de volgende kenmerken:
Het belastbaar feit bestaat uit elke vestiging die op het grondgebied van de gemeente Arendonk is gelegen en die door het bedrijf wordt gebruikt of tot gebruik wordt voorbehouden.
De belasting is gebaseerd op een eenvoudig meetbare belastbare grondslag, namelijk de oppervlakte die bedrijven (natuurlijke personen met een zelfstandige beroepswerkzaamheid en rechtspersonen met winstoogmerk) gebruiken of tot gebruik voorbehouden.
Het oppervlaktecriterium wordt als redelijk en objectief beschouwd teneinde de algemene gemeentebelasting op bedrijfsvestigingen te berekenen en de belasting overeenkomstig het beginsel van verdelende rechtvaardigheid te heffen.
Deze belasting beoogt een diversiteit aan belastingplichtigen waarvan de verscheidenheid redelijkerwijze dient te worden opgevangen in vereenvoudigde categorieën. De normen van een belasting kunnen niet worden aangepast naargelang de eigenheid van elk individueel geval. Er kan niet voor elk soort bedrijf met de eigen en meest uiteenlopende kenmerken worden voorzien in een specifieke belastingregeling.
Het heffen van minimumbelastingen is gerechtvaardigd doordat mag aangenomen worden dat de voorziene minimumbedragen van die aard zijn dat ze binnen ieders draagkracht liggen.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Op deze manier wordt aldus op een evenwichtige manier bijgedragen tot de financiering van het gemeentelijk beleid.
Verschillen inzake financiële draagkracht en/of economische rentabiliteit maken redelijk verantwoorde differentiatiecriteria uit voor de toepassing van het belastingreglement en het verschil in tarifering.
Categorieën van bedrijven die door hun aard de grond (bodem) als natuurlijk productiemiddel of voor specifieke openlucht recreatieve beroeps- of bedrijfsdoeleinden aanwenden en die in vergelijking met andere categorieën een lager rendement genereren per m² oppervlakte, hebben een uitzonderlijke nood aan grotere oppervlakten om een economisch leefbare (rendabele) exploitatie te kunnen realiseren. Een aangepaste tariefstructuur komt dan ook tegemoet aan de doelstelling van een evenwichtige spreiding van de belastingdruk.
Voor deze belasting moet elke belastingplichtige aangifte doen. Als er geen, geen tijdige of een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte werd gedaan, kan de gemeente de belasting ambtshalve vestigen op basis van de gegevens waarover de administratie beschikt. Omdat deze procedure van ambtshalve vestiging heel wat extra werklast inhoudt voor de gemeente, wordt in die gevallen een belastingverhoging van 50% toegepast.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 heft de gemeente Arendonk een gemeentebelasting op bedrijfsvestigingen.
De belasting wordt gevorderd van:
§1. elke natuurlijke persoon die in hoofd- of bijberoep een zelfstandige beroepswerkzaamheid uitoefent of die een of meerdere daden heeft gesteld die de uitoefening van een zelfstandige beroepswerkzaamheid toelaten, kunnen toelaten of doen vermoeden en die op 1 januari van het aanslagjaar, op het grondgebied van de gemeente Arendonk, een of meerdere vestigingen heeft, gebruikt voor de uitoefening van de zelfstandige beroepswerkzaamheid of voorbehouden tot het gebruik voor de (mogelijke) uitoefening van de (een) zelfstandige beroepswerkzaamheid.
Natuurlijke personen die in de Kruispuntbank van Ondernemingen staan ingeschreven met de hoedanigheid 'onderworpen aan btw' en/of de hoedanigheid 'inschrijvingsplichtige onderneming' worden meegerekend tot de zelfstandigen bedoeld in artikel 1, §1, eerste lid van dit reglement.
§2. elke rechtspersoon naar Belgisch of buitenlands recht onderworpen aan de vennootschapsbelasting, inclusief de rechtspersoon die in vereffening is gesteld, en die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente Arendonk een of meerdere vestigingen heeft, door voornoemde rechtspersoon gebruikt of tot zijn gebruik voorbehouden.
De rechtspersonen vermeld in de artikelen 180 tot en met 182 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn niet belastingplichtig in de zin van artikel 1, §2, eerste lid van dit reglement.
§3. elke rechtspersoon naar Belgisch of buitenlands recht die een winstoogmerk heeft, maar niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, inclusief de rechtspersoon die in vereffening is gesteld, en die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente Arendonk een of meerdere vestigingen heeft, door voornoemde rechtspersoon gebruikt of tot zijn gebruik voorbehouden.
De rechtspersonen vermeld in de artikelen 180 tot en met 182 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn niet belastingplichtig in de zin van artikel 1, §3, eerste lid van dit reglement.
Elke belastingplichtige is de belasting verschuldigd per afzonderlijke vestiging hoe ook genoemd, die door hem/haar wordt gebruikt of tot gebruik wordt voorbehouden en op het grondgebied van de gemeente Arendonk is gelegen.
Elke belastingplichtige, vermeld in artikel 1, wordt geacht over een belastbare vestiging te beschikken, waarvoor minstens de minimumbelasting verschuldigd is.
Een belastbare vestiging is elke oppervlakte die voor beroeps- of bedrijfsdoeleinden is bestemd of in het kader van beroeps- of bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, tot gebruik is voorbehouden of bijdraagt tot de realisatie/uitvoering van de beroeps- of bedrijfsdoeleinden.
Onder een oppervlakte wordt het volgende verstaan: elk (gedeelte van een) onroerend goed, elke lokaliteit of ruimte onder gelijk welke vorm en die individueel of collectief wordt gebruikt of kan gebruikt worden, met inbegrip van de plaats of het adres waarop een maatschappelijke of administratieve zetel gevestigd is.
Onder 'gebruik' moet elke vorm van gebruik worden verstaan, met inbegrip van onder meer het gebruik als (toegangs)weg, parking, plantsoen, grasstrook, groenzone, vijver, sportterrein, laad-, los- of stortplaats, opslag- of overslagruimte, bufferzone, weiland, conciërgewoning.
Om belastbaar te zijn, volstaat het dat een oppervlakte eventueel (nog) kan gebruikt worden, ook al wordt deze oppervlakte op 1 januari van het aanslagjaar niet effectief gebruikt (bv. braakliggende of woeste gronden, improductieve oppervlakte, oppervlakte zonder economisch rendabel nut of gebruik).
Aan elkaar grenzende oppervlakten worden als één vestiging beschouwd, op voorwaarde dat deze oppervlakten niet van elkaar gescheiden zijn door een openbare weg of een openbare waterloop. Twee of meer oppervlakten met elkaar verbonden door het bestaan van een wettelijk toegekende wegvergunning, worden beschouwd als één enkele vestiging.
Met wegvergunning wordt bedoeld: een vaste en duurzame constructie onder, op of boven de openbare weg en/of openbare waterloop (bv. tunnel, overbrugging).
Een belastingplichtige van wie de beroeps- of bedrijfsdoeleinden uitsluitend een ambulant karakter hebben, heeft een belastbare vestiging op het adres van zijn/haar in de gemeente Arendonk gelegen maatschappelijke zetel of verblijfplaats (waar in het kader van de beroeps- of bedrijfsdoeleinden de opslag van goederen of materiaal, de voorbereiding, de planning, de organisatie, de administratieve ondersteuning of het beheer in de ruimste zin gebeuren of kunnen gebeuren).
Vestigingseenheden waarvoor een bedrijf een inschrijving heeft in de Kruispuntbank van Ondernemingen, worden meegerekend tot de vestigingen bedoeld in artikel 2.
De belasting wordt vastgesteld rekening houdend met de totale belastbare gebouwde en/of ongebouwde oppervlakte van het goed waarop de vestiging zich bevindt.
Voor de vaststelling van de belastbare gebouwde oppervlakte van het goed waarop de vestiging zich bevindt, wordt in voorkomend geval de oppervlakte gemeten van elk ondergrondse en bovengrondse bouwlaag met inbegrip van de buitenmuren, evenals van het gebruikte dak, doch met uitsluiting van het gedeelte dat uitsluitend als woongelegenheid van de belastingplichtige – natuurlijke persoon – wordt gebruikt.
De dakoppervlakte is niet belastbaar onder de volgende voorwaarden die gelijktijdig dienen vervuld te zijn: (1) de dakoppervlakte doet in eerste instantie dienst als overdekking of bovenafsluiting van de onder het dak liggende oppervlakten en wordt gebruikt louter in functie van of is tot gebruik voorbehouden van de onder het dak liggende oppervlakte, (2) het dak is niet vrij bereikbaar voor externen en bezoekers van de belastingplichtige én (3) de belastingplichtige heeft op dezelfde vestiging een oppervlakte ter beschikking voor minstens de dakoppervlakte.
De oppervlakte die gemeenschappelijk door meerdere belastingplichtigen gebruikt wordt of ter beschikking is, wordt in hoofde van iedere belastingplichtige belast pro rata van de door hem/haar exclusief gebruikte of ter beschikking zijnde gebouwde en ongebouwde oppervlakten.
Indien de gemeenschappelijke oppervlakte eveneens gebruikt wordt door, of ter beschikking is van niet-belastingplichtigen, dan wordt bij de vaststelling van de belastbare oppervlakte het gedeelte van de gemeenschappelijke oppervlakte dat pro rata kan worden toegewezen aan niet-belastingplichtigen in mindering gebracht.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt als volgt bepaald:
De fractie van 1 m² wordt als 1 m² beschouwd.
Vestigingen met een oppervlakte van meer dan 200 000 m² (20 ha) worden belast op basis van
16 000 euro voor de eerste 200 000 m² (20 ha), verhoogd met 5 euro per 100 m² (1 are) of gedeelte van 100 m² (1 are) voor de schijf van de oppervlakte boven de 200 000 m² (20 ha).
De bedragen vermeld in dit artikel worden geïndexeerd zoals bepaald in artikel 4 van dit reglement.
In afwijking van het bepaalde in artikel 5 gelden voor de agrarische bedrijven volgende heffingen:
basisbedrag: 85 euro, vermeerderd met:
De bedragen vermeld in dit artikel worden geïndexeerd zoals bepaald in artikel 4 van dit reglement.
Voor de toepassing van artikel 6 wordt het volgende verstaan onder:
Voor de begrippen van artikel 7 gelden volgende bepalingen:
Voor de hierboven vermelde begrippen gelden volgende bepalingen:
In afwijking van het bepaalde in artikel 5 gelden voor de openluchtrecreatieve bedrijven volgende heffingen:
Vestigingen met een oppervlakte van meer dan 200 000 m² (20 ha) worden belast op basis van 1 500 euro voor de eerste 200 000 m² (20 ha), verhoogd met 25 euro per 10 000 m² (1 ha) of gedeelte van 10 000 m² (1 ha) voor de schijf van de oppervlakte boven de 200 000 m² (20 ha).
De bedragen vermeld in dit artikel worden geïndexeerd zoals bepaald in artikel 4 van dit reglement.
Voor de toepassing van artikel 9 wordt het volgende verstaan onder:
Voor de begrippen van artikel 10 gelden volgende bepalingen:
Belastingplichtigen die door de aard en voor de uitvoering van hun bedrijvigheid ook oppervlakte gebruiken voor landbouw en/of tuinbouw en/of openluchtrecreatie zoals bedoeld in artikelen 7, 8, 10 en 11 worden - naast de reglementaire taxatie voor de andere belastbare oppervlakten - voor bedoelde oppervlakten belast tegen het tarief voor agrarische bedrijven en/of openluchtrecreatieve bedrijven.
De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de belastingplicht en de belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het gehele jaar. Het feit dat in de loop van het aanslagjaar een natuurlijke persoon zijn/haar hoedanigheid van zelfstandige beëindigt, een vennootschap ophoudt te bestaan, de belastbare oppervlakte vermindert en/of een belastbare vestiging wordt gesloten of verlaten, geeft geen aanleiding tot enige belastingvermindering of teruggave.
Indien bewezen wordt dat een natuurlijke persoon zijn/haar mogelijkheid tot uitoefening van een zelfstandige beroepswerkzaamheid uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar volledig en definitief beëindigde of indien bewezen wordt dat een vennootschap uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar volledig en definitief ophield te bestaan, gaat de hoedanigheid van belastingplichtige verloren. Bij een tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden of bij een inactiviteit of zolang de vereffening van een vennootschap niet is afgesloten, blijft de hoedanigheid van belastingplichtige verder bestaan.
§1. Elke belastingplichtige, vermeld in artikel 1, moet jaarlijks ten laatste op 30 juni van ieder aanslagjaar per afzonderlijke vestiging aangifte doen.
De aangifte moet de volgende gegevens vermelden:
De aangifte moet ingediend worden op één van volgende manieren:
§2. De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier, dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar.
§3. Op basis van eerder gekende gegevens, kan het gemeentebestuur aan de belastingplichtige een voorstel van aangifte bezorgen.
Als de gegevens op het voorstel van aangifte niet correct zijn, moet de belastingplichtige dat gecorrigeerd en ondertekend terugbezorgen aan de gemeente ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde voorstel van aangifte geldt in dat geval als aangifte.
Als alle gegevens op het voorstel van aangifte correct zijn, moet de belastingplichtige dat niet terugbezorgen. In dat geval is automatisch aan de aangifteplicht voldaan en wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het door de gemeente verstuurde voorstel van aangifte.
§4. Voor elke vestiging waarvoor een belastingplichtige geen aangifteformulier of geen voorstel van aangifte heeft ontvangen, moet de belastingplichtige zelf aangifte doen zoals bepaald in artikel 14 §1. Hij kan daartoe een blanco aangifteformulier aanvragen via belastingen@arendonk.be. Een blanco aangifteformulier is ook terug te vinden op de website van de gemeente.
§5. Bij betwisting is het de belastingplichtige die moet bewijzen dat de aangifte tijdig en correct werd ingediend.
§1. De gemeente kan de belasting ambtshalve vestigen op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt:
§2. Voor overgegaan wordt tot de ambtshalve vestiging van de belastingaanslag, brengt de gemeente de belastingplichtige per aangetekend schrijven op de hoogte van de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
§3. De ambtshalve gevestigde belasting wordt verhoogd met 50%. Deze verhoging wordt per vestiging toegepast. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk bezwaar indienen tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of via e-mail aan belastingen@arendonk.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.
Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.
Bij betwisting is het de belastingschuldige die moet bewijzen dat het bezwaar tijdig werd ingediend.
Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift stuurt de gemeente een schriftelijke ontvangstmelding. Indien de ontvangstmelding niet is ontvangen na deze termijn, is het aan de indiener van het bezwaar om te informeren of het bezwaar al dan niet is ontvangen door de gemeente.
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het gemeentelijk belastingreglement op bedrijven, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.