Het gemeentelijk retributiereglement op administratieve stukken en prestaties dienst burgerzaken van 18 november 2019 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op administratieve stukken en prestaties van de dienst burgerzaken.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
Dienst burgerzaken levert een aantal administratieve stukken en prestaties. Het is billijk dat de kosten verbonden aan deze dienstverlening worden doorgerekend aan de gebruikers.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Identiteitskaarten, vreemdelingenkaarten en andere verblijfsdocumenten voor vreemde onderdanen worden aangevraagd bij de gemeente, maar niet door de gemeente zelf aangemaakt. De kaarten worden gemaakt door de FOD Binnenlandse Zaken en aan de gemeente geleverd. De aanmaakkosten worden door de FOD gefactureerd aan de gemeente. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De gemeente rekent deze kost door aan de burger. De gemeente kan daar bovenop nog een kleine retributie vragen voor de afgifte van de kaarten. Spoedprocedures vergen meer administratief werk van het gemeentebestuur dan gewone procedures.
Als de gemeente een retributie vraagt voor de afgifte van identiteits- en verblijfsdocumenten, vereist het gelijkheidsbeginsel dat vreemdelingen en Belgische onderdanen hetzelfde bedrag betalen.
De maximumkostprijs die de gemeente kan vorderen voor het afgeven van een identiteitsbewijs voor kinderen onder de 12 jaar bedraagt 2 euro.
De gemeente is gemachtigd om paspoorten af te leveren. De consulaire heffing, de aanmaakprijs en de leveringsprijs worden bepaald door de FOD Buitenlandse Zaken. De gemeente rekent deze kost door aan de burger. De gemeente kan daar bovenop nog een kleine retributie vragen voor de afgifte van het document. Spoedprocedures vergen meer administratief werk van het gemeentebestuur dan gewone procedures.
Artikel 61 en artikel 64 secies van het KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepalen de retributies die verschuldigd zijn voor de afgifte van de verschillende soorten rijbewijzen. De gemeente int die retributie voor rekening van de federale overheid. De gemeente kan daar bovenop nog een kleine retributie vragen voor de afgifte van het rijbewijs.
Naast de afgifte van administratieve stukken levert de dienst burgerzaken ook allerlei administratieve prestaties. In functie van de werklast en de kost voor de gemeente, wordt voor bepaalde administratieve prestaties een vergoeding (retributie) aangerekend, meer bepaald voor huwelijken, wettelijke samenwoonst, nationaliteitsdossiers, vreemdelingendossiers, voornaamswijzigingen, aanvraag van nieuwe pin- en pukcodes na verlies en aanvraag van een digitale sleutel.
Wie geen elektronische identiteitskaart of kaartlezer heeft, kan een token aanvragen om toegang te krijgen tot online diensten van de overheid. Dit kan in het registratiekantoor in Brussel of bij een gemeente met een lokaal registratiekantoor. Gemeente Arendonk handelt op vrijwillige basis als registratiekantoor, maar rekent een retributie aan voor deze dienstverlening. De inwoners van Arendonk dragen al bij in de gemeentelijke inkomsten via de aanvullende belasting op de personenbelasting. Niet-inwoners leveren hier geen bijdrage. Een tariefonderscheid is om die redenen dan ook gerechtvaardigd en aangewezen.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op administratieve stukken en prestaties van de dienst burgerzaken.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de administratieve stukken of prestaties.
De retributie bedraagt:
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
De retributie is niet verschuldigd voor de administratieve stukken die krachtens een Wet, een Koninklijk Besluit of een andere overheidsbeslissing kosteloos dienen te worden gegeven.
De retributie moet bij aanvraag zonder uitstel betaald worden. Een betalingsbewijs wordt afgeleverd als degene die betaalt daar op dat moment naar vraagt.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op administratieve stukken en prestaties dienst burgerzaken, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.