De RPR 'Hoofdstuk 2 De Jaarlijkse vakantie artikel 258 §4' wordt gewijzigd omwille van verduidelijking over het recht op jaarlijkse vakantie in geval van ziekte.
Artikel 52 BVR RPR 2023 verwijst naar ‘Opname en overdracht van verlof’. Deze aanpassing wordt nu bijkomend opgenomen in de RPR van lokaal bestuur Arendonk.
RPR: Artikel 52 BVR RPR 2023: 'Opname en overdracht van verlof’
De gemeenteraad keurt de wijziging in de RPR 'Hoofdstuk 2: de jaarlijkse vakantie artikel 258 §4' goed. De wijziging treedt onmiddellijk in.
Deze beslissing zal voor verder gevolg overgemaakt worden aan de Administratie Binnenlandse Aangelegenheden van de Vlaamse Gemeenschap te Antwerpen.
Het fietsbeleid werd opgemaakt met vermelding van de fietsleasemaatschappij bij naam, omwille van de wet op overheidsopdrachten kan er elke 3 jaar een andere fietsleasemaatschappij aangesteld worden. Alle verwijzingen naar een specifieke leasemaatschappij werden aangepast.
Ondertussen heeft ook het onderwijzend personeel het recht om een fiets te leasen. Dit beleid moet ook onderdeel uitmaken van de gemeentelijke RPR.
Het fietsbeleid voor het personeel van lokaal bestuur Arendonk wordt aangepast naar de nieuwe mogelijkheden rond instapdatum en het nieuwe fietsbeleid van onderwijzend personeel wordt goedgekeurd.
De gemeenteraad keurt het aangepaste fietsbeleid voor het personeel van lokaal bestuur Arendonk en het nieuwe fietsbeleid van onderwijzend personeel goed.
Deze beslissing zal voor verder gevolg overgemaakt worden aan de Administratie Binnenlandse Aangelegenheden van de Vlaamse Gemeenschap te Antwerpen.
Het welzijn van elke medewerker is een prioriteit voor lokaal bestuur Arendonk. In dat kader willen we ook het thema grensoverschrijdend gedrag expliciet onder de aandacht brengen.
Door middel van gerichte sensibiliseringscampagnes willen we onze personeelsleden bewust maken van wat grensoverschrijdend gedrag inhoudt en hoe we hier samen mee kunnen omgaan. Om dit op een doeltreffende en gedragen manier aan te pakken, is een helder en goed onderbouwd beleid essentieel.
Het arbeidsreglement wordt gewijzigd in 'Hoofdstuk 10 Veiligheid op het werk afdeling III Beleid tegen grensoverschrijdend gedrag'.
De gemeenteraad keurt de wijziging van het arbeidsreglement in 'Hoofdstuk 10 Veiligheid op het werk afdeling III Beleid tegen grensoverschrijdend gedrag' goed.
Deze beslissing zal voor verder gevolg overgemaakt worden aan de Administratie Binnenlandse Aangelegenheden van de Vlaamse Gemeenschap te Antwerpen.
Op vraag van het diensthoofd grondgebiedszaken wordt de naam van de dienst gewijzigd.
Op vraag van het diensthoofd grondgebiedszaken wordt de naam van de dienst gewijzigd. Dit om de dienst meer toegankelijk te maken voor de burgers. Er worden regelmatig schrijffouten gemaakt bij het digitaal contacteren van de dienst, waardoor deze contacten niet toekomen.
Door de naam 'grondgebiedszaken' te wijzigen in 'dienst omgeving' zal dit grotendeels opgelost worden.
Een protocol van akkoord van het onderhandelingscomité is toegevoegd.
De gemeenteraad keurt de naamswijziging van de dienst grondgebiedszaken naar de dienst omgeving goed.
Alle administratieve gevolgen worden in orde gemaakt (organorgram, mailadressen, correspondentie ...)
De gemeente Arendonk is aangesloten bij Creat Services dv.
Het gemeentebestuur werd per aangetekend schrijven opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering van Creat Services van 13 oktober 2025. De agenda werd meegedeeld in de oproepingsbrief.
De gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan alle punten op de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering Creat Services dv van 16 december 2025 en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten:
De gemeenteraad draagt de aangeduide vertegenwoordiger (Sofie Smets)/plaatsvervangend vertegenwoordiger (Jef Nijs) op om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de Buitengewone Algemene Vergadering van Creat Services dv vastgesteld op 16 december 2025, te onderschrijven en hun stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde Buitengewone Algemene Vergadering.
Een afschrift van dit besluit zal verzonden worden:
De agenda van de buitengewone algemene vergadering van IOK van 16 december 2025 bevat volgende agendapunten:
De raad neemt kennis van de uitnodiging met toelichtende nota (als bijlage) ter voorbereiding van de algemene vergadering IOK van 16 december 2025.
De raad neemt kennis van het activiteitenplan 2026. Aan de raden van deelnemers wordt voorgesteld om mandaat te verlenen aan de volmachtdrager om het activiteitenplan 2026 goed te keuren.
De raad neemt kennis van de begroting 2026 en sluit zich hierbij aan. Aan de raden van de deelnemers wordt gevraagd om mandaat te verlenen aan de volmachtdrager om het activiteitenplan 2026 goed te keuren.
De raad neemt kennis van de lijsten van de samenstelling van de statutair voorziene adviescomités: het adviescomités milieu, het adviescomité ruimtelijke ordening en het adviescomité intercommunaal centrum voor geweldbeheersing.
Aan de raden van de deelnemers wordt voorgesteld om mandaat te verlenen aan de volmachtdrager om de samenstelling van de statutaire adviescomités milieu, ruimtelijke ordening en intercommunaal centrum voor geweldbeheersing goed te keuren.
De raad neemt kennis van volgende voorstel van toetreding van welzijnsverenigingen tot IOK op basis van artikel 396 van het Decreet Lokaal Bestuur en artikel 6 van de IOK-statuten en de toetredingsmodaliteiten bij dit voorstel zoals opgenomen in de toelichtende nota als bijlage:
Op 27 oktober 2025 werden van volgende welzijnsverenigingen vragen tot aandeelhouderschap aan IOK ontvangen:
Aan de raden van de deelnemers wordt voorgesteld om mandaat te geven aan de volmachdrager om volgende welzijnsverenigingen te aanvaarden als deelnemer van IOK onder de voorgestelde modaliteiten:
Aan de raden van deelnemers wordt voorgesteld om mandaat te geven aan de volmachtdrager om goedkeuring te verlenen aan de aanpassing van het aandelenregister met toevoeging van deze welzijnsverenigingen (per welzijnsvereniging 10 C-aandelen met een nominale waarde van 25 euro per aandeel).
De gemeenteraad verleent mandaat aan de volmachtdrager (Sofie Smets) en haar afgevaardigde (Dorien Faes) om op de algemene vergadering van 16 december 2025 het activiteitenplan 2026 goed te keuren.
De gemeenteraad verleent mandaat aan de volmachtdrager (Sofie Smets) en haar afgevaardigde (Dorien Faes) om op de algemene vergadering van 16 december 2025 de begroting 2026 goed te keuren.
De gemeenteraad verleent mandaat aan de volmachtdrager (Sofie Smets) en haar afgevaardigde (Dorien Faes) om op de algemene vergadering van 16 december 2025 de samenstelling van de statutaire adviescomités goed te keuren:
De gemeenteraad verleent mandaat aan de volmachtdrager (Sofie Smets) en haar afgevaardigde (Dorien Faes) om op de algemene vergadering van 16 december 2025 de toetreding van de volgende welzijnsverenigingen tot IOK goed te keuren onder de voorgestelde modaliteiten en aanpassing van het aandelenregister goed te keuren met toevoeging van deze welzijnsverenigingen (per welzijnsvereniging 10 C-aandelen met een nominale waarde van 25 euro per aandeel):
De agenda van de buitengewone algemene vergadering van IOK van 16 december 2025 bevat volgende agendapunten:
De raad neemt kennis van de uitnodiging met toelichtende nota (als bijlage) ter voorbereiding van de algemene vergadering IOK Afvalbeheer van 16 december 2025.
De raad neemt kennis van het activiteitenplan 2026. Aan de raden van deelnemers wordt voorgesteld om mandaat te verlenen aan de volmachtdrager om het activiteitenplan 2026 goed te keuren.
De raad neemt kennis van de begroting 2026 en sluit zich hierbij aan. Aan de raden van de deelnemers wordt gevraagd om mandaat te verlenen aan de volmachtdrager om het activiteitenplan 2026 goed te keuren.
De raad neemt kennis van de lijst van de samenstelling van het statutair voorziene adviescomité milieu.
Aan de raden van de deelnemers wordt voorgesteld om mandaat te verlenen aan de volmachtdrager om de samenstelling van het statutaire adviescomité milieu goed te keuren.
De raad neemt kennis van volgende voorstel van toetreding van IVAREM tot IOK Afvalbeheer op basis van artikel 396 van het Decreet Lokaal Bestuur en artikel 6 van de IOK Afvalbeheer-statuten en de toetredingsmodaliteiten bij dit voorstel zoals opgenomen in de toelichtende nota als bijlage.
Overeenkomstig artikel 4.1, 2 van haar statuten is IVAREM, als opdrachthoudende vereniging in de zin van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, door haar gemeentelijke deelnemers belast met de inzameling, het transport, de voorbehandeling en de verwerking van selectieve afvalfracties, zoals gft-afval. De gemeentelijke deelnemers hebben hiervoor beheersoverdracht verleend.
IVAREM beschikt niet over een verwerkingsinstallatie voor gft-afval die voldoet aan de normen zoals gesteld in het Lokaal Materialenplan 2023-2030, namelijk een verwerking van gft-afval met voorvergisting en nacompostering.
Aangezien IVAREM op jaarbasis slechts ongeveer 10.000 ton gft-afval inzamelt, is de bouw en exploitatie van een eigen verwerkingsinstallatie voor het gft-afval binnen het werkingsgebied van IVAREM bedrijfseconomisch niet te verantwoorden, temeer gezien de beschikbare restcapaciteit bij naburige intercommunale verwerkers van gft-afval, met een partiële toekenning omdat beide intercommunales niet beschikken over de volledige restcapaciteit van 10.000 gft-afval.
Om te voldoen aan het Vlaams Afvalstoffenbeleid dringt een externe verwerking van deze afvalsoort zich dan ook op.
IVAREM wenst hiervoor beroep te doen op een publiek-publieke samenwerking met naburige afvalintercommunales.
Op de algemene vergadering van 21 februari 2025 van IVAREM werd het verzoek om toe treden tot IOK Afvalbeheer goedgekeurd met als doel de beheersoverdracht van de verwerking van gft-afval.
Ondertussen werden ook de statuten van IVAREM gewijzigd en werd de substitutiemogelijkheid verankerd in artikel 4 van de statuten.
“4.4. De vereniging kan, middels een besluit van de algemene vergadering, aan een andere opdrachthoudende vereniging de rechten waarover zij statutair beschikt overdragen, evenwel voor een termijn die deze bepaald in artikel 6 van deze statuten niet kan overschrijden.”
De in dit artikel bedoelde mogelijkheid tot overdracht aan of substitutie ten behoeve van een andere opdrachthoudende vereniging is bovendien onderworpen aan de volgende voorwaarden:
Voormelde substitutie in het kader van de verleende beheersoverdracht kadert niet binnen een louter contractuele dienstverlening, maar binnen een duurzame samenwerking van naburige afvalintercommunales, waarbij beheersoverdracht wordt gedaan zodat gezamenlijke verwerkingscapaciteit optimaal wordt benut teneinde invulling te geven aan de beheersoverdracht door de gemeentelijke deelnemers.
De samenwerking wordt met dit doel verder verankerd via een toetreding (via 10 B-aandelen met een nominale waarde van 25 euro per aandeel) van IVAREM tot IOK Afvalbeheer.
Aan de algemene vergadering wordt een bilaterale samenwerkingsovereenkomst met IVAREM voorgelegd met volgend voorwerp vermeld in artikel 1:
“IVAREM beschikt niet over een verwerkingsinstallatie voor gft-afval die voldoet aan de normen zoals gesteld in het Lokaal Materialenplan 2023-2030 namelijk een verwerking van gft-afval met voorvergisting en nacompostering. Om te voldoen aan het Vlaams Afvalstoffenbeleid dringt een externe verwerking van deze afvalsoort zich op.
Hiertoe sloot IVAREM een driepartijenovereenkomst met EcoWerf en IOK Afvalbeheer, waarbij een publiek-publieke samenwerking met beide naburige afvalintercommunale wordt aangegaan, dit overeenkomstig de substitutiemogelijkheid voorzien in artikel 4.4 van haar statuten.
Onderhavige overeenkomst heeft, in de relatie tussen IVAREM en IOK Afvalbeheer, de nadere modaliteiten van aanvoer en verwerking van het gft-afval, alsmede de werkingsbijdrage en betalingsvoorwaarden tot voorwerp.”
Aan de algemene vergadering wordt een driepartijenovereenkomst (IVAREM/EcoWerf/IOK Afvalbeheer) voorgelegd met volgend voorwerp in artikel 1:
“IVAREM beschikt niet over een verwerkingsinstallatie voor gft-afval die voldoet aan de normen zoals gesteld in het Lokaal Materialenplan 2023-2030, namelijk een verwerking van gft-afval met voorvergisting en nacompostering. Om te voldoen aan het Vlaams Afvalstoffenbeleid dringt een externe verwerking van deze afvalsoort zich op. IVAREM wenst hiervoor beroep te doen op een publiek-publieke samenwerking met naburige afvalintercommunales, dit overeenkomstig de substitutiemogelijkheid voorzien in artikel 4.4 van haar statuten.”
Met de goedkeuring van deze overeenkomsten geven de opdrachthoudende verenigingen invulling aan de statutaire substitutie/beheersoverdracht (voor IOK Afvalbeheer gaat het om de verwerking van 5.000 ton gft-afval).
Aan de raden van de deelnemers wordt voorgesteld om mandaat te geven aan de volmachtdrager om beide samenwerkingsovereenkomsten goed te keuren.
Aan de raden van deelnemers wordt voorgesteld om mandaat te geven aan de volmachtdrager om goedkeuring te verlenen aan de toetreding van IVAREM en aan de aanpassing van het aandelenregister met toevoeging van IVAREM (10 B-aandelen met een nominale waarde van 25 euro per aandeel).
De gemeenteraad verleent mandaat aan de volmachtdrager (Sofie Smets) en haar afgevaardigde (Dorien Faes) om op de algemene vergadering van 16 december 2025 het activiteitenplan 2026 goed te keuren.
De gemeenteraad verleent mandaat aan de volmachtdrager (Sofie Smets) en haar afgevaardigde (Dorien Faes) om op de algemene vergadering van 16 december 2025 de begroting 2026 goed te keuren.
De gemeenteraad van verleent mandaat aan de volmachtdrager (Sofie Smets) en haar afgevaardigde (Dorien Faes) om op de algemene vergadering van 16 december 2025 de samenstelling van het statutaire adviescomité van milieu goed te keuren.
De gemeenteraad verleent mandaat aan de volmachtdrager (Sofie Smets) en haar afgevaardigde (Dorien Faes) om op de algemene vergadering van 16 december 2025 de beide samenwerkingsovereenkomsten (bilatere samenwerkingsovereenkomst IVAREM/IOK Afvalbeheer en de tripartite-overeenkomst (IVAREM, Ecowerf, IOK Afvalbeheer) goed te keuren.
De gemeenteraad verleent mandaat aan de volmachtdrager (Sofie Smets) en haar afgevaardigde (Dorien Faes) om op de algemene vergadering van 16 december 2025 de toetreding van IVAREM tot IOK Afvalbeheer ingevolge statutaire substitutie goed te keuren en de aanpassing van het aandelenregister goed te keuren met toevoeging van IVAREM (10 B-aandelen met een nominale waarde van 25 euro per aandeel).
De gemeente is deelnemer van de dienstverlenende vereniging C-smart (voorheen Cipal).
De gemeente wordt opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering van C-smart (voorheen Cipal) van 18 december 2025 met de volgende agendapunten:
Er wordt rekening gehouden met de toelichtende nota van C-smart betreffende de agendapunten van deze algemene vergadering en de voorstellen van de raad van bestuur van C-smart.
Er zijn geen redenen om de goedkeuring van de agendapunten te weigeren.
Op basis van de bekomen documenten en de toelichtende nota worden de agendapunten van de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 goedgekeurd.
De vertegenwoordiger (Maud Vosters) van de gemeente en haar afgevaardigde (Dorien Faes) wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 te handelen en te beslissen conform dit besluit. Indien deze algemene vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de vertegenwoordiger van de gemeente gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van onderhavig besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan C-smart.
De intergemeentelijke vereniging PONTES heeft een uitnodiging gestuurd voor een buitengewone algemene vergadering op 18 december 2025. Het betreft een buitengewone algemene vergadering waarop naast de goedkeuring van de beleidsnota en het budget, ook de goedkeuring van de evaluatienota en het ondernemingsplan staan geagendeerd.
Aangezien de gemeente aandeelhouder is in deze vereniging, moet een gemeentelijk vertegenwoordiger worden aangeduid en moet tevens het mandaat van deze vertegenwoordiger worden vastgesteld.
De gemeente Arendonk is deelnemer in de intergemeentelijke vereniging PONTES.
PONTES heeft een uitnodiging gestuurd voor de buitengewone algemene vergadering met opgave van de agenda. Tevens werden alle documenten toegevoegd die een toelichting bevatten bij de geagendeerde onderwerpen.
Aangezien er geen bezwaren bestaan ten aanzien van de voorgestelde agenda en ontwerpbesluiten, kan de voorgestelde agenda worden goedgekeurd en het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordiger(s) dienovereenkomstig worden vastgesteld.
De vertegenwoordiger van de gemeente moet – voor zover deze nog niet voor de hele bestuursperiode werd aangeduid – bij geheime stemming worden aangesteld.
Artikelen 432 en 459 van het Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur en de artikelen 34, §2, 2° en 41, §2, 4° en 9° van de statuten
De gemeenteraad is bevoegd voor de aangelegenheden inzake de deelname aan en de vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen, evenals voor de aangelegenheden die het decreet uitdrukkelijk aan de gemeenteraad voorbehoudt.
De gemeenteraden bepalen de afvaardiging en het mandaat van hun vertegenwoordigers in de algemene vergadering van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.
Tijdens het laatste trimester van elk jaar wordt een algemene vergadering georganiseerd die minstens beraadslaagt over de te ontwikkelen activiteiten, de strategie en het budget voor volgend jaar. In het eerste jaar van de bestuursperiode wordt tevens een evaluatienota en een ondernemingsplan voorgelegd.
De gemeenteraad keurt de agenda en de daarin opgenomen onderwerpen van de buitengewone algemene vergadering van de intergemeentelijke vereniging PONTES van 18 december 2025 goed. Deze agenda ziet er als volgt uit ziet:
De vertegenwoordiger van de gemeente (Dorien Faes) en zijn afgevaardigde (Maud Vosters) die zal deelnemen aan de buitengewone algemene vergadering van PONTES op 18 december 2025 wordt opgedragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de besluiten van de gemeenteraad van heden inzake voornoemde aangelegenheid.
Feiten en context
De gemeente Arendonk is deelnemer aan de opdrachthoudende vereniging Pidpa.
Op vrijdag 19 december 2025 om 11:30 u organiseert Pidpa een algemene vergadering op afstand.
De agenda van deze algemene vergadering is als volgt:
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om deze agendapunten goed te keuren.
Historiek
Brief van Pidpa van 17 oktober 2025 met agenda en bijlagen:
Besluit van gemeenteraad van 10 februari 2025 betreffende de aanduiding van:
voor de huidige legislatuur op de algemene vergaderingen van Pidpa.
De voorgelegde documenten omvatten de verslaggeving omtrent de geplande activiteiten en de begroting voor 2026. Daarnaast worden nog volgende punten behandeld: toetredingen en/of uitbreidingen van de opdracht van Pidpa bij verschillende gemeenten, de toetreding tot De Stroomlijn en de aanduiding van de commissaris-revisor.
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de door de Raad van Bestuur van Pidpa voorgelegde begroting 2026 en het toelichtend verslag.
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de toetreding/uitbreiding van opdracht.
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de toetreding van Pidpa tot ‘De Stroomlijn’.
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de aanduiding van de nieuwe commissaris-revisor.
Aan de vertegenwoordiger (Luc Bouwen) en zijn afgevaardigde (Lieven Van Baelen) wordt de opdracht gegeven om op de algemene vergadering van 19 december 2025, overeenkomstig deze beslissing te stemmen evenals op elke andere algemene vergadering die wordt samengeroepen ter behandeling van de agendapunten van deze algemene vergadering.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en zal onverwijld een afschrift van deze beslissing bezorgen aan Pidpa, Desguinlei 246 te 2018 Antwerpen.
Het geschil met DCA over de laattijdige oplevering en de daaraan gekoppelde vertragingsboete loopt al sinds de voorlopige oplevering op 15 juni 2023.
Het gemeentebestuur werd ingebreke gesteld door GSJ advocaten in opdracht van DCA voor achterstallige betalingen. Deze achterstallige betalingen maken, samen met de vrijgave van de borg, deel uit van de vertragingsboete die de gemeente probeert te innen bij DCA wegens laattijdige oplevering.
In de zitting van 16 mei 2024 van het college van burgemeester en schepenen werd meester Steven Van Garsse (Equator), Prins Boudewijnlaan 18, 2600 Antwerpen aangesteld om de gemeente Arendonk te vertegenwoordigen in dit dispuut.
Het gemeentebestuur wenst in dit dossier een globaal akkoord te kunnen sluiten en dit te formaliseren in een dadingovereenkomst.
Het ontwerp van deze dadingovereenkomst moet goedgekeurd worden door de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het voorstel van dadingsovereenkomst tussen Gemeente Arendonk en NV DCA betreffende de aanbesteding van de nieuwbouw GBS St. Jan goed.
De gemeente heeft een gemeenschapscentrum. Het gebruiksreglement voor het gemeenschapscentrum eindigt op 31 december 2025. Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
Het gebruik van het gemeenschapscentrum moet vastgelegd worden in een reglement waaruit blijkt dat de infrastructuur ter beschikking staat van het ruime culturele veld in de gemeente. De cultuurcel gaf advies op 28 augustus 2025.
Doel
Het gebruiksreglement gemeenschapscentrum wordt vastgelegd door de gemeenteraad op advies van de cultuurcel.
Voor het gebruik van het gemeenschapscentrum, geldt het retributiereglement zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van 10 november 2025.
Definities
§1. Gebruiker: de natuurlijke persoon van minimum 18 jaar oud of rechtspersoon die aansprakelijk is voor de aangegane verbintenis na ondertekening van de gebruiksovereenkomst.
§2. Verantwoordelijke: de persoon aangeduid door het college van burgemeester en schepenen die instaat voor de goede werking van één of meerdere lokalen van het gemeenschapscentrum.
§3. Gebruiksovereenkomst: de door beide partijen ondertekende overeenkomst of digitaal bevestigd document dat het gebruik van het gemeenschapscentrum regelt.
§4.Cultuurcel: een kleine denktank die ongeveer tien keer per jaar samenkomt om het cultuurbeleid van de gemeente te adviseren en te activeren.
Doelgroep en toepassingsgebied
Dit reglement is van toepassing op volgende lokalen die deel uitmaken van het gemeenschapscentrum:
De gebruikers van het gemeenschapscentrum vallen onder één van volgende categorieën:
Aanvragen van lokalen
§1. Aanvraagtermijn
§2. Aanvragen worden behandeld volgens moment van indiening.
§3. Activiteiten die een duidelijke reeks vormen (zijnde meerdere activiteiten die een duidelijke inhoudelijke samenhang vertonen en die binnen een beperkte tijdspanne plaatsvinden in hetzelfde lokaal), kunnen via het reservatiesysteem voor het reserveren van de eerste dag dadelijk een optie nemen voor de volgende dagen waarop de reeks doorgaat. Deze opties worden automatisch gelicht indien geen andere reservaties binnenkomen voor de bedoelde dagdelen. Enkel gebruikers van categorieën A en B hebben de mogelijkheid een reeks aan te vragen. Voor gebruikers van categorie C is toestemming van het college van burgemeester en schepenen vereist.
§4. Een gebruiker kan tezelfdertijd maximaal 3 opties nemen op lokalen van het gemeenschapscentrum. De opties blijven maximaal 10 dagen geldig. Indien na 10 dagen geen volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier is binnengebracht of online reservatie werd bevestigd, vervalt de optie en wordt de ruimte verder ter beschikking gesteld indien er nieuwe aanvragen zouden binnenkomen.
§5. Annulaties moeten steeds schriftelijk gebeuren ten laatste 1 maand vooraf en moeten gemotiveerd worden. Wanneer de aanvrager deze annulatietermijn niet respecteert of geen motivatie aangeeft, wordt het voorschot niet terugbetaald. Enkel in geval van overmacht kan hierop een uitzondering gemaakt worden door het college van burgemeester en schepenen. Als de gebruiker aanspraak wil maken op de toepassing van de clausule van overmacht, moeten de nodige bewijsstukken bij de annulatie worden gevoegd.
Voorwaarden
§1. Vennootschappen en zelfstandigen (ondernemingen natuurlijk persoon) kunnen gebruik maken van het gemeenschapscentrum voor commerciële activiteiten. Onder commerciële activiteiten wordt verstaan: diensten leveren en hiervoor rechtstreeks een financiële bijdrage vragen van de gebruikers.
§2. Voor een activiteit ter promotie van de lokale economie door een vereniging van minstens drie ondernemingen uit Arendonk is gebruikerscategorie C van toepassing.
§3. Alle gevallen die niet door het reglement worden geregeld, vallen onder de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen kan bij objectieve noodzaak een gemotiveerde beslissing nemen die een afwijking van het reglement toestaat.
§4. Het college van burgemeester en schepenen kan op elk ogenblik de gebruiksovereenkomst wijzigen of intrekken om redenen van openbaar nut, van dienstnoodzakelijkheid of in elk geval van overmacht, zonder dat hiervoor schadevergoeding van de gemeente kan worden gevorderd. Ook bij ernstige aanwijzingen dat er gevaar dreigt voor de openbare orde, de veiligheid of de volksgezondheid, of dat er onwettige praktijken zullen plaatsvinden, kan het college van burgemeester en schepenen de gebruiksovereenkomst intrekken. Indien van dit recht gebruik gemaakt wordt, zal hierover met de betrokkenen overleg worden gepleegd. De intrekking of wijziging van de gebruiksovereenkomst wordt gemotiveerd. Als er een voorschot werd betaald, wordt het volledige bedrag terugbetaald.
§5. Het reglement maakt deel uit van de gebruiksovereenkomst. Bij ondertekening van de gebruiksovereenkomst of bevestiging van de online reservatie verklaart de gebruiker zich akkoord met dit reglement en de geldende tarieven.
Aansprakelijkheid
§1. De gebruiker is volledig verantwoordelijk voor zijn activiteit, voor de burgerlijke aansprakelijkheid en voor de contractuele aansprakelijkheid, namelijk schade aan het gebouw of de uitrusting.
Verantwoordelijkheden
§1. De gebruiker is verantwoordelijk voor het naleven van de reglementen inzake gemeentelijke, provinciale en rijkstaxen op vertoningen, auteursrechten, bedrijvsoorheffingen voor buitenlandse artiesten, het indienen van de voorgeschreven loonlijsten van binnenlandse artiesten, politiereglementen, de concessie voor dranken van de daarvoor aangeduide handelaar, de wet inzake handelspraktijken en alle wettelijke bepalingen die van toepassing zijn bij het organiseren van een activiteit.
§2. De verplichte verzekering objectieve aansprakelijkheid voor brand en ontploffing voor de lokalen van het gemeenschapscentrum valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Eventuele andere verzekeringen die in het kader van het gebruik van de zaal nuttig of nodig zijn, vallen onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker.
§3. De gebruiker moet zich zelf in regel stellen met alle andere voorschriften en verplichtingen met betrekking tot het organiseren van evenementen.
§4. Betreffende het geluidsniveau wordt er verwezen naar het VLAREM en het KB van 24.02.1977 betreffende geluidsnormen voor muziek in openbare en private inrichtingen.
Schadegevallen
§1. De ter beschikking gestelde locaties en hun uitrusting worden geacht in goede staat aan de gebruiker ter beschikking te zijn gesteld. Indien de gebruiker bij aankomst merkt dat dit niet het geval is, moet hij dit onmiddellijk melden aan de verantwoordelijke.
§2. Schade naar aanleiding van een activiteit moet voor het verlaten van het lokaal gemeld worden. Eventuele kosten voor het herstellen van de schade komen ten laste van de gebruiker, ongeacht of de schade werd veroorzaakt door hemzelf, door medewerkers, door toeschouwers of door derden.
§3. Het betreden van het gemeenschapscentrum gebeurt op eigen risico. De gemeente kan niet aansprakelijk worden gesteld voor om het even welke schade van lichamelijke of stoffelijke aard naar aanleiding van de toegestane activiteit, noch voor schade aan of bij diefstal van achtergelaten apparaten, goederen en uitrusting van de gebruiker. De gemeente kan eveneens niet aansprakelijk worden gesteld voor schade door het gebruik van de infrastructuur, tenzij bij aangetoonde ernstige nalatigheid van de beheerder.
Schadevergoeding
§1. De veroorzaakte schade moet onmiddellijk en spontaan worden gemeld aan de verantwoordelijke die belast is met de controle. Na oproeping van de betrokkene wordt in gezamenlijk overleg een schadedossier opgemaakt. De beslissing betreffende het al dan niet betalen van de schadevergoeding ligt bij het college van burgemeester en schepenen, rekening houdend met normaal gebruik, overmacht, verborgen gebreken …
§2. Elke gebruiker dient dan ook, vóór de aanvang van zijn eigen organisatie, vastgestelde schade aan de verantwoordelijke te rapporteren om het risico te vermijden dat deze schade te zijnen laste wordt gelegd.
§3. De eventuele schadevergoeding is ten laste van de gebruiker.
§4. Elke nieuwe aanvraag van de betrokken organisator zal worden geweigerd zolang het bedrag van de schadevergoeding niet volledig betaald is.
Sancties
§1. Het college van burgemeester en schepenen kan te gepasten tijde of wanneer ze dit wenst controles op verschillende vlakken laten uitvoeren en indien nodig sancties nemen. Het college van burgemeester en schepenen zal geval per geval beoordelen en kan tijdelijke of definitieve sancties opleggen bij niet-naleving van het reglement.
Gebruik van lokalen, apparatuur en meubilair
§1. Bestemming en controle
§2. Sleutel
§3. Aankleding zalen
Schoonmaak
§1. Tenzij anders overeengekomen in de gebruiksovereenkomst, is de gebruiker verplicht de gebruikte lokalen na de activiteiten in nette toestand te brengen, alle versieringen te verwijderen, de vloer te vegen (en/of stofzuigen) en alle gebruikte materialen af te wassen en naar behoren op te bergen. Wanneer de koelingen werden gebruikt, moeten deze na de activiteit worden leeggemaakt en afgewassen. Bij gebruik van de tapinstallatie moeten de leidingen worden gespoeld na afloop van de activiteit.
§2. Alle gebruikte tafels en stoelen moeten proper worden achtergelaten. Ze worden terug in de oorspronkelijke opstelling geplaatst, tenzij anders bepaald in de gebruiksovereenkomst.
§3. Alle afval moet worden verwijderd.
§ 4. Erkende verenigingen kunnen vooraf een evenementencontainer en grote PMD-zakken reserveren/aankopen om restafval, papier en PMD in te deponeren.
§5. Na een activiteit moet het gebruikte lokaal dadelijk worden opgeruimd. Bij afloop van de huurperiode moet de zaal volledig ontruimd zijn. Opstellen en afbreken gebeurt tijdens de huurperiode.
§6. Wanneer de schoonmaak niet gebeurt zoals in bovenstaande artikelen bepaald, zal dit worden uitgevoerd door het gemeentepersoneel tegen een onkostenvergoeding vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van de gepresteerde uren.
Veiligheid
§1. Er moet steeds een vlotte toegang en doorgang gewaarborgd zijn. In-, uit- en andere nooduitgangen mogen in geen geval slotvast gemaakt worden of versperd worden tijdens de activiteiten. De (nood)uitgangen moeten te allen tijde open zijn en vrij zijn van belemmeringen.
§2. Noch de brandweerkast, noch enig ander veiligheidsmateriaal mag bedekt zijn, evenmin mag er een meubelstuk of een obstakel voor worden geplaatst. De gebruiker informeert zich over de werking van de brandhaspels en de poederblusapparaten.
§3. Alle aangebrachte versiering dient brandveilig te zijn en zelfdovend. Verticaal hangende doeken mogen geen deuren of uitgangen aan het zicht onttrekken of het gebruik ervan bemoeilijken. Daarnaast mogen gemakkelijk brandbare materialen in de inrichtingen toegankelijk voor het publiek noch als versiering noch als bouwmateriaal aangewend worden (vb. rietmatten, stro, karton, boomschors, papier …).
§4. De lokalen moeten voldoende verlicht zijn. Alleen elektriciteit is toegelaten als algemene kunstmatige verlichtingsbron.
§5. De gebruiker mag geen groter aantal deelnemers toelaten in de gebruikte lokalen dan het maximumaantal door de brandweer bepaald.
Rookverbod
In alle lokalen van het gemeenschapscentrum geldt een algemeen rookverbod.
Tentoonstellingen
§1. De gebruiker staat in voor de verzekering van de tentoongestelde voorwerpen met een verzekering 'van nagel tot nagel', d.w.z. alle risico’s van brand, diefstal en beschadiging. Verder is de gebruiker aansprakelijk voor alle eisen, boetes of strafrechtelijke gevolgen naar aanleiding van misbruik van naam, eerroof en andere wetsovertredingen.
§2. Verkoopactiviteiten, commerciële tentoonstellingen of veilingen kunnen worden toegestaan door het college van burgemeester en schepenen mits naleving van de voorschriften inzake de wet op de handelspraktijken en alleen na uitdrukkelijke afzonderlijke overeenkomst.
Specifieke bepalingen - De Garve
Kenmerken
§1 Adres: Deroissart 9, 2370 Arendonk
§2. Feestzaal de Garve gelegen aan parking Deroissart is de grootste zaal van het gemeenschapscentrum en beschikt over een polyvalente ruimte met podium, geluidsinstallatie, toog, koelingen en tapinstallatie, kleedkamers met douches, sanitaire voorzieningen, een uitgeruste keuken en een inkomhal met vestiaire. De grote zaal kan verkleind worden door middel van een scheidingswand.
Bestemming en gebruikers
§1. Volgende activiteiten kunnen plaatsvinden in zaal De Garve: optreden, podiumgebruik, receptie, vergadering, cafetaria, quiz- of kaartavond, infoavond, cursus en vorming, tentoonstelling, film, repetitie, (ruil)beurs, eetdag, (leden)feest, ledenwerking.
§2. Alle gebruikerscategorieën kunnen gebruik maken van zaal de Garve.
§3. Privéfeesten zijn enkel toegelaten voor categorie A tot en met E.
Aanvraag, voorschot en betaling
§1. Een aanvraag voor het gebruik van de zaal gebeurt via de website. Op basis van de aanvraag wordt een gebruiksovereenkomst opgemaakt.
§2. De gebruiksovereenkomst vermeldt het voorschot dat binnen de 30 dagen na bevestiging van reservatie dient te worden betaald. Gebruikers van categorieën D, E en F betalen het voorschot binnen 30 dagen na bevestiging van reservatie. De reservatie is pas definitief na ontvangst van deze som.
Schoonmaak
§1. Gebruikers van categorie B en tot en met F dienen de zaal zelf schoon te maken. De vloer moet volledig uitgekeerd en gedweild worden. Alle vlekken moeten verwijderd worden en indien nodig moet er geschuurd worden. Sanitair, keuken, toog, kleedkamers (en douches) moeten proper achter gelaten worden en indien nodig volledig gereinigd worden. Zorg dat alles volledig proper is voor de volgende gebruiker en je de zaal achterlaat zoals je de zaal aangetroffen hebt. Een volledig overzicht van de schoon te maken oppervlakken hangt uit in zaal De Garve en kan tevens opgevraagd worden bij de verantwoordelijke. Wanneer de schoonmaak niet naar behoren gebeurt, wordt er een onkostenvergoeding aangerekend op basis van de gepresteerde uren uitgevoerd door het gemeentepersoneel. Het uurtarief is terug te vinden in het retributiereglement. De onkostenvergoeding wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Materiaal
§1. De gebruiker geeft bij de online reservatie of minstens 14 dagen voor de activiteit via de zaalverantwoordelijke of aan de gemeentelijke uitleendienst en het evenementenloket aan welke materiële en technische zaken hij nodig heeft voor de activiteit.
Betaling
§1. Voor gebruikers van categorieën A, B en C wordt na afloop van de activiteit een retributie aangerekend zoals vastgesteld in het retributiereglement. De volledige factuur dient binnen de 30 dagen na factuurdatum te worden betaald.
§2. Gebruikers van categorie D, E en F betalen het voorschot binnen 30 dagen na bevestiging van reservatie.De volledige factuur dient binnen de 30 dagen na factuurdatum te worden betaald.
§3. Indien het verschuldigde bedrag van het energieverbruik en de onkostenvergoeding lager is dan het voorschot, zal het verschil binnen de 30 dagen na factuurdatum worden terugbetaald.
Podiumactiviteiten
§1. Erkende verenigingen kunnen voor eigen publieke optredens (optredens vertolkt door de eigen vereniging die voor iedereen toegankelijk zijn) aanspraak maken op vijf gratis repetities (dagdelen) in het lokaal, op voorwaarde dat dit vrij is. Deze data moeten samen met de aanvraag uitdrukkelijk worden vermeld.
§2. Bijkomende repetities zullen aangerekend worden zoals bepaald in het retributiereglement. Deze kunnen ten vroegste 1 maand vooraf worden aangevraagd. Indien de vereniging vroeger wil reserveren, zullen de bijkomende repetities worden aangerekend aan het basistarief.
§3. Decor opbouwen kan pas na overleg en uitdrukkelijke toestemming van de verantwoordelijke.
§4. Podium, kleedkamers en technische lokalen mogen enkel betreden worden door de organisatoren en de artiesten.
Billijke vergoeding
§1. Het gemeentebestuur betaalt voor zaal De Garve het jaartarief van ‘billijke vergoeding met drank’ waardoor alle gebruikers van deze zaal van deze heffing worden vrijgesteld.
§2. De aangifte van auteursrechten (Unisono) is ten laste van de gebruiker.
Specifieke bepalingen - zaal de Wamp en zaal de Vloed (bibliotheek)
Kenmerken
§1. Adres: Deroissart 5 2370 Arendonk
§2. Zaal De Wamp is gelegen op de bovenverdieping van de bibliotheek. De ingang bevindt zich achter het gebouw aan het leescafé. De vloer is volledig bekleed met vast tapijt en de ruimte beschikt over een keukenblok, podium, beamer en geluidsinstallatie.
§3. Zaal De Vloed is gelegen op de benedenverdieping van de bibliotheek. De ingang bevindt zich achter het gebouw aan het leescafé. De ruimte is volledig bekleed met vast tapijt en beschikt over een keukenblok, beamer en geluidsinstallatie.
Bestemming en gebruikers
§1. Volgende activiteiten kunnen plaatsvinden in zaal de Wamp en zaal de Vloed: infoavond, cursus en vorming, tentoonstelling, film, repetitie, vergadering, quiz, beurs, optreden, ledenwerking.
§2. Alle gebruikerscategorieën kunnen gebruik maken zaal De Wamp en zaal de Vloed.
Aanvraag en betaling
§1. Een aanvraag van het gebruik van de zaal gebeurt via de website. Op basis van de aanvraag wordt een gebruiksovereenkomst opgemaakt.
§2. Voor alle gebruikers wordt na afloop van een activiteit de retributie aangerekend. De volledige factuur dient binnen de 30 dagen na factuurdatum te worden betaald.
Materiaal
§1. De gebruiker geeft bij de online reservatie of minstens 14 dagen voor de activiteit via de zaalverantwoordelijke of aan de gemeentelijke uitleendienst en het evenementenloket aan welke materiële en technische zaken hij nodig heeft voor de activiteit.
Artikel 41: Podiumactiviteiten
§1. Erkende verenigingen kunnen voor eigen publieke optredens (optredens vertolkt door de eigen vereniging die voor iedereen toegankelijk zijn) aanspraak maken op vijf gratis repetities (dagdelen) in het lokaal, op voorwaarde dat dit vrij is. Deze data moeten samen met de aanvraag uitdrukkelijk worden vermeld.
§2. Bijkomende repetities worden aangerekend aan het tarief zoals vastgesteld in het retributiereglement.
§3. Decor opbouwen kan pas na overleg en uitdrukkelijke toestemming van de verantwoordelijke.
Specifieke bepalingen - de Kapel
Kenmerken
§1. Adres: Zevenster 17 2370 Arendonk
§2. De Kapel is gelegen in het voormalige klooster Sint-Agnetendal dat gerenoveerd is tot een cohousingproject. De ingang bevindt zich te Zevenster 17. De ruimte is voorzien van een keukenblok met koelkast en afwasmachine. Verder is de ruimte uitgerust met stoelen en statafels.
Bestemming en gebruikers
§1. Volgende activiteiten kunnen plaatsvinden in zaal de Kapel: infoavond, tentoonstelling, optreden, lezing, voorstelling, viering. Dit onder voorwaarde dat voorgaande activiteiten steeds een culturele insteek hebben. Activiteiten kunnen uiterlijk tot 22.00 uur plaatsvinden.
§2. Gebruikerscategorieën A, B en C kunnen gebruik maken van zaal de Kapel. Categorie D en E kunnen gebruik maken van de zaal op voorwaarde dat het een niet-commerciële culturele activiteit betreft. Bij twijfel neemt het college van burgemeester en schepenen de uiteindelijke beslissing.
§3. De zaal kan maximum één week aaneensluitend gehuurd worden. Afwijkingen kunnen aangevraagd worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Aanvraag en betaling
§1. Een aanvraag van het gebruik van de zaal gebeurt via de website. Op basis van de aanvraag wordt een gebruiksovereenkomst opgemaakt.
§2. Voor alle gebruikers wordt na afloop van een activiteit de retributie aangerekend. De volledige factuur dient binnen de 30 dagen na factuurdatum te worden betaald.
Materiaal
§1. De gebruiker geeft bij de online reservatie of minstens 14 dagen voor de activiteit via de zaalverantwoordelijke of aan het evenementenloket en de gemeentelijke uitleendienst aan welke materiële en technische zaken hij nodig heeft voor de activiteit.
Podiumactiviteiten
§1. Erkende verenigingen kunnen voor eigen publieke optredens (optredens vertolkt door de eigen vereniging die voor iedereen toegankelijk zijn) aanspraak maken op één gratis repetitie (dagdeel) in het lokaal, op voorwaarde dat dit vrij is. Deze datum moet samen met de aanvraag uitdrukkelijk worden vermeld.
§2. Bijkomende repetities worden aangerekend aan het tarief zoals opgenomen in het retributiereglement.
Tentoonstellingen
De gebruiker dient zelf permanentie te voorzien. Het gebouw mag geenszins onbewaakt achtergelaten worden.
Schoonmaak
§1. Gebruikers van categorie B en tot en met F dienen de zaal zelf schoon te maken. De vloer moet volledig uitgekeerd en gedweild worden. Alle vlekken moeten verwijderd worden. Sanitair, keuken en kleedkamer moeten proper achter gelaten worden en indien nodig volledig gereinigd worden. Zorg dat alles volledig proper is voor de volgende gebruiker en je de zaal achterlaat zoals je de zaal aangetroffen hebt. Een volledig overzicht van de schoon te maken oppervlakken kan opgevraagd worden bij de verantwoordelijke. Wanneer de schoonmaak niet naar behoren gebeurt, wordt er een onkostenvergoeding aangerekend op basis van de gepresteerde uren uitgevoerd door het gemeentepersoneel. Het uurtarief is terug te vinden in het retributiereglement. De onkostenvergoeding wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Specifieke bepalingen - eetzaal GBS de Stip
Kenmerken
§1. Adres: Kerkstraat 11, 2370 Arendonk
§2. De eetzaal van GBS de Stip is gelegen te Kerstraat 11. Dit is een ruime zaal met een uitgeruste keuken en koelingen, tafels en stoelen en indien nodig elektronische apparatuur (zoals beamer, scherm en muziekinstallatie).
§3. Er kan gebruik gemaakt worden van volgende ruimtes, tenzij anders vermeld bij reservatie: inkomhal, eetzaal en kleutereetzaal, 2 toiletten naast buitenschoolse opvang, 2 toiletten in gang naast inkomhal, speelplaats. Andere ruimtes zijn niet toegankelijk.
Bestemming en gebruikers
§1. Volgende activiteiten kunnen plaatsvinden in de eetzaal van GBS de Stip: activiteiten ouderraad, familiefeesten (zoals o.a. babyborrel, lente- of communiefeest …), vergaderingen, infoavonden, cursussen en vormingen. Activiteiten kunnen uiterlijk tot 22.30 uur plaatsvinden.
§2. Enkel gebruikerscategorieën A, B, C (met uitzondering van politieke partijen), D en F (enkel ouders van buitendorpse kinderen die naar school gaan op GBS de Stip) kunnen gebruik maken van de eetzaal.
§3. De zaal kan gehuurd worden op volgende dagen: woensdag- en vrijdagavond vanaf 18.00 uur tot en met 22.30 uur en op zaterdag en zondag van 08.00 uur tot en met 22.30 uur. De zaal kan in vakanties enkel gehuurd worden na overleg met de directie van de school. Tijdens de vakanties wordt de absolute prioriteit gegeven aan vakantieopvanginitiatieven.
§4. Het is niet toegelaten om activiteiten met elektronisch versterkte muziek te organiseren.
Aanvraag en betaling
§1. Een aanvraag voor het gebruik van de zaal gebeurt via de website. Op basis van de aanvraag wordt een gebruiksovereenkomst opgemaakt.
§2. Voor alle gebruikers wordt na afloop van een activiteit de retributie aangerekend. De volledige factuur dient binnen de 30 dagen na factuurdatum te worden betaald.
Schoonmaak
§1. Gebruikers van categorie B en tot en met F dienen de zaal zelf schoon te maken. De vloer moet volledig uitgekeerd en gedweild worden. Alle vlekken moeten verwijderd worden en indien nodig moet er geschuurd worden. Sanitair en keuken moeten proper achter gelaten worden en indien nodig volledig gereinigd worden. Zorg dat alles volledig proper is voor de volgende gebruiker en je de zaal achterlaat zoals je de zaal aangetroffen hebt. Een volledig overzicht van de schoon te maken oppervlakken kan opgevraagd worden bij de zaalverantwoordelijke. Wanneer de schoonmaak niet naar behoren gebeurt, wordt er een onkostenvergoeding aangerekend op basis van de gepresteerde uren uitgevoerd door het gemeentepersoneel. Het uurtarief is terug te vinden in het retributiereglement. De onkostenvergoeding wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Materiaal
§1. De gebruiker geeft bij de online reservatie of minstens 14 dagen voor de activiteit via de zaalverantwoordelijke of aan het evenementenloket en de gemeentelijke uitleendienst aan welke materiële en technische zaken hij nodig heeft voor de activiteit.
§2. Op aanvraag kunnen de beamer, het scherm en de muziekinstallatie gebruikt worden. Hiervoor wordt een extra retributie gevraagd, waarvan de prijs terug te vinden is in het retributiereglement.
Betaling
§1. Voor gebruikers van categorieën A, B en C wordt na afloop van de activiteit een retributie aangerekend zoals vastgesteld in het retributiereglement. De volledige factuur dient binnen de 30 dagen na factuurdatum te worden betaald.
§2. Gebruikers van categorie D en F betalen de retributie en het voorschot binnen 30 dagen na bevestiging van reservatie.
Specifieke bepalingen - de Ontmoeting
Kenmerken
§1. Adres: Deroissart 3, 2370 Arendonk
§2. De Ontmoeting is gelegen aan de achterzijde van de bibliotheek en beschikt over een ruime zaal met toog en koelingen, een ingerichte keuken, tafels en stoelen.
Bestemming en gebruikers
§1. Volgende activiteiten kunnen plaatsvinden in zaal de Ontmoeting: receptie, vergadering, cafetaria, quiz, kaartavond, infoavond, cursus en vorming, (ruil)beurs, eetdag, (leden)feest, ledenwerking.
§2. Gebruikers van categorie A, B, C, D en E kunnen gebruikmaken van zaal de Ontmoeting.
Aanvraag en afspraken
§1. De beschikbaarheid van zaal de Ontmoeting dient nagevraagd te worden bij de contactpersoon van Mekanders VZW.
§2. Een aanvraag moet steeds gericht zijn aan Mekanders VZW.
§3. Concrete afspraken omtrent het gebruik van zaal De Ontmoeting worden gemaakt met de contactpersoon van Mekanders VZW.
Specifieke bepalingen - lokaal de Arend
Kenmerken
§1. Adres: Wampenberg 117, 2370 Arendonk
§2. Lokaal De Arend bestaat uit een zaaltje en een café, gescheiden door een ruime schuifdeur met glas. Tafels, stoelen, tapinstallatie, koelingen en muziekinstallatie zijn aanwezig. Hiernaast beschikt De Arend over een uitgeruste keuken, sanitaire voorzieningen en parkeergelegenheid.
Bestemming en gebruikers
§1. Volgende activiteiten kunnen plaatsvinden in Lokaal de Arend: optreden, receptie, vergadering, cafetaria, quiz, kaartavond, infoavond, cursus en vorming, tentoonstelling, film, repetitie, (leden)feest, ledenwerking, beurs, eetdag.
§2. Alle gebruikerscategorieën kunnen gebruik maken van Lokaal de Arend.
Aanvraag en afspraken
§1. Een aanvraag moet steeds gericht zijn aan de Koninklijke Harmonie De Arend.
§2. Concrete afspraken omtrent het gebruik van Lokaal de Arend worden gemaakt met de contactpersoon van Koninklijke Harmonie De Arend.
Specifieke bepalingen jeugdhuis 't Onkrooid
Kenmerken
§1. Adres: Koeistraat 8, 2370 Arendonk
§2. Het jeugdhuis beschikt over een jongerencafé, polyvalente podiumzaal met balkon en een cinemazaaltje.
Bestemming en gebruikers
§1. Volgende activiteiten kunnen plaatsvinden in jeugdhuis ‘t Onkrooid: optreden, podiumgebruik, receptie, vergadering, cafetaria, quiz, infoavond, cursus en vorming, tentoonstelling, film, repetitie, beurs, eetdag, ledenwerking.
§2. Enkel gebruikers van categorie A en B kunnen gebruik maken van jeugdhuis ‘t Onkrooid. Gebruikers van categorieën C en D kunnen gebruik maken van het cinemazaaltje.
§3. Het jeugdhuis kan niet gebruikt worden voor fuiven buiten de bepalingen van het specifieke reglement voor fuiven (gebruiksovereenkomst fuiven, bals en optredens van Onkrooid vzw).
Beschikbaarheid
§1. Jeugdhuis 't Onkrooid kan enkel gebruikt worden op weekdagen en zondagen. Op vrijdag en zaterdag wordt het lokaal exclusief voorbehouden voor de werking van jeugdhuis 't Onkrooid.
Aanvraag en afspraken
§1. Een aanvraag moet steeds gericht zijn aan jeugdhuis ’t Onkrooid.
§2. Concrete afspraken omtrent het gebruik van het jeugdhuis worden gemaakt met de contactpersoon van jeugdhuis ‘t Onkrooid.
Specifieke bepalingen: 't Onkrooid
Kenmerken
§1. Adres: Koeistraat 8, 2370 Arendonk
§2. Het jeugdhuis beschikt over een jongerencafé, polyvalente podiumzaal met balkon, een vergaderzaal en een cinemazaaltje.
Bestemming en gebruikers
§1. Volgende activiteiten kunnen plaatsvinden in Lokaal ‘t Onkrooid: optreden, podiumgebruik, receptie, vergadering, cafetaria, quiz, infoavond, cursus en vorming, tentoonstelling, film, repetitie, beurs, eetdag, ledenwerking.
§2. Enkel gebruikers van categorie A en B kunnen gebruikmaken van jeugdhuis ‘t Onkrooid. Gebruikers van categorieën C en D kunnen gebruik maken van het cinemazaaltje.
§3. Het jeugdhuis kan niet gebruikt worden voor fuiven buiten de bepalingen van het specifieke reglement voor fuiven.
Beschikbaarheid
§1. Lokaal ’t Onkrooid kan gebruikt worden tijdens weekdagen. ’t Onkrooid kan op weekenddagen gehuurd worden in periodes dat het jeugdhuis gesloten is of voor de duur van een dagdeel.
Aanvraag en afspraken
§1. Een aanvraag moet steeds gericht zijn aan jeugdhuis ’t Onkrooid.
§2. Concrete afspraken omtrent het gebruik van het jeugdhuis worden gemaakt met de contactpersoon van jeugdhuis ‘t Onkrooid.
Specifieke bepalingen - lokaal Heemkundig Museum
Kenmerken
§1. Adres: Molenwiel 37, 2370 Arendonk
§2. De ontmoetingsruimte van het heemhuis beschikt over een zeventigtal zitplaatsen aan tafeltjes en heeft een eigen toog. Hiernaast beschikt de ruimte over een vaste geluidsinstallatie en een beamer met groot scherm.
Bestemming en gebruikers
§1. Volgende activiteiten kunnen plaatsvinden in Lokaal Heemkundig museum: receptie, vergadering, lezing, cafetaria, quiz, kaartavond, infoavond, cursus en vorming, ledenwerking.
§2. Alle gebruikerscategorieën kunnen gebruikmaken van Lokaal Heemkundig Museum.
Aanvraag en afspraken
§1. Een aanvraag moet steeds gericht zijn aan de Heemkundige Kring.
§2. Concrete afspraken omtrent het gebruik van Lokaal Heemkundig museum worden gemaakt met de contactpersoon van de Heemkundige Kring.
Inwerkingtreding
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
§2. Het gebruiksreglement gemeenschapscentrum, goedgekeurd op 10 maart 2025 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Bekendmaking
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het reglement aanvullende belasting op de personenbelasting van 18 november 2019 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een aanvullende belasting op de personenbelasting heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
De belasting wordt vastgesteld op 7,5% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het reglement aanvullende belasting op de personenbelasting, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Dit reglement wordt aan de FOD Financiën bezorgd.
Het reglement gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing van 18 november 2019 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 882 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het reglement gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Dit reglement wordt aan de Vlaamse Belastingdienst bezorgd.
Het gemeentelijk belastingreglement op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten van 14 december 2020 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft ook een ecologische inslag: ontmoedigen om massaal reclame of communicatiecampagnes op papier of wegwerpmaterialen te voeren. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente.
Het tarief van deze belasting wordt enerzijds bepaald aan de hand van het aantal bladen van het drukwerk of het aantal voorwerpen van een gelijkgesteld product dat een bedeling bevat. Anderzijds bepaalt het aantal brievenbussen waarin bedeeld wordt mee de aanslag voor deze belasting. Deze berekeningswijze huldigt het principe 'de vervuiler betaalt'.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Drukwerk en gelijkgestelde producten van politieke partijen en drukwerk en gelijkgestelde producten in het kader van een volksraadpleging worden vrijgesteld van de belasting om het democratisch discours maximale kansen te geven. Het drukwerk of het gelijkgesteld product wordt in deze context verdeeld in het kader van het algemeen belang. Het is informatief en heeft geen winstgevend oogmerk.
Drukwerk en gelijkgestelde producten van openbare instellingen, scholen, verenigingen e.d. die bedoeld zijn om de inwoners te informeren over aangelegenheden van openbaar nut of over hun activiteiten worden vrijgesteld van de belasting. Drukwerk dat algemene informatie bevat vervult een bepaalde taak van algemeen belang of openbaar nut, drukwerk met een louter commercieel en publicitair karakter dient alleen private belangen. Niet-commerciële organisaties verspreiden niet beroepsmatig informatie. Hun drukwerk en gelijkgestelde producten zijn vooral bedoeld om te informeren en houden rechtstreeks verband met hun openbare functie of met hun rol in het lokale gemeenschapsleven.
Ondernemers zijn vrijgesteld van de belasting voor één verspreiding per jaar. Ondernemers die slechts sporadisch (één of enkele keren per jaar) kleine hoeveelheden drukwerk of gelijkgestelde producten verspreiden om promotie te voeren voor hun producten en diensten ten aanzien van de lokale afzetmarkt worden daarmee ontzien ten opzichte van veelverspreiders. De vrijstelling moet wel expliciet aangevraagd worden in de aangifte.
Nieuwe handelszaken zijn vrijgesteld van de belasting voor maximaal zes verspreidingen. Promotie van een nieuwe handelszaak voldoet aan een informatiebehoefte waardoor een vrijstelling ervan verantwoord is. Deze vrijstelling kadert ook in het detailhandelsbeleid van de gemeente (Strategisch Commercieel Plan, goedgekeurd door de gemeenteraad op 9 april 2018). De vrijstelling moet wel expliciet en voor elke verspreiding aangevraagd worden in de aangifte.
Het toepassen van vrijstellingen staat niet in de weg dat deze organisaties en ondernemers ook -in de eerste plaats- meer milieuvriendelijke manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.
Voor deze belasting moet elke belastingplichtige aangifte doen. Als er geen, geen tijdige of een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte werd gedaan, kan de gemeente de belasting ambtshalve vestigen op basis van de gegevens waarover de administratie beschikt. Omdat deze procedure van ambtshalve vestiging heel wat extra werklast inhoudt voor de gemeente, wordt in die gevallen een belastingverhoging van 75% toegepast.
Belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 heft de gemeente Arendonk een gemeentebelasting op de huis-aan-huis verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten.
Voor de toepassing van dit reglement worden de volgende begrippen gebruikt:
Belastingplichtige
De belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken of om het gelijkgestelde product te produceren. Deze moet vermeld worden met ondernemingsnummer of rijksregisternummer bij de aangifte.
Als de opdrachtgever geen aangifte gedaan heeft overeenkomstig artikel 5 en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever is opgetreden.
De verantwoordelijke uitgever, de drukker of de producent van het gelijkgesteld product en de natuurlijke of de rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belasting.
Wanneer de verantwoordelijke uitgever in het buitenland gevestigd is en het innen van de belasting niet mogelijk is, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever. Wanneer er geen Belgische vestiging is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het drukwerk of gelijkgestelde product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf.
Tarief
De belasting bedraagt:
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal van het bedrag per exemplaar wordt afgerond naar 2 decimalen als volgt:
Het zo verkregen getal van het minimumbedrag per verspreiding wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Het al dan niet volledig bedrukt zijn van het blad geeft geen aanleiding tot vermindering van de belastingtarieven.
Bij drukwerk dat in een enveloppe of andere omslag zit, wordt deze enveloppe of omslag aanzien als 1 extra blad.
Vrijstellingen
Vrijstelling van de belasting wordt verleend:
Vrijstelling van de belasting houdt niet in dat men ook vrijgesteld is van de aangifte. Een vrijstelling moet ook specifiek aangegeven worden in de aangifte om hiervan gebruik te kunnen maken.
Aangifteprocedure
De belastingplichtige moet ten laatste op de 15de dag van de maand die volgt op dag waarop de verspreiding van het belast goed gebeurt, aangifte doen van elke verspreiding van ongeadresseerd drukwerk of gelijkgesteld product. Dus een verspreiding in januari, moet aangegeven zijn ten laatste op 15 februari enzoverder. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De aangifte moet de volgende gegevens vermelden:
De aangifte moet ingediend worden op één van volgende manieren:
Bij betwisting is het de belastingplichtige die moet bewijzen dat de aangifte tijdig en correct werd ingediend.
De gemeente kan specimen van het verspreide drukwerk en/of van de gelijkgestelde producten opvragen.
Belastingverhoging
§1. De gemeente kan de belasting ambtshalve vestigen op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt of waarvan zij redelijkerwijze mag uitgaan:
Bij verspreiding in brievenbussen wordt het aantal exemplaren drukwerk of gelijkgestelde producten ambtshalve bepaald op het aantal brievenbussen dat jaarlijks in de maand januari van het betrokken aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld wordt volgens de gegevens van Bpost.
§2. Voor overgegaan wordt tot de ambtshalve vestiging van de belastingaanslag, brengt de gemeente de belastingplichtige per aangetekend schrijven op de hoogte van de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
§3. De ambtshalve gevestigde belasting wordt verhoogd met 75%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk bezwaar indienen tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of via e-mail aan belastingen@arendonk.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.
Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.
Bij betwisting is het de belastingschuldige die moet bewijzen dat het bezwaar tijdig werd ingediend.
Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift stuurt de gemeente een schriftelijke ontvangstmelding.
Inwerkingtreding
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het gemeentelijk belastingreglement op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten, goedgekeurd door de gemeenteraad op 14 december 2020 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Bekendmaking
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk belastingreglement op reclameborden van 18 november 2019 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een belasting op reclameborden heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Voor deze belasting moet elke belastingplichtige aangifte doen. Als er geen, geen tijdige of een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte werd gedaan, kan de gemeente de belasting ambtshalve vestigen op basis van de gegevens waarover de administratie beschikt. Omdat deze procedure van ambtshalve vestiging heel wat extra werklast inhoudt voor de gemeente, wordt in die gevallen een belastingverhoging van 50% toegepast.
Belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 heft de gemeente Arendonk een gemeentebelasting op reclameborden.
Voor de toepassing van dit reglement worden de volgende begrippen gebruikt:
Belastingplichtige
De belastingplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon die beschikt over het recht om gebruik te maken van het reclamebord. Als de gebruiker niet gekend is, is de eigenaar van de grond, de muur of de omheining waarop het bord zich bevindt of de reclame is aangebracht de belastingplichtige.
Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belasting.
Tarief
De belasting bedraagt 40 euro per m² met een minimum van 160 euro per bord.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Voor de berekening van de belasting wordt de nuttige oppervlakte in aanmerking genomen, zijnde de oppervlakte die voor reclame kan worden gebruikt, met uitzondering van de omlijsting. Voor de muren is alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame wordt gebruikt. Hierbij moet de bedekte totale oppervlakte beschouwd worden als één bord, ook als er verschillende reclames op voorkomen.
Vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
Aangifteprocedure
§1. Op basis van eerder gekende gegevens, kan het gemeentebestuur aan de belastingplichtige een voorstel van aangifte bezorgen.
Als de gegevens op het voorstel van aangifte niet correct zijn, moet de belastingplichtige dat gecorrigeerd en ondertekend terugbezorgen aan de gemeente ten laatste op 31 maart van het aanslagjaar. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde voorstel van aangifte geldt in dat geval als aangifte.
Als alle gegevens op het voorstel van aangifte correct zijn, moet de belastingplichtige dat niet terugbezorgen. In dat geval is automatisch aan de aangifteplicht voldaan en wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het door de gemeente verstuurde voorstel van aangifte.
§2. Wanneer een nieuw reclamebord geplaatst wordt en dus niet alle aangiftegegevens gekend zijn, moet de belastingplichtige zelf spontane aangifte doen ten laatste op de 15de dag van de maand die volgt op dag waarop het reclamebord geplaatst werd. Dus een reclamebord dat geplaatst werd in januari, moet aangegeven zijn ten laatste op 15 februari enzoverder. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De aangifte moet de volgende gegevens vermelden:
De aangifte moet ingediend worden op één van volgende manieren:
§3. Bij betwisting is het de belastingplichtige die moet bewijzen dat de aangifte tijdig en correct werd ingediend.
§4. Wanneer een reclamebord verwijderd wordt, moet de belastingplichtige binnen de twee weken het gemeentebestuur hiervan op de hoogte brengen, met vermelding van de datum van verwijdering en daarbij een foto als bewijs toevoegen.
De verwijdering van het bord moet gemeld worden op één van volgende manieren:
Belastingverhoging
§1. De gemeente kan de belasting ambtshalve vestigen op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt:
§2. Voor overgegaan wordt tot de ambtshalve vestiging van de belastingaanslag, brengt de gemeente de belastingplichtige per aangetekend schrijven op de hoogte van de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
§3. De ambtshalve gevestigde belasting wordt verhoogd met 50%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk bezwaar indienen tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of via e-mail aan belastingen@arendonk.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.
Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.
Bij betwisting is het de belastingschuldige die moet bewijzen dat het bezwaar tijdig werd ingediend.
Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift stuurt de gemeente een schriftelijke ontvangstmelding.
Inwerkingtreding
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het belastingreglement op reclameborden, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Bekendmaking
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk belastingreglement op bedrijven van 18 november 2019 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een gemeentebelasting op bedrijven heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
De gemeente streeft, in het kader van deze fiscale doelstelling, met dit reglement een belasting na met de volgende kenmerken:
Het belastbaar feit bestaat uit elke vestiging die op het grondgebied van de gemeente Arendonk is gelegen en die door het bedrijf wordt gebruikt of tot gebruik wordt voorbehouden.
De belasting is gebaseerd op een eenvoudig meetbare belastbare grondslag, namelijk de oppervlakte die bedrijven (natuurlijke personen met een zelfstandige beroepswerkzaamheid en rechtspersonen met winstoogmerk) gebruiken of tot gebruik voorbehouden.
Het oppervlaktecriterium wordt als redelijk en objectief beschouwd teneinde de algemene gemeentebelasting op bedrijfsvestigingen te berekenen en de belasting overeenkomstig het beginsel van verdelende rechtvaardigheid te heffen.
Deze belasting beoogt een diversiteit aan belastingplichtigen waarvan de verscheidenheid redelijkerwijze dient te worden opgevangen in vereenvoudigde categorieën. De normen van een belasting kunnen niet worden aangepast naargelang de eigenheid van elk individueel geval. Er kan niet voor elk soort bedrijf met de eigen en meest uiteenlopende kenmerken worden voorzien in een specifieke belastingregeling.
Het heffen van minimumbelastingen is gerechtvaardigd doordat mag aangenomen worden dat de voorziene minimumbedragen van die aard zijn dat ze binnen ieders draagkracht liggen.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Op deze manier wordt aldus op een evenwichtige manier bijgedragen tot de financiering van het gemeentelijk beleid.
Verschillen inzake financiële draagkracht en/of economische rentabiliteit maken redelijk verantwoorde differentiatiecriteria uit voor de toepassing van het belastingreglement en het verschil in tarifering.
Categorieën van bedrijven die door hun aard de grond (bodem) als natuurlijk productiemiddel of voor specifieke openlucht recreatieve beroeps- of bedrijfsdoeleinden aanwenden en die in vergelijking met andere categorieën een lager rendement genereren per m² oppervlakte, hebben een uitzonderlijke nood aan grotere oppervlakten om een economisch leefbare (rendabele) exploitatie te kunnen realiseren. Een aangepaste tariefstructuur komt dan ook tegemoet aan de doelstelling van een evenwichtige spreiding van de belastingdruk.
Voor deze belasting moet elke belastingplichtige aangifte doen. Als er geen, geen tijdige of een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte werd gedaan, kan de gemeente de belasting ambtshalve vestigen op basis van de gegevens waarover de administratie beschikt. Omdat deze procedure van ambtshalve vestiging heel wat extra werklast inhoudt voor de gemeente, wordt in die gevallen een belastingverhoging van 50% toegepast.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 heft de gemeente Arendonk een gemeentebelasting op bedrijfsvestigingen.
De belasting wordt gevorderd van:
§1. elke natuurlijke persoon die in hoofd- of bijberoep een zelfstandige beroepswerkzaamheid uitoefent of die een of meerdere daden heeft gesteld die de uitoefening van een zelfstandige beroepswerkzaamheid toelaten, kunnen toelaten of doen vermoeden en die op 1 januari van het aanslagjaar, op het grondgebied van de gemeente Arendonk, een of meerdere vestigingen heeft, gebruikt voor de uitoefening van de zelfstandige beroepswerkzaamheid of voorbehouden tot het gebruik voor de (mogelijke) uitoefening van de (een) zelfstandige beroepswerkzaamheid.
Natuurlijke personen die in de Kruispuntbank van Ondernemingen staan ingeschreven met de hoedanigheid 'onderworpen aan btw' en/of de hoedanigheid 'inschrijvingsplichtige onderneming' worden meegerekend tot de zelfstandigen bedoeld in artikel 1, §1, eerste lid van dit reglement.
§2. elke rechtspersoon naar Belgisch of buitenlands recht onderworpen aan de vennootschapsbelasting, inclusief de rechtspersoon die in vereffening is gesteld, en die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente Arendonk een of meerdere vestigingen heeft, door voornoemde rechtspersoon gebruikt of tot zijn gebruik voorbehouden.
De rechtspersonen vermeld in de artikelen 180 tot en met 182 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn niet belastingplichtig in de zin van artikel 1, §2, eerste lid van dit reglement.
§3. elke rechtspersoon naar Belgisch of buitenlands recht die een winstoogmerk heeft, maar niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, inclusief de rechtspersoon die in vereffening is gesteld, en die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente Arendonk een of meerdere vestigingen heeft, door voornoemde rechtspersoon gebruikt of tot zijn gebruik voorbehouden.
De rechtspersonen vermeld in de artikelen 180 tot en met 182 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn niet belastingplichtig in de zin van artikel 1, §3, eerste lid van dit reglement.
Elke belastingplichtige is de belasting verschuldigd per afzonderlijke vestiging hoe ook genoemd, die door hem/haar wordt gebruikt of tot gebruik wordt voorbehouden en op het grondgebied van de gemeente Arendonk is gelegen.
Elke belastingplichtige, vermeld in artikel 1, wordt geacht over een belastbare vestiging te beschikken, waarvoor minstens de minimumbelasting verschuldigd is.
Een belastbare vestiging is elke oppervlakte die voor beroeps- of bedrijfsdoeleinden is bestemd of in het kader van beroeps- of bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, tot gebruik is voorbehouden of bijdraagt tot de realisatie/uitvoering van de beroeps- of bedrijfsdoeleinden.
Onder een oppervlakte wordt het volgende verstaan: elk (gedeelte van een) onroerend goed, elke lokaliteit of ruimte onder gelijk welke vorm en die individueel of collectief wordt gebruikt of kan gebruikt worden, met inbegrip van de plaats of het adres waarop een maatschappelijke of administratieve zetel gevestigd is.
Onder 'gebruik' moet elke vorm van gebruik worden verstaan, met inbegrip van onder meer het gebruik als (toegangs)weg, parking, plantsoen, grasstrook, groenzone, vijver, sportterrein, laad-, los- of stortplaats, opslag- of overslagruimte, bufferzone, weiland, conciërgewoning.
Om belastbaar te zijn, volstaat het dat een oppervlakte eventueel (nog) kan gebruikt worden, ook al wordt deze oppervlakte op 1 januari van het aanslagjaar niet effectief gebruikt (bv. braakliggende of woeste gronden, improductieve oppervlakte, oppervlakte zonder economisch rendabel nut of gebruik).
Aan elkaar grenzende oppervlakten worden als één vestiging beschouwd, op voorwaarde dat deze oppervlakten niet van elkaar gescheiden zijn door een openbare weg of een openbare waterloop. Twee of meer oppervlakten met elkaar verbonden door het bestaan van een wettelijk toegekende wegvergunning, worden beschouwd als één enkele vestiging.
Met wegvergunning wordt bedoeld: een vaste en duurzame constructie onder, op of boven de openbare weg en/of openbare waterloop (bv. tunnel, overbrugging).
Een belastingplichtige van wie de beroeps- of bedrijfsdoeleinden uitsluitend een ambulant karakter hebben, heeft een belastbare vestiging op het adres van zijn/haar in de gemeente Arendonk gelegen maatschappelijke zetel of verblijfplaats (waar in het kader van de beroeps- of bedrijfsdoeleinden de opslag van goederen of materiaal, de voorbereiding, de planning, de organisatie, de administratieve ondersteuning of het beheer in de ruimste zin gebeuren of kunnen gebeuren).
Vestigingseenheden waarvoor een bedrijf een inschrijving heeft in de Kruispuntbank van Ondernemingen, worden meegerekend tot de vestigingen bedoeld in artikel 2.
De belasting wordt vastgesteld rekening houdend met de totale belastbare gebouwde en/of ongebouwde oppervlakte van het goed waarop de vestiging zich bevindt.
Voor de vaststelling van de belastbare gebouwde oppervlakte van het goed waarop de vestiging zich bevindt, wordt in voorkomend geval de oppervlakte gemeten van elk ondergrondse en bovengrondse bouwlaag met inbegrip van de buitenmuren, evenals van het gebruikte dak, doch met uitsluiting van het gedeelte dat uitsluitend als woongelegenheid van de belastingplichtige – natuurlijke persoon – wordt gebruikt.
De dakoppervlakte is niet belastbaar onder de volgende voorwaarden die gelijktijdig dienen vervuld te zijn: (1) de dakoppervlakte doet in eerste instantie dienst als overdekking of bovenafsluiting van de onder het dak liggende oppervlakten en wordt gebruikt louter in functie van of is tot gebruik voorbehouden van de onder het dak liggende oppervlakte, (2) het dak is niet vrij bereikbaar voor externen en bezoekers van de belastingplichtige én (3) de belastingplichtige heeft op dezelfde vestiging een oppervlakte ter beschikking voor minstens de dakoppervlakte.
De oppervlakte die gemeenschappelijk door meerdere belastingplichtigen gebruikt wordt of ter beschikking is, wordt in hoofde van iedere belastingplichtige belast pro rata van de door hem/haar exclusief gebruikte of ter beschikking zijnde gebouwde en ongebouwde oppervlakten.
Indien de gemeenschappelijke oppervlakte eveneens gebruikt wordt door, of ter beschikking is van niet-belastingplichtigen, dan wordt bij de vaststelling van de belastbare oppervlakte het gedeelte van de gemeenschappelijke oppervlakte dat pro rata kan worden toegewezen aan niet-belastingplichtigen in mindering gebracht.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt als volgt bepaald:
De fractie van 1 m² wordt als 1 m² beschouwd.
Vestigingen met een oppervlakte van meer dan 200 000 m² (20 ha) worden belast op basis van
16 000 euro voor de eerste 200 000 m² (20 ha), verhoogd met 5 euro per 100 m² (1 are) of gedeelte van 100 m² (1 are) voor de schijf van de oppervlakte boven de 200 000 m² (20 ha).
De bedragen vermeld in dit artikel worden geïndexeerd zoals bepaald in artikel 4 van dit reglement.
In afwijking van het bepaalde in artikel 5 gelden voor de agrarische bedrijven volgende heffingen:
basisbedrag: 85 euro, vermeerderd met:
De bedragen vermeld in dit artikel worden geïndexeerd zoals bepaald in artikel 4 van dit reglement.
Voor de toepassing van artikel 6 wordt het volgende verstaan onder:
Voor de begrippen van artikel 7 gelden volgende bepalingen:
Voor de hierboven vermelde begrippen gelden volgende bepalingen:
In afwijking van het bepaalde in artikel 5 gelden voor de openluchtrecreatieve bedrijven volgende heffingen:
Vestigingen met een oppervlakte van meer dan 200 000 m² (20 ha) worden belast op basis van 1 500 euro voor de eerste 200 000 m² (20 ha), verhoogd met 25 euro per 10 000 m² (1 ha) of gedeelte van 10 000 m² (1 ha) voor de schijf van de oppervlakte boven de 200 000 m² (20 ha).
De bedragen vermeld in dit artikel worden geïndexeerd zoals bepaald in artikel 4 van dit reglement.
Voor de toepassing van artikel 9 wordt het volgende verstaan onder:
Voor de begrippen van artikel 10 gelden volgende bepalingen:
Belastingplichtigen die door de aard en voor de uitvoering van hun bedrijvigheid ook oppervlakte gebruiken voor landbouw en/of tuinbouw en/of openluchtrecreatie zoals bedoeld in artikelen 7, 8, 10 en 11 worden - naast de reglementaire taxatie voor de andere belastbare oppervlakten - voor bedoelde oppervlakten belast tegen het tarief voor agrarische bedrijven en/of openluchtrecreatieve bedrijven.
De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de belastingplicht en de belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het gehele jaar. Het feit dat in de loop van het aanslagjaar een natuurlijke persoon zijn/haar hoedanigheid van zelfstandige beëindigt, een vennootschap ophoudt te bestaan, de belastbare oppervlakte vermindert en/of een belastbare vestiging wordt gesloten of verlaten, geeft geen aanleiding tot enige belastingvermindering of teruggave.
Indien bewezen wordt dat een natuurlijke persoon zijn/haar mogelijkheid tot uitoefening van een zelfstandige beroepswerkzaamheid uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar volledig en definitief beëindigde of indien bewezen wordt dat een vennootschap uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar volledig en definitief ophield te bestaan, gaat de hoedanigheid van belastingplichtige verloren. Bij een tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden of bij een inactiviteit of zolang de vereffening van een vennootschap niet is afgesloten, blijft de hoedanigheid van belastingplichtige verder bestaan.
§1. Elke belastingplichtige, vermeld in artikel 1, moet jaarlijks ten laatste op 30 juni van ieder aanslagjaar per afzonderlijke vestiging aangifte doen.
De aangifte moet de volgende gegevens vermelden:
De aangifte moet ingediend worden op één van volgende manieren:
§2. De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier, dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar.
§3. Op basis van eerder gekende gegevens, kan het gemeentebestuur aan de belastingplichtige een voorstel van aangifte bezorgen.
Als de gegevens op het voorstel van aangifte niet correct zijn, moet de belastingplichtige dat gecorrigeerd en ondertekend terugbezorgen aan de gemeente ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde voorstel van aangifte geldt in dat geval als aangifte.
Als alle gegevens op het voorstel van aangifte correct zijn, moet de belastingplichtige dat niet terugbezorgen. In dat geval is automatisch aan de aangifteplicht voldaan en wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het door de gemeente verstuurde voorstel van aangifte.
§4. Voor elke vestiging waarvoor een belastingplichtige geen aangifteformulier of geen voorstel van aangifte heeft ontvangen, moet de belastingplichtige zelf aangifte doen zoals bepaald in artikel 14 §1. Hij kan daartoe een blanco aangifteformulier aanvragen via belastingen@arendonk.be. Een blanco aangifteformulier is ook terug te vinden op de website van de gemeente.
§5. Bij betwisting is het de belastingplichtige die moet bewijzen dat de aangifte tijdig en correct werd ingediend.
§1. De gemeente kan de belasting ambtshalve vestigen op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt:
§2. Voor overgegaan wordt tot de ambtshalve vestiging van de belastingaanslag, brengt de gemeente de belastingplichtige per aangetekend schrijven op de hoogte van de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
§3. De ambtshalve gevestigde belasting wordt verhoogd met 50%. Deze verhoging wordt per vestiging toegepast. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk bezwaar indienen tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of via e-mail aan belastingen@arendonk.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.
Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.
Bij betwisting is het de belastingschuldige die moet bewijzen dat het bezwaar tijdig werd ingediend.
Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift stuurt de gemeente een schriftelijke ontvangstmelding. Indien de ontvangstmelding niet is ontvangen na deze termijn, is het aan de indiener van het bezwaar om te informeren of het bezwaar al dan niet is ontvangen door de gemeente.
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het gemeentelijk belastingreglement op bedrijven, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het reglement gemeentelijke activeringsheffing van 12 december 2022 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een activeringsheffing heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
Het decreet grond- en pandenbeleid voorziet een activeringstoezicht en activeringsheffing. De gemeente acht het wenselijk om potentiële woonlocaties vrij te maken en om grondspeculatie tegen te gaan. Het is wenselijk om realiseerbare onbebouwde gronden en onbebouwde kavels te activeren in de gemeente. Een activeringsheffing laat de gemeente toe om de eigenaars van die gronden en kavels daartoe aan te sporen.
Het decreet grond- en pandenbeleid voorziet in art. 3.2.5. §1, 1° een minimale heffing van 12,50 euro per strekkende meter lengte van de bouwgrond of kavel palende aan de openbare weg en in 3° een minimale heffing van 125 euro per bouwgrond of kavel gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index. Het bedrag stemt overeen met de index van november 2008 (= 695). Het bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat.
Op deze wijze moest de minimale heffing op 1 januari 2023 18,06 euro per strekkende meter en minimaal 180,58 euro per bouwgrond of kavel moeten bedragen (ABEX-index november 2022 = 1400). Met het gemeenteraadsbesluit van 12 december 2022 werd het gemeentelijk tarief aangepast naar 19 euro per strekkende meter met een minimum van 190 euro meter per bouwgrond of kavel. De tarieven worden vanaf 2026 jaarlijks aangepast aan de evolutie van de ABEX-index.
Belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 heft de gemeente Arendonk een jaarlijkse gemeentebelasting, zijnde de activeringsheffing, op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.
Voor de toepassing van dit reglement worden de volgende begrippen gebruikt:
De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor deze belasting. De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar. Wijzigingen in de loop van het aanslagjaar geven geen aanleiding tot belastingvermindering of teruggave.
Belastingplichtige
§1. De belastingplichtige is de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de bouwgrond of kavel. Indien er een vruchtgebruik, erfpacht of een recht van opstal bestaat, is de vruchtgebruiker, de erfpachter of opstalhouder de belastingplichtige.
§2. Als er meerdere belastingplichtigen zijn, wordt de belasting uitgesplitst volgens het aandeel van elke belastingplichtige in de eigendom. Elke (mede-)eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belasting.
§3. De overdrager van enig zakelijk recht moet per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Tarief
De belasting bedraagt 19 euro per strekkende meter lengte van de bouwgrond of kavel palende aan de openbare weg. De minimale aanslag bedraagt 190 euro per bouwgrond of kavel.
Indien een perceel paalt aan twee of meer straten, zal de grootste perceellengte langs één van die straten als grondslag voor de belastingberekening in aanmerking genomen worden. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de grootste van de rechte perceellengte in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de ABEX-index (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Vrijstellingen
§1. De belasting is niet verschuldigd door:
§2. De belasting wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd:
§3. Indien sommige mede-eigenaars krachtens de bovenstaande bepalingen zijn vrijgesteld, wordt de belasting enkel gevorderd van de niet-vrijgestelde mede-eigenaars, in verhouding tot hun aandeel in het belaste perceel.
Aangifteprocedure
§1. De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 30 september van ieder aanslagjaar aangifte doen van zijn onbebouwde bouwgrond(en) of kavel(s) op het grondgebied van de gemeente.
De aangifte moet de volgende gegevens vermelden:
De aangifte moet ingediend worden op één van volgende manieren:
§2. Op basis van eerder gekende gegevens, kan het gemeentebestuur aan de belastingplichtige een voorstel van aangifte bezorgen.
Als de gegevens op het voorstel van aangifte niet correct zijn en/of de belastingplichtige recht heeft op een vrijstelling, moet de belastingplichtige dat gecorrigeerd en ondertekend terugbezorgen aan de gemeente ten laatste op 30 september van het aanslagjaar. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde voorstel van aangifte geldt in dat geval als aangifte.
Als alle gegevens op het voorstel van aangifte correct zijn en de belastingplichtige geen recht heeft op een vrijstelling, moet de belastingplichtige dat niet terugbezorgen. In dat geval is automatisch aan de aangifteplicht voldaan en wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het door de gemeente verstuurde voorstel van aangifte.
§3. Een belastingplichtige die geen voorstel van aangifte heeft ontvangen, moet zelf aangifte doen zoals bepaald in artikel 5 §1. Hij kan daartoe een aangifteformulier aanvragen via omgeving@arendonk.be.
§4. Bij betwisting is het de belastingplichtige die moet bewijzen dat de aangifte tijdig en correct werd ingediend.
Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk bezwaar indienen tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of via e-mail aan belastingen@arendonk.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.
Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.
Bij betwisting is het de belastingschuldige die moet bewijzen dat het bezwaar tijdig werd ingediend.
Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift stuurt de gemeente een schriftelijke ontvangstmelding.
Inwerkingtreding
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het reglement gemeentelijke activeringsheffing, goedgekeurd door de gemeenteraad op 12 december 2022 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Bekendmaking
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk belastingreglement op niet bebouwde gronden in gebieden bestemd voor industrie van 12 december 2022 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een gemeentebelasting op niet bebouwde gronden in gebieden voor industrie heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
De gemeente acht het wenselijk om het vrijkomen van gronden voor industrie op het grondgebied van de gemeente te bevorderen. Een belasting op niet bebouwde gronden in gebieden bestemd voor industrie laat de gemeente toe om de eigenaars van die gronden daartoe aan te sporen.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 heft de gemeente Arendonk een gemeentebelasting op de niet bebouwde gronden gelegen in gebieden bestemd voor industrie volgens het plannenregister en palend aan een openbare weg die voldoende is uitgerust, zoals bepaald in artikel 4.3.5., §1 VCRO.
Als niet bebouwde grond wordt beschouwd elke grond waarop de oprichting van een voor handel, ambacht of industrie bestemd gebouw niet is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar waarop de belasting slaat.
De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de belastingplicht. De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar. Wijzigingen in de loop van het aanslagjaar geven geen aanleiding tot belastingvermindering of teruggave.
Belastingplichtige
§1. De belastingplichtige is de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de grond. Indien er een vruchtgebruik, erfpacht of een recht van opstal bestaat, is de vruchtgebruiker, de erfpachter of opstalhouder de belastingplichtige.
§2. Als er meerdere belastingplichtigen zijn, wordt de belasting uitgesplitst volgens het aandeel van elke belastingplichtige in de eigendom. Elke (mede-)eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belasting.
§3. De overdrager van enig zakelijk recht moet per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Tarief
De belasting bedraagt 25 euro per strekkende meter lengte van de grond palende aan de openbare weg. De minimale aanslag bedraagt 250 euro per grond.
Indien een niet bebouwde grond paalt aan twee of meer straten, zal de grootste perceellengte langs één van die straten als grondslag voor de belastingberekening in aanmerking genomen worden. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de grootste van de rechte perceellengte in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Vrijstellingen
§1. De belasting is niet verschuldigd door:
§2. De belasting wordt niet geheven op:
§3. Indien sommige mede-eigenaars krachtens de bovenstaande bepalingen zijn vrijgesteld, wordt de belasting enkel gevorderd van de niet-vrijgestelde mede-eigenaars, in verhouding tot hun aandeel in het belaste eigendom.
Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk bezwaar indienen tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of via e-mail aan belastingen@arendonk.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.
Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.
Bij betwisting is het de belastingschuldige die moet bewijzen dat het bezwaar tijdig werd ingediend.
Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift stuurt de gemeente een schriftelijke ontvangstmelding.
Inwerkingtreding
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het belastingreglement op niet bebouwde gronden in gebieden bestemd voor industrie, goedgekeurd door de gemeenteraad op 12 december 2022 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Bekendmaking
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het reglement gemeentelijke leegstandsheffing van 12 december 2022 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een leegstandsheffing heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
Het is wenselijk dat de woningen en gebouwen in de gemeente optimaal benut worden. De gemeente wenst leegstand van woningen en gebouwen te voorkomen en te bestrijden.
Daarvoor beschikt de gemeente sedert het gemeenteraadsbesluit van 20 december 2010 over een gemeentereglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen. Dit reglement werd herzien door de gemeenteraad op 18 november 2013, 11 september 2017, 18 november 2019 en 14 december 2020.
Daarnaast beschikt de gemeente sedert de gemeenteraadsbesluiten van 20 december 2010, 16 december 2013, 11 september 2017, 18 november 2019, 14 december 2020, 8 november 2021 en 12 december 2022 over een gemeentelijke leegstandsheffing. Deze leegstandsheffing heeft zijn gewenst beleidseffect en het is wenselijk deze leegstandsheffing te behouden.
Om leegstand te voorkomen en te bestrijden verhoogt de leegstandsheffing telkens per opeenvolgende termijn van 12 maanden dat het gebouw of de woning in het leegstandsregister staat, maar omwille van het redelijkheidsbeginsel blijft deze verhoging beperkt tot maximum 3,5 maal het basisbedrag en dit na een aanhoudende leegstand van meer dan zes jaar.
De vrijstellingen in dit reglement sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Belastbaar feit
§1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting, zijnde de leegstandsheffing, gevestigd op de gebouwen en woningen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende 12 opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
§3. Zolang de woning of het gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd op de verjaardag van de opnamedatum.
§4. Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.
§5. Voor de toepassing van dit reglement worden de volgende begrippen gebruikt:
Belastingplichtige
§1. De belastingplichtige is de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de houder van het zakelijk recht, vermeld in §1, op de verjaardag van de opnamedatum, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.
§3. Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
§4. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan voorafgaand aan de overdracht in kennis stellen dat het gebouw of de woning is opgenomen in het leegstandsregister.
Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Tarief
De belasting bedraagt:
Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een vierde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een vijfde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een zesde of volgende opeenvolgende termijn van 12 maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Vrijstellingen
§1. De belasting is niet verschuldigd door:
§2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
§3. Het verkrijgen van een vrijstelling voor één of meerdere aanslagjaren, doet geen afbreuk aan het gegeven dat de berekening van de leegstandsheffing, in het bijzonder de tariefverhoging, zoals bepaald in artikel 3, doorloopt.
Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk bezwaar indienen tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of via e-mail aan belastingen@arendonk.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.
Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.
Bij betwisting is het de belastingschuldige die moet bewijzen dat het bezwaar tijdig werd ingediend.
Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift stuurt de gemeente een schriftelijke ontvangstmelding.
Inwerkingtreding
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het reglement gemeentelijke leegstandsheffing, goedgekeurd door de gemeenteraad op 12 december 2022 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Bekendmaking
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het reglement gemeentelijke heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen van 12 december 2022 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
Sinds 2017 is het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen en de uitvoering daarvan overgeheveld van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau. De decretale bepalingen in verband met de gewestelijke verkrottingsheffing op verwaarloosde gebouwen en woningen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit werden daarmee opgeheven. Op grond van de gemeentelijke fiscale autonomie kan de gemeente een heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen innen. De gemeente stelde een gemeentelijke heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen voor de eerste maal in op 11 september 2017 voor de aanslagjaren 2017 tot en met 2019. Op die wijze werd het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen gecontinueerd op het gemeentelijk niveau. Deze gemeentelijke heffing heeft zijn gewenst beleidseffect en werd verlengd voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
De gemeente beschikt sedert het gemeenteraadsbesluit van 11 september 2017 over een gemeentereglement inzake het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Dit reglement werd herzien door de gemeenteraad op 18 november 2019, 14 december 2020, 8 november 2021 en 12 december 2022.
De gemeente wenst verwaarlozing van gebouwen en woningen te voorkomen en te bestrijden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.
Om langdurige verwaarlozing te voorkomen en te bestrijden verhoogt de gemeentelijke heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen telkens per opeenvolgende termijn van 12 maanden dat het gebouw of de woning in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen staat, maar omwille van het redelijkheidsbeginsel blijft deze verhoging beperkt tot maximum 3,5 maal het basisbedrag en dit na een aanhoudende verwaarlozing van meer dan zes jaar.
De vrijstellingen in dit reglement sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Belastbaar feit
§1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting, zijnde de heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen, gevestigd op de gebouwen en woningen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
§2. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende 12 opeenvolgende maanden is opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§3. Zolang het gebouw of de woning niet uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is geschrapt, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd op de verjaardag van de opnamedatum.
§4. Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.
§5. Voor de toepassing van dit reglement worden de volgende begrippen gebruikt:
Belastingplichtige
§1. De belastingplichtige is de houder van het zakelijk recht betreffende het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen is geschrapt, is de houder van het zakelijk recht op de verjaardag van de opnamedatum, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.
§3. Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
§4. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan voorafgaand aan de overdracht in kennis stellen dat het gebouw of de woning is opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Tarief
De belasting bedraagt:
Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen is opgenomen, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen is opgenomen, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een vierde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen is opgenomen, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een vijfde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen is opgenomen, bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een zesde of volgende opeenvolgende termijn van 12 maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen is opgenomen, bedraagt de belasting:
Voor elk gebouw dat of elke woning die opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen en op 31 december 2016 nog opgenomen was in de gewestelijke inventaris van verwaarloosde gebouwen en/of woningen, wordt de belasting vermeerderd met 600 euro per volledige termijn van 12 maanden dat de woning of het gebouw in de gewestelijke inventaris van verwaarloosde gebouwen en/of woningen was opgenomen.
Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Vrijstellingen
§1. De belasting is niet verschuldigd door:
§2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
§3. Het verkrijgen van een vrijstelling voor één of meerdere aanslagjaren, doet geen afbreuk aan het gegeven dat de berekening van de heffing op verwaarloosde gebouwen of woningen, in het bijzonder de tariefverhoging, zoals bepaald in artikel 3, doorloopt.
Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk bezwaar indienen tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of via e-mail aan belastingen@arendonk.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.
Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.
Bij betwisting is het de belastingschuldige die moet bewijzen dat het bezwaar tijdig werd ingediend.
Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift stuurt de gemeente een schriftelijke ontvangstmelding.
Inwerkingtreding
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het reglement gemeentelijke heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 12 december 2022 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Bekendmaking
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het reglement gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten van 18 november 2019 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
Terwijl de aanpak van de leegstand en verwaarlozing van gebouwen en woningen een gemeentelijke bevoegdheid is, voert het Vlaamse Gewest een beleid inzake de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. Het decreet van 19 april 1995 regelt de inventarisatie van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsgebouwen. De inventaris wordt beheerd door Vlaanderen op basis van de vaststellingen van de gemeente. De Vlaamse Codex Fiscaliteit regelt een Vlaamse belasting op de geïnventariseerde bedrijfsgebouwen. De gemeenten kunnen opcentiemen heffen op de Vlaamse basisheffing.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten voordele van de gemeente Arendonk 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsgebouwen.
De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Dit reglement wordt aan de Vlaamse Belastingdienst bezorgd.
Het gemeentelijk belastingreglement op tweede verblijven van 12 december 2022 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een belasting op tweede verblijven heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
Een tweede verblijf wordt niet gebruikt als hoofdverblijfplaats waardoor de eigenaar niet bijdraagt in de aanvullende personenbelasting, maar de gebruiker (eigenaar, huurder ...) van het tweede verblijf maakt wel gebruik van de gemeentelijke infrastructuur en dienstverlening. Om deze reden is het billijk dat zij daar ook een bijdrage in leveren en een belasting op tweede verblijven te heffen.
De tweede verblijven die gelegen zijn in woongebied, recreatiegebied of industriegebied (zg. harde bestemmingszones) zijn gelegen binnen de daarvoor voorziene ruimtelijke en naar de stedenbouwkundige normen uitgeruste bestemmingszone. Deze gebieden zijn daar qua voorzieningen en infrastructuur voor uitgerust. De tweede verblijven die gelegen zijn in natuurgebied, bosgebied, natuurreservaat, parkgebied of landbouwgebied zijn gelegen buiten de daarvoor voorziene ruimtelijke en naar de stedenbouwkundige normen uitgeruste bestemmingszone en zijn dus zonevreemd. Deze gebieden zijn daar qua voorzieningen en infrastructuur meestal niet voor uitgerust. De ruimtelijke impact van deze tweede verblijven op hun omgeving is dan ook veel groter, hetgeen een tariefdifferentiatie verantwoordt.
Een vrijstelling is voorzien voor onder meer toeristische logies die onder het toepassingsgebied vallen van de gemeentelijke belasting bedrijven.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 heft de gemeente Arendonk een gemeentebelasting op de tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger zijn ingeschreven.
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke constructie met woon- of verblijfsgelegenheid, waarvan de gebruikers niet voor hun hoofdverblijf zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters, het vreemdelingenregister of het wachtregister op 1 januari van het aanslagjaar. Ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, eengezinswoningen, appartementen, bungalows, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets, caravans en alle andere woon-, recreatie- of verblijfsgelegenheden met hun bijgebouwen en ongeacht of de constructie in goede staat verkeert.
De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de belastingplicht. De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar. Wijzigingen in de loop van het aanslagjaar geven geen aanleiding tot belastingvermindering of teruggave.
Belastingplichtige
§1. De belastingplichtige is de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf. Indien er een vruchtgebruik, erfpacht of een recht van opstal bestaat, is de vruchtgebruiker, de erfpachter of opstalhouder de belastingplichtige. De belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of tijdelijk niet gebruikt wordt.
§2. Als er meerdere belastingplichtigen zijn, wordt de belasting uitgesplitst volgens het aandeel van elke belastingplichtige in de eigendom. Elke (mede-)eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belasting.
§3. De belastingplicht geldt ongeacht het feit of de belastingplichtige al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.
§4. De overdrager van enig zakelijk recht moet per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Tarief
De belasting bedraagt 600 euro per tweede verblijf gelegen in de daartoe voorziene en naar de stedenbouwkundige normen uitgeruste, harde ruimtelijke bestemmingszones zoals woongebied, recreatiegebied en industriegebied.
De belasting bedraagt 850 euro per tweede verblijf gelegen buiten de daartoe voorziene en naar de stedenbouwkundige normen uitgeruste bestemmingszone of gelegen binnen ruimtelijk kwetsbaar gebied zoals agrarisch gebied, natuurgebied, bosgebied, natuurreservaat, parkgebied.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk bezwaar indienen tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of via e-mail aan belastingen@arendonk.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.
Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.
Bij betwisting is het de belastingschuldige die moet bewijzen dat het bezwaar tijdig werd ingediend.
Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift stuurt de gemeente een schriftelijke ontvangstmelding.
Inwerkingtreding
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het belastingreglement op tweede verblijven, goedgekeurd door de gemeenteraad op 12 december 2022 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Bekendmaking
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen bij woningen en andere functies van 18 november 2019 geldt tot en met aanslagjaar 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een gemeentebelasting op het ontbreken van parkeerplaatsen bij woningen en andere functies heffen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente Arendonk te financieren. De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, rechtvaardigt een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
De gemeente heeft een stedenbouwkundige verordening inzake parkeren en stallen van auto's en fietsen en realisatie van bergruimten bij woningen en andere functies. De parkeerbehoefte van private projecten moet op het eigen terrein opgevangen worden en mag niet afgewend worden op het openbaar domein. Bewoners en gebruikers die niet over een parkeerplaats beschikken aan hun woning, handelsruimte, kantoor of dergelijke nemen het openbaar domein in. Het is wenselijk dat personen die permanent het openbaar domein innemen bij gebrek aan eigen parkeerruimte, hiervoor een bijdrage leveren om nieuwe parkeerplaatsen te kunnen inrichten. De belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen is een sturende belasting, waarbij het uiteindelijke doel een nulopbrengst is en waarbij ervan uitgegaan wordt dat toekomstige bouwheren eerder zullen verkiezen te voorzien in afdoende parkeergelegenheden of andere vormen van mobiliteit, zoals deelauto's, dan wel de belasting te betalen. Met de opbrengst van de belasting kan door het gemeentebestuur voorzien worden in de aankoop van gronden voor en de aanleg van publieke parkeerplaatsen of in andere vormen van duurzame mobiliteit.
Het tariefonderscheid tussen een ontbrekende bovengrondse parkeerplaats, ondergrondse parkeerplaats of fietsstalplaats vindt zijn basis in het ruimtebeslag en de werkelijke kostprijs om dergelijke plaats te realiseren.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 heft de gemeente Arendonk een gemeentebelasting op het ontbreken van voldoende parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij het optrekken van nieuwe gebouwen en bij het uitvoeren van verbouwingswerken, evenals bij het wijzigen van het aantal woongelegenheden, van de bestemming van bestaande gebouwen of van de parkeerplaats(en) of fietsstalplaats(en).
De normen, de afmetingen en de ligging van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen zijn vastgelegd in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake parkeren en stallen van auto's en fietsen en realisatie van bergruimten bij woningen en andere functies.
Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen verleend volgens de bepalingen van de stedenbouwkundige verordening inzake parkeren en stallen van auto's en fietsen en realisatie van bergruimten bij woningen en andere functies en:
a) die, op grond van deze vergunning, ontheven wordt van de verplichting of in de onmogelijkheid verkeert één of meer van de in de stedenbouwkundige verordening voorgeschreven parkeerplaatsen of fietsstalplaatsen aan te leggen;
b) die één of meer van de in de omgevingsvergunning verplicht aan te leggen parkeerplaatsen of fietsstalplaatsen niet heeft aangelegd.
§2. De belasting is verschuldigd door de titularis van een zakelijk recht inzake een parkeerplaats of fietsstalplaats, die een bestemmingswijziging doorvoert aan één of meer parkeerplaatsen of fietsstalplaatsen, dusdanig dat niet meer voldaan wordt aan de verleende omgevingsvergunning.
§3. De belasting is solidair verhaalbaar op de rechtsopvolgers ten algemene of bijzondere titel van voormelde belastingplichtigen.
Belastbaar tijdstip
De belasting is verschuldigd:
a) nadat aanvang werd genomen met de uitvoering van de verleende omgevingsvergunning;
b) op het ogenblik dat de bestemming van een aangelegde parkeer- en/of fietsstalplaats gewijzigd wordt;
c) op het ogenblik dat vastgesteld wordt dat de in de verleende omgevingsvergunning voorziene parkeer- en/of fietsstalplaats niet werd aangelegd en het gebouw reeds in gebruik genomen werd.
Tarief
De belasting bedraagt:
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk bezwaar indienen tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of via e-mail aan belastingen@arendonk.be. Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd wil worden op een hoorzitting om zijn standpunt uiteen te zetten, moet hij dat in zijn bezwaarschrift vragen.
Het bezwaar moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.
Bij betwisting is het de belastingschuldige die moet bewijzen dat het bezwaar tijdig werd ingediend.
Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift stuurt de gemeente een schriftelijke ontvangstmelding.
Inwerkingtreding
Dit reglement is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Het belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen bij woningen en andere functies, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Bekendmaking
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het DIFTAR-systeem impliceert dat huisvuil aangeboden moet worden in een daartoe voorziene huisvuilcontainer met elektronische gegevensdrager, waarbij het aangeboden afval wordt gewogen en geregistreerd. Bij grote(re) appartementsgebouwen en gebouwencomplexen geniet echter de collectieve inzameling aan de hand van ondergrondse huisvuilcontainer(s) de voorkeur. Zo kan er vermeden worden dat grote aantallen containers op één plaats langs de openbare weg worden aangeboden. In dat geval zal er geen individuele huisvuilcontainer maar een toegangspas uitgereikt worden waarmee er toegang verleend wordt tot de ondergrondse huisvuilcontainer. Het aangeboden huisvuil wordt ofwel gewogen ofwel geregistreerd per volume aan de hand van de toegangspas voor 30 of 60 liter. Dit volume refereert naar de schuifgroottes die in de ondergrondse huisvuilcontainer is voorzien. Op basis van de programmatie van de toegangspas gaat de bijhorende schuif open.
Het thuiscomposteren van het gft heeft de voorkeur op de selectieve inzameling. Bijgevolg heeft elke inwoner van de gemeente Arendonk de keuze tussen gratis thuiscomposteren en betalende huis-aan-huisinzameling van gft. In dit laatste geval dient het gft, analoog als bij huisvuil, aangeboden te worden in een daartoe voorziene gft-container met elektronische gegevensdrager, waarbij het aangeboden afval wordt gewogen en geregistreerd.
Bij grote(re) appartementsgebouwen en gebouwencomplexen geniet echter de collectieve inzameling aan de hand van (een) bovengrondse verzamelcontainer(s) voor gft de voorkeur. Zo kan er vermeden worden dat grote aantallen containers op één plaats langs de openbare weg worden aangeboden. In dat geval zal er geen individuele gft-container maar een toegangspas uitgereikt worden waarmee er toegang verleend wordt tot de bovengrondse verzamelcontainer voor gft. Het aangeboden gft wordt geregistreerd aan de hand van de toegangspas en op basis van volume. Op basis van de programmatie van de toegangspas gaat de schuif open.
Daarnaast wordt grof vuil en groot selectief afval tevens huis-aan-huis ingezameld, gewogen en geregistreerd binnen het DIFTAR-systeem.
Tot slot worden verschillende afvalstoffen huis-aan-huis, via wijkinzameling of selectief via het recyclagepark ingezameld.
De kosten van inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden verhaald op de aanbieders. Dit gebeurt aan de hand van een vaste en een variabele contantbelasting. De variabele contantbelasting wordt gedifferentieerd in functie van de afvalstof en in functie van het aangeboden gewicht of volume. Hierdoor kan de gemeente deels het principe “de vervuiler betaalt” toepassen, waarbij prioriteit verleend wordt aan afvalvoorkoming, in tweede instantie hergebruik en tenslotte recyclage van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen.
Een vaste contantbelasting is verschuldigd voor:
Voor de ophaling en verwerking van het aangeboden huisvuil, gft en grof vuil is een contantbelasting voor de ingezamelde hoeveelheden afval verschuldigd. De verrekening gebeurt per kilogram of per volume, met de mogelijkheid voor de aanrekening van een bijkomende aanrijkost voor de fracties andere dan huisvuil of gft. Bij de vaststelling van de kilogramtarieven wordt er rekening gehouden met de minimum- en maximumtarieven die vastgelegd zijn in het VLAREMA. Deze kunnen jaarlijks geïndexeerd worden. Waar wegen niet mogelijk is bij de ondergrondse huisvuilcontainer, is het kilogramtarief niet van toepassing maar wel een volumetarief op basis van een 30- of 60-liter zak. Deze volumetarieven zijn gebaseerd op het kilogramtarief en worden omgerekend volgens de tabel in bijlage 5.1.4. van het VLAREMA. Deze manier van kostenaanrekening wordt gelijk geacht aan het weegsysteem. De omrekeningtabel stelt dat een huisvuilzak van 60 liter gelijk is aan 7,50 kilogram huisvuil. Een huisvuilzak van 30 liter wordt bijgevolg gelijkgesteld aan 3,75 kilogram huisvuil.
Waar wegen niet mogelijk is bij de bovengrondse verzamelcontainer voor gft, is het kilogramtarief niet van toepassing maar wel een volumetarief. Het volumetarief is gebaseerd op het gemiddeld soortelijk gewicht voor gft vastgelegd op 400 kg/m³
Tot slot zijn er specifieke contantbelastingen voorzien voor :
Bij de vaststelling van de contantbelastingen in dit reglement is de financiële toestand van de gemeente in acht genomen. De kosten van inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wegen zwaar door op de gemeentelijke financiën. De gemeentelijke inkomsten en uitgaven dienen in evenwicht te zijn.
Belastbaar voorwerp en definities
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeem.
Op de afvalstoffen vermeld in dit reglement zijn de definities van het Materialendecreet, het VLAREMA en het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval van toepassing.
Daarnaast wordt in dit reglement verstaan onder:
Belastingplichtigen
De contantbelastingen in artikelen 4 t.e.m. 9 zijn per aansluitpunt verschuldigd door:
De contantbelastingen in artikel 9 zijn per evenement verschuldigd door:
Toekenningsregels
Het huisvuil wordt aangeboden in een huisvuilcontainer, tenzij de belastingplichtige door middel van een toegangspas toegang heeft tot een ondergrondse/bovengrondse verzamelcontainer voor huisvuil. In dit laatste geval wordt er per aansluitpunt één toegangspas op basis van volume of op basis van gewicht ter beschikking gesteld.
Het gft wordt aangeboden in een gft-container, tenzij de belastingplichtige door middel van een toegangspas toegang heeft tot een bovengrondse verzamelcontainer voor gft. In dit laatste geval wordt per aansluitpunt één toegangspas op basis van volume ter beschikking gesteld.
Grof vuil en groot selectief afval worden los aangeboden.
De containers en/of toegangspassen worden in opdracht van de gemeente via IOK Afvalbeheer ter beschikking gesteld en blijven eigendom van IOK Afvalbeheer. Ze bevatten een ingebouwde elektronische gegevensdrager waardoor de identiteit van de normale gebruiker is gekend. Ze behoren toe aan de fysieke locatie (gebouw, infrastructuur of domein) van het aansluitpunt.
Per aansluitpunt zijn de volgende toekenningsregels voor de containers van toepassing:
Gemotiveerde afwijkingen op deze toekenningsregels worden beoordeeld door het college van burgemeester en schepenen.
Vaste kost en gebruiksrecht containers
Per aansluitpunt is een vaste contantbelasting van 3,50 euro per maand verschuldigd voor:
Gebruiksrecht containers:
Indien de belastingsplichtige kiest voor het gebruik van één of meerdere van onderstaande containers is een vaste contantbelasting verschuldigd, die per maand wordt verrekend:
Type container | Tarief per maand |
40 liter container: gft | 1,50 euro voor de eerste container en |
120 liter container: gft | 1,50 euro voor de eerste container en |
1100 liter container: gft | 8 euro voor de eerste container en |
1100 liter container: huisvuil | 8 euro voor de eerste container en |
De tarieven van de vaste kosten en het gebruiksrecht van de containers worden jaarlijks geïndexeerd zoals bepaald in artikel 10.
Slotkosten
Voor het gebruik van een slot is een eenmalige contantbelasting van 40 euro per container verschuldigd.
Variabele kosten
Voor de ingezamelde hoeveelheden afval is een contantbelasting verschuldigd, die na elke aanbieding wordt verrekend. Deze verrekening gebeurt op gewicht of per volume.
De afronding van de kg’s gebeurt conform de toegekende nauwkeurigheidsklassen en afrondingsregels volgens het ijkcertificaat.
|
|
Tarief |
|
container: huisvuil |
0,25 euro per kilogram |
|
container: gft |
0,10 euro per kilogram |
|
ophaling (op afroep): grof vuil/groot selectief afval |
0,25 euro per kilogram, en |
|
Ondergrondse/bovengrondse container met toegangscontrole: huisvuil |
0,90 euro per aanbieding van de toegangspas van 30 liter |
|
1,80 euro per aanbieding van de toegangspas van 60 liter | |
|
Bovengrondse verzamelcontainer met toegangscontrole: gft |
0,40 euro per aanbieding van de toegangspas van 10 liter |
De kilogram- en volumetarieven worden jaarlijks geïndexeerd zoals bepaald in artikel 10.
Vervangings- of herstellingskosten
Voor de vervanging of herstelling van de (onderdelen van een) container of de vervanging van de toegangspas is een contantbelasting verschuldigd:
|
|
40 liter |
120 liter |
240 liter |
1 100 liter |
verzamelcontainer met toegangscontrole |
|
container vervangen (euro/stuk) |
31 |
23 |
35 |
245 |
|
|
chip vervangen (euro/stuk) |
5 |
5 |
5 |
5 |
|
|
slot (euro/stuk) |
40 |
40 |
40 |
40 |
|
|
omruiling (euro/interventie) |
15 |
15 |
15 |
15 |
|
|
toegangspas (euro/stuk) |
|
|
|
|
5 |
De vervangings- of herstellingskosten zijn niet verschuldigd wanneer de containergebruiker of de houder van een toegangspas het bewijs levert dat het verlies of de beschadiging niet werd veroorzaakt door zijn nalatigheid.
Omruilingskosten
De omruiling naar een ander containerformaat is éénmalig gratis bij wijziging van de gezinssituatie of bij aanmelding van nieuwe containergebruikers.
Voor een omruiling om andere redenen is een contantbelasting van 15 euro per container verschuldigd.
Kosten bij evenementen
Containers voor huisvuil en gft kunnen kostenloos aan evenementenorganisators ter beschikking worden gesteld voor het afval dat op het evenement ontstaat. De containers worden ter beschikking gesteld voor een vastgelegde periode.
Voor de ingezamelde hoeveelheden afval is een variabele kost verschuldigd volgens de tarieven vastgelegd in artikel 6.
Indien er vervangings- of herstellingskosten van toepassing zijn worden deze aangerekend volgens de tarieven vastgelegd in artikel 7.
Indexering
De vaste kosten, vermeld in artikel 4, worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex.
De tarieven worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond op 2 cijfers na de komma.
De kilogramtarieven, vermeld in artikel 6, worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex.
De tarieven worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt naar beneden afgerond op 2 cijfers na de komma.
De kilogramtarieven worden enkel geïndexeerd indien een even tarief na afronding op 2 cijfers na de komma bereikt wordt. Tevens wordt er voor huisvuil rekening gehouden met de minimum- en maximumtarieven die vastgelegd zijn in het VLAREMA.
De volumetarieven, vermeld in artikel 6, worden niet zelfstandig geïndexeerd maar worden, in geval van tariefwijziging van de kilogramtarieven, eveneens aangepast volgens de omrekensleutel in VLAREMA bijlage 5.1.4.voor huisvuil. Voor gft op basis van het soortelijk gewicht van 400 kg/m³.
De aanrijkost voor een ophaling op afroep, vermeld in artikel 6, wordt niet geïndexeerd.
Wijze van inning
De contantbelastingen in artikelen 4 t.e.m. 9 worden geïnd via een provisie die vooraf te betalen is.
De betalingsuitnodigingen voor de provisie worden door IOK Afvalbeheer verzonden, in opdracht van de financieel directeur van de gemeente.
Het bedrag van de eerste betalingsuitnodiging is afhankelijk van de toegekende containers en/of toegangspassen per aansluitpunt:
|
|
Bedrag van de eerste betalingsuitnodiging |
|
aansluitpunt met één of meerdere containers van 40, 120 en/of 240 liter en/of een toegangspas voor de ondergrondse container |
75 euro |
|
aansluitpunt met één of meerdere containers van 1 100 liter |
250 euro |
Zodra de provisie lager is dan een bepaald bedrag, het drempelbedrag, wordt een nieuwe betalingsuitnodiging verzonden. Het drempelbedrag is afhankelijk van de toegekende containers en/of toegangspassen per aansluitpunt:
|
|
Drempelbedrag |
|
aansluitpunt met één of meerdere containers van 40, 120 en/of 240 liter en/of een toegangspas voor de ondergrondse container |
10 euro |
|
aansluitpunt met één of meerdere containers van 1 100 liter |
50 euro |
Het bedrag van de nieuwe betalingsuitnodiging is afhankelijk van de afvalhistoriek van de belastingplichtige:
|
|
Bedrag van de nieuwe betalingsuitnodiging |
|
afvalhistoriek |
bedrag van de eerste betalingsuitnodiging + negatieve saldo van de provisie |
|
afvalhistoriek |
bedrag is gebaseerd op het geraamde gebruik van het DIFTAR-systeem voor 1 jaar |
In geval van afmelding naar aanleiding van een verhuis, overlijden, stopzetting ... wordt het resterende bedrag van de provisie teruggestort op het rekeningnummer van de belastingplichtige. Voor een aansluitpunttype andere dan “gezin” moet de afmelding uitdrukkelijk door de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger gebeuren.
Na afmelding worden de containers en/of de toegangspas voor verder gebruik geblokkeerd.
Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd op de provisie, wordt de openstaande schuld ingekohierd.
De contantbelastingen voor een evenement, vermeld in artikel 9, worden geïnd via een aparte betalingsuitnodiging en worden aldus niet verrekend via een provisie. Deze betalingsuitnodiging wordt verzonden door IOK Afvalbeheer, in opdracht van de financieel directeur. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de openstaande schuld ingekohierd.
Bezwaren
De vestiging en invordering van de belastingen en ook de behandeling van geschillen gebeuren volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Kennisgeving
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Een afschrift van dit reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt aan IOK Afvalbeheer en OVAM.
De gemeente en Pidpa sloten op 15 juni 2006 een overeenkomst ter uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting (transportovereenkomst). De gemeenteraad keurde op 11 mei 2009 een geactualiseerde versie van en op 14 december 2015 een addendum bij deze transportovereenkomst goed. Op 23 februari 2024 keurde de Vlaamse Regering het besluit goed over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting. Op 13 oktober 2025 keurde de gemeenteraad de nieuwe overeenkomst met Pidpa omtrent de gemeentelijke saneringsverplichting goed (transportovereenkomst).
Pidpa stelt op basis van de beslissing van de gemeente de tarieven van de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding vast.
De bijdragen in de kostprijs van de opgelegde saneringsverplichting op gemeentelijk vlak (en op bovengemeentelijk vlak) bestaat uit een vastrecht en een variabele prijs (art. 4.3.1.1.1.§2 van het Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verder Waterwetboek).
De vergoedingen in de kostprijs van de opgelegde saneringsverplichting op gemeentelijk vlak (en op bovengemeentelijk vlak) bestaat uit een vastrecht en een variabele prijs (art. 4.3.1.2.1.§1 Waterwetboek).
De tarieven van het vastrecht worden bepaald in artikel 4.3.1.1.3. Waterwetboek.
De gemeente moet dus enkel beslissen over het variabele gedeelte van de gemeentelijke saneringsbijdrage en meer bepaald over het basistarief en het vlak tarief.
De tarieven van de variabele prijs worden jaarlijks vastgelegd en zijn van toepassing van 1 januari tot en met 31 december van het jaar in kwestie (artikel 14/2 §4 AWVR).
Bij het vaststellen van het variabele gedeelte van de gemeentelijke saneringsbijdrage moet rekening gehouden worden met het tarief van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
De bovengemeentelijke saneringsbijdrage wordt vastgesteld door de Vlaamse overheid op basis van de evolutie van de financieringsbehoefte van de saneringsnoden.
Het tarief van de gemeentelijke saneringsbijdrage werd door de Vlaamse overheid aangepast van maximaal 1,4 keer de bovengemeentelijke saneringsbijdrage naar maximum 1,15 keer de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
Met het Programmadecreet bij de begroting 2025 van 20 december 2024 werd artikel 4.3.1.1.4.§2 Waterwetboek aangepast als volgt: "Het gemeentelijke tarief voor de berekening van de variabele prijs voor de collectieve sanering mag ten opzichte van het bovengemeentelijke tarief voor de berekening van de variabele prijs maximaal 1,15 keer hoger zijn."
De bijdrage voor de sanering op gemeentelijk vlak is bestemd voor de financiering van de gemeentelijke saneringsverplichting (art. 4.3.1.1.1.§2 Waterwetboek).
De vergoeding voor de sanering op gemeentelijk vlak is bestemd voor de financiering van de gemeentelijke saneringsverplichting (art. 4.3.1.2.1.§1 Waterwetboek).
De ontvangen bijdragen en vergoedingen worden aangewend voor werkzaamheden inzake het gemeentelijke rioolbeheer.
De factor voor het bepalen van het tarief van de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding werd door de gemeenteraad in zitting van 12 december 2022 vastgesteld op 1,000 keer de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
De bovengemeentelijke saneringsbijdrage wordt vastgesteld door de Vlaamse Overheid op basis van de evolutie van de financieringsbehoefte van de saneringsnoden.
Rekening houdend met het vooropgestelde investeringsprogramma en de toekomstig geplande uitgaven voor onderhoud met betrekking tot rioolbeheer, is het verantwoord om vanaf 1 januari 2026 de gemeentelijke saneringsbijdrage (GSB) en -vergoeding (GSV) vast te leggen op het decretaal maximum toegelaten tarief, zijnde 1,15 keer het tarief van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
Wat de individuele saneringsbijdrage en -vergoeding betreft wordt tevens een gelijke behandeling beoogd van enerzijds burgers waarvoor collectieve sanering (openbare riolering) voorhanden is of voorzien wordt en anderzijds burgers waarvoor individuele sanering (IBA) voorhanden is of voorzien wordt.
Het tarief van de bijdrage (BIS) en vergoeding (VIS) voor individuele sanering op gemeentelijk vlak werd reeds in het besluit van 14 december 2015 vastgesteld op de som van het bedrag van de gemeentelijke saneringsbijdrage verhoogd met het bedrag van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage en kan op die manier behouden blijven.
Sinds 2005 (invoering van de gemeentelijke saneringsplicht en de bijhorende transportovereenkomst) werd de gemeentelijke saneringsbijdrage vastgesteld op 0,44 euro per m³ (excl. BTW). Eind 2013 stelde het gemeentebestuur vast dat dit tarief ontoereikend is. Om de nodige investeringen te kunnen blijven doen voor de sanering van het lokaal afvalwater besliste het gemeentebestuur om vanaf 1 januari 2014 de gemeentelijke saneringsbijdrage te verhogen van 0,44 naar 0,66 euro per m³ (excl. BTW). Sinds 2016 wijzigde de tariefregulering van de integrale drinkwaterfactuur en daarmee ook de wijze van berekening en aanrekening van de gemeentelijke saneringsbijdrage. De gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding werd toen vastgesteld op 0,709 keer het tarief van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage, wat overeenstemt met de tot dan geldende 0,66 euro per m³ (gelijkblijvend beleid).
Op 12 december 2022 besliste de gemeenteraad om vanaf 1 januari 2023 de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding te verhogen naar 1,000 keer het tarief van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
Om deze inkomsten, die aangewend worden voor werkzaamheden inzake het gemeentelijk rioolbeheer, te verhogen is het aangewezen om vanaf 1 januari 2026 de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding vast te leggen op het decretaal maximum toegelaten tarief, zijnde 1,15 keer de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
Vanaf 1 januari 2026 wordt de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding vastgelegd op het decretaal maximum toegelaten tarief, zijnde 1,15 keer keer de bovengemeentelijke saneringsbijdrage van het jaar in kwestie.
Het tarief van de bijdrage en vergoeding voor individuele sanering op gemeentelijk vlak blijft vanaf 1 januari 2026 behouden op de som van het bedrag van de gemeentelijke saneringsbijdrage verhoogd met het bedrag van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit en zal een afschrift van dit besluit bezorgen aan Pidpa o.v., Desguinlei 246, 2018 Antwerpen.
Het gemeentelijk retributiereglement op het opzoeken, het samenstellen en het afleveren van administratieve stukken en inlichtingen en andere administratieve prestaties van 12 december 2022 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op bepaalde administratieve prestaties.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
In functie van de werklast en de kost voor de gemeente, wordt voor bepaalde administratieve prestaties een vergoeding aangerekend. Het is billijk dat de kosten verbonden aan deze dienstverlening worden doorgerekend aan de aanvrager.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente een retributie aan op het opzoeken, samenstellen en afleveren van administratieve stukken en inlichtingen en andere administratieve prestaties.
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die het stuk of de prestatie vraagt.
De retributie bedraagt :
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
De retributie is niet verschuldigd voor stukken of prestaties die krachtens een wet, koninklijk besluit of andere overheidsverordening of -richtlijn kosteloos door de gemeente afgeleverd moeten worden.
De retributie is niet verschuldigd voor stukken of prestaties die krachtens een ander retributiereglement worden aangerekend.
De retributie is eisbaar zodra het stuk of de prestatie aangevraagd wordt. De retributie moet zonder uitstel betaald worden of binnen de 30 dagen na toezending van het verzoek tot betaling. Als de retributie zonder uitstel ter plaatse betaald wordt, wordt een betalingsbewijs afgeleverd als degene die betaalt daar op dat moment naar vraagt.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op het opzoeken, samenstellen en afleveren van administratieve stukken en inlichtingen en andere administratieve prestaties, goedgekeurd door de gemeenteraad op 12 december 2022 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op het ter beschikking stellen van fluohesjes van 9 september 2019 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op het ter beschikking stellen van fluohesjes.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031, zolang de voorraad strekt. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeente wil de veiligheid van fietsers en voetgangers in Arendonk verhogen. De gemeente heeft fluohesjes met het logo van de gemeente. Het bestuur wil deze fluohesjes ook te koop aanbieden. Het is billijk dat de kosten verbonden aan deze dienstverlening worden doorgerekend aan de gebruikers.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 - zolang de voorraad strekt - rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op het ter beschikking stellen van fluohesjes.
De retributie is verschuldigd door degene die het fluohesje aankoopt.
De retributie bedraagt 3 euro per fluohesje.
De retributie moet zonder uitstel betaald worden. Een betalingsbewijs wordt afgeleverd als degene die betaalt daar op dat moment naar vraagt.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031, zolang de voorraad strekt.
Het retributiereglement op het ter beschikking stellen van fluohesjes, goedgekeurd door de gemeenteraad op 9 september 2019 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op het innemen van een standplaats op de kermissen, op de openbare markt en op het openbaar domein van 18 november 2019 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op het innemen van een standplaats op de kermissen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
Er wordt een retributie aangerekend op het innemen van een standplaats op de kermissen.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op het innemen van een standplaats op de kermissen.
De retributie is verschuldigd door de gebruiker van het openbaar domein.
De retributie bedraagt 0,70 euro per m² per kermis, met een minimum van 12,50 euro per kermis en een maximum van 75 euro per kermis.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
De opmeting gebeurt door het daartoe aangestelde gemeentepersoneel.
De retributie voor een standplaats op de kermissen moet betaald worden na toezending van de factuur.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op het innemen van een standplaats op de kermissen, op de openbare markt en op het openbaar domein, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op het innemen van een standplaats op de kermissen, op de openbare markt en op het openbaar domein van 18 november 2019 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op het innemen van een standplaats op de openbare markt en op het openbaar domein.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
Er wordt een retributie aangerekend op het innemen van een standplaats op de openbare markt en op het openbaar domein.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op het innemen van een standplaats op de openbare markt en op het openbaar domein.
De retributie is verschuldigd door de gebruiker van het openbaar domein.
De retributie bedraagt:
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
De opmeting gebeurt door het daartoe aangestelde gemeentepersoneel.
De retributie voor een standplaats op de openbare markt toegewezen per abonnement moet vooraf betaald worden na toezending van de factuur. Men heeft de keuze tussen betaling voor een volledig jaar of voor een half jaar. Bij wijze van een financiële tegemoetkoming aan de abonnementhouders die voor een volledig jaar betalen, worden slechts 10 maanden aangerekend.
De retributie voor een losse standplaats op de openbare markt moet betaald worden na toezending van de factuur.
De retributie voor een standplaats op het openbaar domein moet betaald worden na toezending van de factuur.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op het innemen van een standplaats op de kermissen, op de openbare markt en op het openbaar domein, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten van 12 december 2022 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de volgende jaren een retributie aanrekenen op het gebruik van gemeentelijke elektriciteitskasten.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeente heeft elektriciteitskasten geïnstalleerd die gebruikt kunnen worden door degenen die een standplaats op de kermissen, op de openbare markt of het openbaar domein innemen en door organisatoren van evenementen en manifestaties. De gebruikers van de elektriciteitskasten betalen daar een vergoeding voor. Er zijn verschillende tarieven voor de verschillende soorten gebruik, zodat de vergoeding zich enigszins verhoudt tot het door de gebruikers gevraagde vermogen.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten.
De retributie is verschuldigd door de gebruiker.
De retributie bedraagt:
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100) . De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
De retributie moet betaald worden na toezending van de factuur.
Wie een standplaats op de openbare markt toegewezen per abonnement heeft, moet de retributie vooraf betalen na toezending van de factuur. Men heeft de keuze tussen betaling voor een volledig jaar of voor een half jaar. Bij wijze van een financiële tegemoetkoming aan de abonnementshouders die voor een volledig jaar betalen, worden slechts 10 maanden aangerekend.
Enkel de gebruiker die voor zijn installatie(s) een positief keuringsverslag met vermelding van het vermogen in KVA kan voorleggen, mag gebruik maken van een gemeentelijke elektriciteitskast.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten, goedgekeurd door de gemeenteraad op 12 december 2022 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Circussen kunnen een standplaats aanvragen in de gemeente. Tot op heden heeft de gemeente nog geen goedgekeurd circusreglement.
Reizende circussen spreken een breed publiek aan, van jong tot oud en brengen veel leven en plezier naar buurten die ze bezoeken. Een circus kan een verbindende rol spelen en bijdragen aan het maatschappelijke weefsel van een buurt.
Omdat er nog geen gemeentelijk reglement voor circussen bestaat, is het voor de nieuwe legislatuur aangewezen om een reglement op te stellen.
Aanvraag
De aanvraag moet schriftelijk gebeuren per post aan het college van burgemeester en schepenen, Vrijheid 29, 2370 Arendonk of per e-mail aan secretariaat@arendonk.be
De aanvraag moet verplicht volgende basisgegevens bevatten:
Dieren
Sinds 10 maart 2014 geldt in België een verbod op het gebruik van wilde dieren in circussen. Enkel de gedomesticeerde soorten en papegaaiachtige zijn nog toegelaten.
Indien dieren meereizen moeten volgende documenten worden bijgevoegd:
Goedkeuring
De gemeente laat maximum 2 circussen per jaar toe. Bij de toezegging wordt rekening gehouden met een tussenperiode van minstens 3 maanden tussen twee opeenvolgende circusvoorstellingsreeksen. Aanvragen worden behandeld volgens chronologie van ontvangst. Een toezegging gebeurt slechts als de aanvraag beantwoordt aan alle gestelde punten en is slechts definitief na het schriftelijk akkoord van het college van burgemeester en schepenen.
Standplaats
Circussen worden enkel toegelaten op het Pelgrimsplein. Het circus moet zelf de oppervlakte van het terrein nagaan. Er is mogelijkheid tot aansluiting voor water en elektriciteit.
Bijkomende voorwaarden:
Financieel
§1. Het standgeld bedraagt 25 euro per dag inclusief de dag van aankomst en vertrek.
Dit bedrag wordt vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). Het bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor:
met in de teller de consumptieprijsindex die van toepassing was in november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en
met in de noemer de consumptieprijsindex die van toepassing was in november 2019.
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
het getal dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar beneden
het getal dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 cent wordt afgerond naar boven
§2. Het gebruik van elektriciteit wordt aangerekend volgens het tarief voor organisatoren van evenementen en manifestaties zoals bepaald in het gemeentelijk retributiereglement op het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten.
§3. Het gebruik van water wordt aangerekend op basis van de meterstanden volgens het tarief vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
§4. Het standgeld en een voorschot van 500 euro wordt vooraf gefactureerd en moet betaald worden vooraleer de standplaats wordt ingenomen. Daarvan worden volgende zaken na afloop afgehouden:
Het overschot wordt terugbetaald op het rekeningnummer dat doorgegeven werd bij de aanvraag. Als er geen overschot is, wordt het saldo bijkomend gefactureerd.
Publiciteitsvoering
Het schilderen, plaatsen of hangen van eender welke aankondiging boven of langs de openbare weg is verboden op openbare eigendommen zoals bomen, palen, elektriciteitskasten ... In uitzonderlijke gevallen kan, door een schriftelijke toelating van de burgemeester, vergunning bekomen worden om tijdelijke richtingaanwijzers en andere aanduidingen aan te brengen. Betrokken aanduidingen moeten uiterlijk 3 dagen na de activiteit worden verwijderd door de inrichters. Na het verstrijken van deze termijn van 3 dagen kan de gemeente deze aanduidingen ambtshalve laten verwijderen door de gemeentelijke diensten op kosten van de overtreder.
Wat de bedeling van flyers betreft, verwijzen we naar Uniform Gemeentelijk Politiereglement en het gemeentelijk belastingreglement op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten.
Afval
Het circus is zelf verantwoordelijk voor de verwerking van het afval. Hiervoor kan eventueel contact opgenomen worden met de dienst secretariaat van de gemeente voor de huur van evenementencontainers. Hiervoor worden de kosten aangerekend zoals bepaald in het gemeentelijk belastingreglement op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeem.
Geluidshinder
Inzake geluidshinder gelden de wettelijke voorschriften.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op administratieve stukken en prestaties dienst burgerzaken van 18 november 2019 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op administratieve stukken en prestaties van de dienst burgerzaken.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
Dienst burgerzaken levert een aantal administratieve stukken en prestaties. Het is billijk dat de kosten verbonden aan deze dienstverlening worden doorgerekend aan de gebruikers.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Identiteitskaarten, vreemdelingenkaarten en andere verblijfsdocumenten voor vreemde onderdanen worden aangevraagd bij de gemeente, maar niet door de gemeente zelf aangemaakt. De kaarten worden gemaakt door de FOD Binnenlandse Zaken en aan de gemeente geleverd. De aanmaakkosten worden door de FOD gefactureerd aan de gemeente. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De gemeente rekent deze kost door aan de burger. De gemeente kan daar bovenop nog een kleine retributie vragen voor de afgifte van de kaarten. Spoedprocedures vergen meer administratief werk van het gemeentebestuur dan gewone procedures.
Als de gemeente een retributie vraagt voor de afgifte van identiteits- en verblijfsdocumenten, vereist het gelijkheidsbeginsel dat vreemdelingen en Belgische onderdanen hetzelfde bedrag betalen.
De maximumkostprijs die de gemeente kan vorderen voor het afgeven van een identiteitsbewijs voor kinderen onder de 12 jaar bedraagt 2 euro.
De gemeente is gemachtigd om paspoorten af te leveren. De consulaire heffing, de aanmaakprijs en de leveringsprijs worden bepaald door de FOD Buitenlandse Zaken. De gemeente rekent deze kost door aan de burger. De gemeente kan daar bovenop nog een kleine retributie vragen voor de afgifte van het document. Spoedprocedures vergen meer administratief werk van het gemeentebestuur dan gewone procedures.
Artikel 61 en artikel 64 secies van het KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepalen de retributies die verschuldigd zijn voor de afgifte van de verschillende soorten rijbewijzen. De gemeente int die retributie voor rekening van de federale overheid. De gemeente kan daar bovenop nog een kleine retributie vragen voor de afgifte van het rijbewijs.
Naast de afgifte van administratieve stukken levert de dienst burgerzaken ook allerlei administratieve prestaties. In functie van de werklast en de kost voor de gemeente, wordt voor bepaalde administratieve prestaties een vergoeding (retributie) aangerekend, meer bepaald voor huwelijken, wettelijke samenwoonst, nationaliteitsdossiers, vreemdelingendossiers, voornaamswijzigingen, aanvraag van nieuwe pin- en pukcodes na verlies en aanvraag van een digitale sleutel.
Wie geen elektronische identiteitskaart of kaartlezer heeft, kan een token aanvragen om toegang te krijgen tot online diensten van de overheid. Dit kan in het registratiekantoor in Brussel of bij een gemeente met een lokaal registratiekantoor. Gemeente Arendonk handelt op vrijwillige basis als registratiekantoor, maar rekent een retributie aan voor deze dienstverlening. De inwoners van Arendonk dragen al bij in de gemeentelijke inkomsten via de aanvullende belasting op de personenbelasting. Niet-inwoners leveren hier geen bijdrage. Een tariefonderscheid is om die redenen dan ook gerechtvaardigd en aangewezen.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op administratieve stukken en prestaties van de dienst burgerzaken.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de administratieve stukken of prestaties.
De retributie bedraagt:
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
De retributie is niet verschuldigd voor de administratieve stukken die krachtens een Wet, een Koninklijk Besluit of een andere overheidsbeslissing kosteloos dienen te worden gegeven.
De retributie moet bij aanvraag zonder uitstel betaald worden. Een betalingsbewijs wordt afgeleverd als degene die betaalt daar op dat moment naar vraagt.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op administratieve stukken en prestaties dienst burgerzaken, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op het verlenen van concessies en hernieuwingen van 18 november 2019 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op concessies en hernieuwingen op de gemeentelijke begraafplaatsen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De inrichting, onderhoud en de administratieve opvolging van de gemeentelijke begraafplaatsen brengen kosten en prestaties met zich mee. Het is billijk hier een retributie voor te vragen.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op het verlenen van concessies en hernieuwingen op de gemeentelijk begraafplaatsen.
De retributie is verschuldigd door de persoon die de concessie of de hernieuwing aanvraagt.
De retributie bedraagt, ongeacht of het om een oorspronkelijke concessie dan wel een hernieuwing gaat:
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
De retributie is niet verschuldigd voor een hernieuwing van een altijddurende concessie zoals bedoeld in artikel 9 van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging.
De retributie is verschuldigd zodra de concessie of de hernieuwing wordt aangevraagd en vóór de concessie wordt ingenomen of verlengd. De retributie moet betaald worden na toezending van de factuur.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op het verlenen van concessies en hernieuwingen op de gemeentelijke begraafplaatsen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op ontgravingen van 18 november 2019 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op ontgravingen op de gemeentelijke begraafplaatsen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
Een ontgraving kan enkel aangevraagd worden en toegestaan worden om ernstige redenen. De uitvoering van een ontgraving vereist heel wat inzet van de gemeentelijke diensten, daarom wordt er een vergoeding aangerekend aan de aanvrager.
Het verwijderen van een zerk kan om verscheidene redenen gevraagd worden. Het is een arbeidsintensieve job voor onze gemeentelijke diensten, daarom zal er een vergoeding aangerekend worden aan de aanvrager.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een ontgraving van een stoffelijk overschot, de ontgraving van een asurne en het verwijderen van een grafzerk. De arbeidsintensiteit van deze zaken verschilt erg van elkaar.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op ontgravingen op de gemeentelijke begraafplaatsen.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het verwijderen van de zerk of van de ontgraving.
De retribute bedraagt:
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
De retributie is niet verschuldigd voor ontgravingen in uitvoering van rechterlijke beslissingen of ambtshalve door de gemeente.
De retributie moet betaald worden vóór de ontgraving of het verwijderen van de zerk plaatsvindt.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op ontgravingen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement voor prestaties geleverd door de dienst dringende geneeskundige hulpverlening van 18 november 2019 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen voor prestaties geleverd door de dienst dringende geneeskundige hulpverlening.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
Een ambulancedienst zoals bedoeld in artikel 5 van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening factureert een forfaitaire vergoeding voor elk contact met een patiënt of met een overledene ten gevolge van een alarmering door het eenvormig oproepstelsel.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan voor prestaties geleverd door de dienst dringende geneeskundige hulpverlening.
De retributie is verschuldigd door de patiënt of zijn vertegenwoordiger.
De retributie is een forfaitaire vergoeding van 60 euro voor elk contact met een patiënt of overledene ten gevolge van een alarmering door het eenvormig oproepstelsel, zoals bepaald in artikel 1 van het KB van 28 november 2018.
Dit bedrag wordt op 1 januari van elk jaar geïndexeerd, zoals bepaald in artikel 3 van het KB van 28 november 2018.
De retributie moet betaald worden binnen de 30 dagen na toezending van de factuur.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op prestaties geleverd door de dienst dringende geneeskundige hulpverlening, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op het parkeren in een blauwe zone van 13 november 2023 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op het parkeren in een blauwe zone.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeente heeft parkeerplaatsen in blauwe zones. De parkeermogelijkheden in een blauwe zone vereist controle op de beperking van de parkeerduur op de voorgeschreven plaatsen. Dit heeft een hoge kostprijs voor de gemeente. De controle voor het parkeren van motorvoertuigen op plaatsen waar dat parkeren toegelaten is en waar een blauwe zone-reglementering van toepassing is, werd in onze gemeente overgeheveld naar een private concessie. Het is billijk dat de kosten verbonden aan deze dienstverlening worden doorgerekend aan de gebruikers.
De invordering van de parkeerretributies is onderworpen aan de wet betreffende 'schulden van de consument'.
Het gaat enerzijds over de verplichting om een eerste gratis herinneringsbrief te sturen bij niet-betaling en anderzijds worden er forfaitaire grenzen bepaald m.b.t. de invorderingskosten die een schuldeiser mag vragen aan zijn schuldenaar in de minnelijke fase (voor een schuld kleiner dan 150 euro is de forfaitaire kost beperkt tot 20 euro).
De nieuwe wetgeving is enkel van toepassing op consumenten/particulieren, dus de automobilist wiens nummerplaat op zijn/haar eigen naam staat. Rechtspersonen zijn niet onderworpen aan deze nieuwe wet.
Dit alles betekent dat de invordering lastens particuliere consumenten van retributies onderworpen is aan deze wetgeving (gratis herinnering en maximaal 20 euro invorderingskost).
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan voor het parkeren van motorvoertuigen op plaatsen waar dat parkeren toegelaten is en waar een blauwe zone-reglementering van toepassing is.
De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat van het voertuig.
De retributie bedraagt:
De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de Europese parkeerschijf overeenkomstig artikel 27.1.1. van het KB van 1 december 1975.
De retributie is niet verschuldigd voor personen met een handicap. Het statuut van 'persoon met een handicap' wordt beoordeeld op het ogenblik van het parkeren door het aanbrengen op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig van de kaart uitgereikt overeenkomstig het MB van 7 mei 1999.
De gebruiker wordt steeds geacht te kiezen voor de betaling van het in artikel 3 bedoelde tarief indien:
De retributie moet betaald worden binnen de 5 dagen nadat de aangestelde van de gemeente een uitnodiging om de retributie betalen op de voorruit van het voertuig heeft aangebracht.
De retributie die niet betaald wordt volgens de richtlijnen vermeld staande op de retributieheffing (afgeleverd door de parkeerwachter op de wagen, of toegestuurd per post) volgt de minnelijke aanmaningsprocedure (hetzij B2B, hetzij B2C), met administratieve kosten ten laste van de wanbetaler:
De gevorderde verwijlintresten worden gerekend vanaf de ingebrekestelling op de nog te betalen som tegen de referentie-intrestvoet vermeerderd met acht procentpunten bedoeld in art 5, lid 2 van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betaalachterstand bij handelstransacties (zie ook: Art XIX.4, 1° WER).
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op het parkeren in een blauwe zone, goedgekeurd door de gemeenteraad op 13 november 2023 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein van 12 december 2022 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein.
De gemeente en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.
Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein.
De gemeente keurde de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen goed. Die heeft tot doel een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden. Deze code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.
Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten ook geregeld dringende werken uitgevoerd worden die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening. Daarnaast zijn er een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.
De code werd geactualiseerd naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP ...
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028 wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken uitgevoerd worden samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro. Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus. Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de stad/gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad/gemeente. Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid. Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Het gemeentelijk retributiereglement op het aanplakken van affiches van 18 november 2019 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op het aanplakken van affiches.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeente voorziet een aantal aanplakborden en -zuilen voor het aankondigen van activiteiten. Aanplakkingen en verwijderingen worden uitgevoerd door gemeentelijke diensten. Het is billijk dat de kosten verbonden aan deze dienstverlening worden doorgerekend aan de gebruikers.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
De inwoners van Arendonk dragen al bij in de gemeentelijke inkomsten via de aanvullende belasting op de personenbelasting. Niet-inwoners leveren hier geen bijdrage. Een tariefonderscheid is om die redenen dan ook gerechtvaardigd en aangewezen.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op het aanplakken van affiches.
De retributie is verschuldigd door degene die om de dienstverlening verzoekt.
De retributie bedraagt 0 euro per aanplakronde als:
De retributie bedraagt 10 euro per aanplakronde als:
De retributie bedraagt 15 euro per aanplakronde in alle andere gevallen, ongeacht de grootte van de affiche.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
De retributie is niet verschuldigd voor het herplakken van reglementair aangeplakte affiches die onleesbaar geworden zijn door overplakking of beschadiging van derden.
De retributie moet vóór de aanplakking zonder uitstel betaald worden. Een betalingsbewijs wordt afgeleverd als degene die betaalt daar op dat moment naar vraagt.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op het aanplakken van affiches, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op het gebruik van de gemeentelijke kinderopvangdiensten van 18 november 2019 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op het gebruik van gemeentelijke voor- en naschoolse opvanginitiatieven.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeente voorziet voor- en naschoolse opvanginitiatieven voor kinderen uit het kleuter- en lager onderwijs. Het is billijk dat de kosten verbonden aan deze dienstverlening worden doorgerekend aan de gebruikers.
Het is aangewezen dat de verschillende basisscholen in de gemeente een gelijk tarief hanteren. De gemeente neemt hierin de regierol. De directies van de basisscholen gaven hun akkoord bij dit voorstel.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Om kwetsbare kinderen maximale toegang te geven tot de voor- en naschoolse opvang, is het noodzakelijk om een sociaal tarief toe te passen, wat past binnen de SDG armoedebestrijding. We houden rekening met kwetsbare personen/gezinnen door de toepassing van een sociaal tarief aan de hand van de vrijetijdspas. Bovendien hanteren we gezinsvriendelijke tarieven bij de opvang van meerdere kinderen uit het gezin.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op het gebruik van de gemeentelijke opvanginitiatieven.
De retributie is verschuldigd door degene die om de dienstverlening verzoekt.
De retributie bedraagt per begonnen half uur:
Het sociaal tarief van 50% korting wordt toegekend aan de hand van de vrijetijdspas.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
De retributie is verschuldigd bij ontvangst van de factuur, volgend op het gebruik van de opvanginitiatieven van de gemeente.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op het gebruik van de gemeentelijke kinderopvangdiensten, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op het gebruik van de gemeentelijke vakantiespeelpleinwerking van 18 november 2019 eindigt 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op het gebruik van de gemeentelijke vakantiespeelpleinwerking.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeente organiseert de gemeentelijke vakantiespeelpleinwerking Speelvogels. Er worden monitoren ingezet, er wordt aangepast meubilair en speelgoed aangekocht, ingrediënten of materialen voor activiteiten voorzien ... Het is billijk dat de kosten verbonden aan deze dienstverlening worden doorgerekend aan de gebruikers.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
De inwoners van Arendonk dragen al bij in de gemeentelijke inkomsten via de aanvullende belasting op de personenbelasting. Niet-inwoners leveren hier geen bijdrage. Een tariefonderscheid is om die redenen dan ook gerechtvaardigd en aangewezen.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op het gebruik van de gemeentelijke vakantiespeelpleinwerking.
De retributie is verschuldigd door degene die gebruik wil maken van de gemeentelijke vakantiespeelpleinwerking. Deelnemen kan enkel na voorafgaandelijke registratie en inschrijving van het kind.
De retributie bedraagt:
In de bijdrage is inbegrepen: begeleiding, verzekering, materialen en activiteiten.
De bedragen vermeld in dit reglement (met uitzondering van de retributie voor de aankoop van een ledensjaaltje) worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Houders van een vrijetijdspas krijgen korting op deze retributie volgens de modaliteiten van het vrijetijdspasreglement zoals dat van toepassing is op het ogenblik dat de retributie betaald moet worden. De korting vrijetijdspas geldt niet voor de aankoop van een ledensjaaltje.
De retributie moet vooraf bij inschrijving worden betaald.
Er wordt geen terugbelating voorzien bij afwezigheid of annulering van een inschrijving, uitgezonderd bij annulering 10 dagen of meer vooraf of op vertoon van een doktersattest.
Dit reglement treed in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op het gebruik van de gemeentelijke vakantiespeelpleinwerking, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019, wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
De gemeente voorziet polsbandjes in de kleuren groen, oranje en rood. Die worden in grote aantallen aangekocht en te koop aangeboden in de gewenste aantallen aan organisatoren van fuiven en andere evenementen met alcohol. De bandjes kunnen een hulpmiddel zijn om toe te zien op de verkoop van alcoholische dranken, waarbij er een verbod geldt voor jongeren onder 16 jaar en sterke drank of mixdranken met sterke drank pas zijn toegelaten vanaf 18 jaar. De gemeente wil voor de polsbandjes een retributie aanrekenen.
Het reglement geldt voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeente wil de lokale verenigingen en andere organisatoren van fuiven of andere evenementen met alcohol helpen om zo goed mogelijk in orde te zijn met de alcoholwet m.b.t. het verbod op alcoholverkoop aan jongeren onder de 16 jaar en een verbod op verkoop van sterkte drank en mixdranken met sterke drank aan jongeren onder de 18 jaar.
Het gebruik van polsbandjes is niet verplicht. Verenigingen en andere organisatoren die er gebruik van willen maken om beter te kunnen toezien op naleving van de regelgeving op vlak van alcoholverkoop en -consumptie, kunnen polsbandjes via de gemeente aankopen, maar evengoed bekomen via een firma naar keuze of ook via sponsoring. De polsbandjes die de gemeente aanbiedt zijn beschikbaar in de kleuren groen, oranje en rood. De retributie bedraagt ongeveer de aankoopprijs inclusief btw, afgerond naar een werkbaar bedrag.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op het ter beschikking stellen van polsbandjes voor leeftijdscontrole op evenementen met alcohol.
De retributie is verschuldigd door degene die alcoholbandjes aankoopt.
De retributie bedraagt 0,05 euro per polsbandje.
De retributie moet zonder uitstel betaald worden. Een betalingsbewijs wordt afgeleverd als degene die betaalt daar op dat moment naar vraagt.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen voor bepaalde sportactiviteiten.
Het reglement wordt opgemaakt voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één jaar extra (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeente voorziet sportactiviteiten voor de bevolking. Het is billijk dat de kosten voor bepaalde activiteiten worden doorgerekend aan de gebruikers.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
We houden rekening met kwetsbare personen/gezinnen door de toepassing van een sociaal tarief aan de hand van de vrijetijdspas.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan voor bepaalde sportactiviteiten.
De retributie is verschuldigd door de deelnemers van de activiteiten.
De retributie bedraagt:
De sportdienst organiseert jaarlijks verschillende activiteiten. Deelnemen aan volgende activiteit is gratis: Arendonk Stapt.
Voor volgende activiteiten wordt een retributie gevraagd:
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Houders van een vrijetijdspas krijgen korting op deze retributie volgens de modaliteiten van het vrijetijdspasreglement zoals dat van toepassing is op het ogenblik dat de retributie betaald moet worden.
De retributie moet bij inschrijving zonder uitstel betaald worden. Een betalingsbewijs wordt afgeleverd als diegene die betaalt daar op dat moment naar vraagt.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen voor bepaalde culturele activiteiten.
Het reglement wordt opgemaakt voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één jaar extra (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeente voorziet culturele activiteiten voor de bevolking. Het is billijk dat de kosten voor bepaalde activiteiten worden doorgerekend aan de gebruikers.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
We houden rekening met kwetsbare personen/gezinnen door de toepassing van een sociaal tarief aan de hand van de vrijetijdspas.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan voor bepaalde culturele activiteiten.
De retributie is verschuldigd door de deelnemers van de activiteiten.
De retributie bedraagt:
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Houders van een vrijetijdspas krijgen korting op deze retributie volgens de modaliteiten van het vrijetijdspasreglement zoals dat van toepassing is op het ogenblik dat de retributie betaald moet worden.
De retributie moet bij inschrijving zonder uitstel betaald worden. Een betalingsbewijs wordt afgeleverd als diegene die betaalt daar op dat moment naar vraagt.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement gemeenschapscentrum van 10 maart 2025 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op het gebruik van het gemeenschapscentrum.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeente zorgt voor een aantal zalen in het gemeenschapscentrum waar lokale huurders gebruik van kunnen maken. Het is billijk dat de kosten verbonden aan deze dienstverlening worden doorgerekend aan de gebruikers.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
De inwoners van Arendonk dragen bij in gemeentelijke inkomsten via de aanvullende belasting op de personenbelasting. Niet-inwoners leveren hier geen bijdrage. Een tariefonderscheid is om die redenen dan ook gerechtvaardigd en aangewezen.
Decreet lokaal bestuur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op het gebruik van het gemeenschapscentrum.
Het retributiereglement gemeenschapscentrum vormt een aanvulling op het gebruiksreglement gemeenschapscentrum. Beide reglementen worden vastgelegd door de gemeenteraad op advies van het adviesorgaan bevoegd voor cultuur.
De retributie is verschuldigd door degene die om de dienstverlening verzoekt.
De lokalen worden verhuurd per dagdeel of per dag. Dagdeel: 08.00 uur - 13.00 uur / 13.00 uur - 18.00 uur / 18.00 uur - 03.00 uur.
In zaal de Kapel loopt het derde dagdeel van 18.00 uur tot 22.00 uur, in de eetzaal van GBS de Stip van 18.00 uur tot 22.30 uur.
Opstellen en afbreken dient te gebeuren tijdens de huurtermijn.
Voor wettelijke feestdagen en vooravonden van wettelijke feestdagen is het weekendtarief van toepassing.
§1. De bedragen van de retributie zijn opgenomen in de bijlage van dit reglement, die er integraal deel van uitmaakt.
§2. De bedragen vermeld in de bijlage van dit reglement worden voor alle zalen, uitgezonderd de eetzaal van GBS de Stip vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijzenindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
§3. De bedragen vermeld in de bijlage van dit reglement worden voor de eetzaal van GBS de Stip vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Onkostenvergoeding schoonmaak 'boete' voor de eetzaal van GBS de Stip volgt de indexatie te vinden in artikel 4 §2.
§4. Energiekosten (gas en elektriciteit) voor zaal De Garve en 't Onkrooid worden berekend aan de hand van de meterstanden. De prijs van het gebruik wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
§5. Het toepasselijke tarief is dat van de gebruiksdatum van de zaal, niet dat van de reservatiedatum.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement gemeenschapscentrum, goedgekeurd op 10 maart 2025 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op het gebruik van de gemeentelijke openbare bibliotheek van 18 november 2019 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op het gebruik van de diensten van de gemeentelijke bibliotheek en op de verkoop van afgevoerde materialen.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De bibliotheek vormt een essentiële schakel in het culturele en maatschappelijke leven van onze gemeente en moet een laagdrempelige en toegankelijke plek zijn, waar alle inwoners ongeacht hun leeftijd, achtergrond of inkomen welkom zijn. De bibliotheek biedt toegang tot informatie, kennis en cultuur, stimuleert leesvaardigheid en levenslang leren en draagt bij aan digitale en sociale inclusie.
Om deze dienstverlening op een kwaliteitsvolle en duurzame manier te kunnen verzekeren, is het billijk dat de kosten voor deze diensten worden doorgerekend aan de gebruikers.
De tarieven in het retributiereglement van de bibliotheek worden behouden of zijn inhoudelijk opnieuw vastgelegd voor 2026. Dit is gebeurd op basis van waardevolle vergelijkingen met gegevens vanuit andere Kempense bibliotheken en huidige samenwerkingsverbanden aangevuld met informatie vanuit Cultuurconnect, de externe partner, die het volledige beheer doet van het eengemaakt bibliotheeksysteem WISE en service en ondersteuning biedt aan alle Vlaamse bibliotheken.
Deze tarieven van de bibliotheek zullen voor de jaren 2026 tot en met 2031 behouden blijven en niet verder geïndexeerd worden.
In samenwerking met het Sociaal Huis verlenen we met de vrijetijdspas korting aan maatschappelijk kwetsbare inwoners om vrijetijdsparticipatie en maatschappelijke integratie te bevorderen.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie op het gebruik van de diensten van de gemeentelijke openbare bibliotheek en op de verkoop van afgevoerde materialen. Vanaf de inwerkingtreding vervangt dit retributiereglement het voorgaande dat werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 18 november 2019.
De retributie m.b.t. het ontlenen van materialen is verschuldigd door de eigenaar van een lidmaatschap. Wanneer het lidmaatschap op naam staat van een minderjarige is de retributie verschuldigd door de ouder of voogd. De retributie voor andere prestaties is verschuldigd door de aanvrager.
3.1 Lidmaatschap
Lidmaatschap geldt voor een periode van 1 jaar, vanaf het tijdstip van inschrijving.
Inschrijving is gratis onder de 26 jaar.
Vanaf 26 jaar gelden de volgende tarieven:
3.2 Verlies of beschadiging lidkaart
De vergoeding voor het vervangen van een verloren of beschadigde lenerspas bedraagt 1 euro.
3.3 Laattijdig inleveren van materialen
3.4 Beschadiging of verlies van materialen
Verlies of beschadiging van materialen moet vergoed worden.
3.5 Reserveren van materialen
3.6 Scans, kopieën en prints
Het scannen van documenten is gratis.
Voor het afleveren van kopieën en prints worden de volgende tarieven aangerekend:
3.7 Internet
Het gebruik van wifi in het bibliotheekgebouw en het gebruik van de publieke computers is gratis.
3.8 Afgevoerde materialen
Afgevoerde materialen worden verkocht aan maximum 1 euro per stuk ongeacht de staat waarin het materiaal zich bevindt.
De retributie moet zonder uitstel betaald worden bij het afleveren van diensten of de aankoop van afgevoerde materialen. Een betalingsbewijs wordt afgeleverd als degene die betaalt daar op dat moment naar vraagt.
Bij het gebruik van de inleverschuif moeten openstaande retributies bij een eerstvolgend bezoek vereffend worden.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement op het gebruik van de gemeentelijke openbare bibliotheek, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 november 2019 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op het afleveren van administratieve stukken en prestaties van 18 november 2019 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op de afgifte van bepaalde administratieve stukken en andere administratieve prestaties door de dienst omgeving.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
In functie van de werklast en de kost voor de gemeente, wordt voor bepaalde administratieve prestaties een vergoeding aangerekend. Het is billijk dat de kosten verbonden aan deze dienstverlening worden doorgerekend aan de aanvrager.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente een retributie aan op het opzoeken, samenstellen en afleveren van administratieve stukken en inlichtingen en andere administratieve prestaties van de dienst omgeving.
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die het stuk of de prestatie vraagt of de melding, de aanvraag of het verzoek indient.
De retributie bedraagt:
Bij gecombineerde aanvragen, waarbij meerdere bedragen uit dit overzicht van toepassing zijn, dan worden de verschillende van toepassing zijnde bedragen samen geteld.
Er is geen retributie verschuldigd voor de aanvraag of melding voor een omgevingsvergunning die opnieuw wordt ingediend binnen een periode van 6 maanden nadat de eerste aanvraag of verzoek onvolledig en/of onontvankelijk werd verklaard. Bij het intrekken van een aanvraag, het stopzetten van de procedure of een weigering van de aanvraag blijft de retributie volledig verschuldigd.
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Er zijn geen vrijstellingen voor de betaling van deze gemeentelijke retributie.
De retributie is niet verschuldigd voor stukken of prestaties die krachtens een wet, koninklijk besluit of andere overheidsverordening of -richtlijn kosteloos door de gemeente afgeleverd moeten worden. De retributie is niet verschuldigd voor stukken of prestaties die krachtens een ander retributiereglement worden aangerekend.
De retributie is eisbaar zodra het stuk of de prestatie aangevraagd wordt. De retributie moet zonder uitstel betaald worden of binnen de 30 dagen na toezending van het verzoek tot betaling. Als de retributie zonder uitstel ter plaatse betaald wordt, wordt een betalingsbewijs afgeleverd als degene die betaalt daar op dat moment naar vraagt.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op de behandeling van een aanvraag via het Vastgoedinformatieplatform van 12 februari 2024 heeft geen einddatum.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
De gemeente Arendonk doet een beroep op het Vastgoedinformatieplatform om vastgoedinformatie uit centrale gegevensbronnen op te halen en samen te voegen met het vastgoeddossier. De gemeente Arendonk stelt het vastgoeddossier via het Vastgoedinformatieplatform aan de aanvrager ter beschikking.
De gemeente Arendonk kan via het Vastgoedinformatieplatform de door aanvragers aangevraagde vastgoedinformatie verzamelen en de vastgoeddossiers op een veilige manier ontsluiten. Het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoeddossiers op verzoek van aanvragers brengt voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich mee. Het is billijk dat de kosten verbonden aan deze dienstverlening worden doorgerekend aan de gebruikers.
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan op de behandeling van een aanvraag via het Vastgoedinformatieplatform.
Voor de toepassing van dit reglement worden de volgende begrippen gebruikt:
1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;
2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;
3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;
4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen;
5° product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;
6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
7° Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;
8° aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;
9° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;
12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;
13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
15° gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product.
De retributie is verschuldigd door degene die om vastgoedinformatie vraagt.
De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het Vastgoedinformatieplatform te ontvangen. Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.
Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van gemeente Arendonk een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.
De gemeentelijke bronretributie bedraagt 100 euro.
Dit bedrag wordt vanaf 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.
Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Athumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi: https://www.vlaanderen.be/digitaal-vlaanderen/athumi-het-vlaams-datanutsbedrijf/vastgoedinformatieplatform/gebruikersomgeving-vastgoedinformatieplatform.
De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Er is eveneens een platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.
Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:
Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
De bepalingen in het besluit van de gemeenteraad van 12 februari 2024 die betrekking hebben op de retributie worden vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek voor zelfstandige woningen en kamers van 13 mei 2024 eindigt op 31 december 2025. De gemeente wil ook de komende jaren een retributie aanrekenen op de uitvoering van een conformiteitsonderzoek voor zelfstandige woningen en kamers.
Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
Door de gewijzigde regelgeving werd het vanaf 1 juni 2024 (enkel nog) mogelijk een vergoeding per conformiteitsonderzoek te vragen. Voorheen werd er een vergoeding gevraagd voor de behandeling van de aanvraag van een conformiteitsattest. In de praktijk blijkt bv. echter dat er vaak meer dan één conformiteitsonderzoek wordt uitgevoerd alvorens de woning conform kan worden verklaard. Sinds 1 juni 2024 kan aldus in dit geval een retributie per conformiteitsonderzoek worden gevraagd (i.p.v. één retributie per aanvraag voor een attest), waardoor de vergoeding meer in verhouding zal staan tot de gemaakte kosten.
Het is aangewezen om voor de uitvoering van een conformiteitsattest een vergoeding vast te stellen. De vergoeding bedraagt heden 90 euro voor een zelfstandige woning of kamerwoning in toepassing van het gemeenteraadsbesluit van 13 mei 2024. Sinds 1 juni 2024 is het maximale bedrag dat kan worden gevraagd, verhoogd naar 200 euro per conformiteitsonderzoek. Dit bedrag mag jaarlijks geïndexeerd worden en voor de eerste maal op 1 januari 2025. De vergoeding moet beperkt zijn tot de werkelijke kosten. Het betreffende conformiteitsonderzoek wordt steeds uitgevoerd door een erkende woningcontroleur in opdracht van de gemeente. Dergelijk onderzoek gaat steeds gepaard met een administratieve verwerking. Hierdoor blijkt de huidige vergoeding die gevraagd kan worden niet in overeenstemming te zijn met de werkelijke kosten. In de praktijk liggen de kosten van een conformiteitsonderzoek omstreeks of zelfs hoger dan 200 euro per conformiteitsonderzoek. Het lokaal bestuur wenst echter in te zetten op het verhogen van de woningkwaliteit en wil in dat opzicht momenteel deze wekelijke kost niet volledig doorrekenen.
Er wordt een lagere vergoeding vastgesteld voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek voor een zelfstandige woning of kamer waarvoor binnen een termijn van 3 maanden voorafgaand aan dit onderzoek al een eerder conformiteitsonderzoek heeft plaatsgevonden. Een hercontrole neemt nl. minder tijd in beslag en brengt bijgevolg minder kosten met zich mee. Door te werken met een termijn van 3 maanden wordt gestimuleerd om tijdig de nodige herstellingen uit te voeren.
De vergoeding wordt gevraagd per onderzochte woning en dus per opgemaakt technisch verslag. Een kamer wordt als een bepaald type woning beschouwd (art. 1.3, §1, eerste lid, 25° Vlaamse Codex Wonen van 2021). In geval van kamers is dit dus een vergoeding per kamer. Voor kamerwoningen wordt er een maximale kostprijs voorzien, zodat de vergoeding niet kan blijven oplopen bij een groot aantal onderzochte kamers in een kamerwoning.
De vergoeding kan enkel worden gevraagd voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek op verzoek.
Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen (deze gevallen worden altijd als een verzoek beschouwd):
In een aantal gevallen zal er geen vergoeding (kunnen) worden gevraagd:
De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk in de hieronder opgesomde gevallen een retributie aan voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen:
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of onderverhuurder een woning verhuurt of te huur of ter beschikking stelt.
De retributie bedraagt:
De bedragen vermeld in dit reglement worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). De bedragen worden vermenigvuldigd met een factor:
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
De retributie is niet verschuldigd in volgende gevallen:
De retributie moet betaald worden binnen de 30 dagen na toezending van het verzoek tot betaling.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Het retributiereglement voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek voor zelfstandige woningen en kamers, goedgekeurd door de gemeenteraad op 13 mei 2024 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentelijk retributiereglement op het inzamelen van afval en aanverwante producten werd op 14 april 2025 gewijzigd. Jaarlijks worden de tarieven voor afvalverwerking en de aanverwante producten geëvalueerd.
Dit reglement vervangt vanaf 1 januari 2026 het reglement van 14 april 2025.
Prioriteit moet verleend worden aan afvalvoorkoming, hergebruik en recyclage van afval. Het nuttig toepassen van afvalstoffen is te verkiezen boven het verbranden onder milieuhygiënische voorwaarden en ten slotte storten van de restfractie. Het gemeentebestuur wil het selectief inzamelen van afval aanmoedigen.
Op het gemeentelijk recyclagepark worden verschillende soorten afval in verschillende deelstromen selectief ingezameld. De inzameling en verwerking van de gratis afvalfracties worden gedekt door een forfaitaire huisvuilbelasting. Voor de kosten van de inzameling en verwerking van betalende afvalfracties wordt het principe 'de vervuiler betaald' toegepast, waarbij de tarieven gebaseerd zijn op de kosten van de verwerking en transport van het afval. Er moet daarbij rekening gehouden worden met een aantal minimale en maximale tarieven.
Ook worden aanverwante producten zoals pmd-zakken, papieren zakken voor gft, compostbakken, tuincompost, topgazoncompost ... aangeboden.
Het is billijk dat de kosten verbonden aan deze dienstverlening worden doorgerekend aan de gebruikers.
De tarieven voor afvalverwerking en de aanverwante producten worden jaarlijks geëvalueerd.
Vanaf 1 januari 2026 wordt een retributie gevestigd op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen op het recyclagepark en op de verkoop van aanverwante producten.
Voor de toepassing van dit reglement zijn de definities van het Materialendecreet, het VLAREMA, het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval en het uniform gemeentelijk politiereglement (deel B, hoofdstuk III) van toepassing.
De retributie is verschuldigd door de persoon die de afvalstoffen, vermeld in artikelen 3, 4 en 5 aanlevert op het recyclagepark of die de producten, vermeld in artikelen 6 en 7, overhandigd krijgt.
De retributie bedraagt:
| Afvalfractie | Tarief |
|---|---|
grofvuil | 0,30 euro per kilogram |
hechtgebonden asbestcement (> 200 kg per gezin per jaar) | 0,18 euro per kilogram |
cellenbeton, kalk, gips | |
C-hout (incl. treinbielzen) | |
roofing | |
| harde kunststoffen | 0,06 euro per kilogram |
| B-hout | |
| snoeihout, gemengd tuinafval en groenafval (> 250 kg per gezin per jaar) | |
A-hout | |
steen- en betonpuin | 0,02 euro per kilogram |
hechtgebonden asbestcement (≤ 200 kg per gezin per jaar) | 0,00 euro per kilogram |
| snoeihout, gemengd tuinafval en groenafval (≤ 250 kg per gezin per jaar) |
Er wordt steeds minstens 4 kg aangerekend per weegcyclus. Ongesorteerde leveringen dienen betaald te worden tegen het tarief van de duurst aangeleverde afvalsoort.
Het gratis aanleveren van asbesthoudend afval op het gemeentelijk recyclagepark geldt enkel voor personen die gedomicilieerd zijn in de gemeente Arendonk en dit voor hun eigen asbesthoudend afval.
| Afvalfractie | Tarief |
|---|---|
piepschuim (< 60 liter) | 0,00 euro |
piepschuim (60-200 liter) | 1,00 euro |
piepschuim (> 200 liter) | 6,50 euro |
| Afvalfractie | Tarief |
|---|---|
professioneel AEEA | 25 euro per stuk |
De retributie op de verkoop van pmd-zakken, papieren zakken voor gft, compostbakken, tuincompost en topgazoncompost bedraagt:
| Tarief | |
| pmd-zakken: rol van 24 zakken van 60 liter |
3,60 euro per rol |
| pmd-zakken voor verenigingen en scholen: rol van 10 zakken van 120 liter |
1,50 euro per rol |
| transparante zakken voor evenementen en verenigingen rol van 25 zakken van 150 liter |
5 euro per rol |
| papieren zakken voor gft: pakket van 80 zakken van 8 liter |
6,50 euro per pakket |
| papieren zakken voor gft: pakket van 5 zakken van 120 liter |
3,75 euro per pakket |
| compostbak | 115 euro per stuk |
| tuincompost: zak van 40 liter |
3 euro per zak |
| topgazoncompost: zak van 40 liter |
5 euro per zak |
Personen met een tweede woning en verenigingen in de gemeente kunnen gratis een toegangskaart voor het recyclagepark bekomen. De toegangskaart is geldig voor een periode van 1 jaar startende vanaf het begin van het kalenderjaar en wordt automatisch verlengd.
Voor de vervanging van een beschadigde of verloren toegangskaart voor het recyclagepark, wordt een bedrag gevraagd van 4 euro.
Personen die omwille van verschillende redenen (verbouwing, in afwachting van eID ...) tijdelijk een toegangskaart nodig hebben dienen bij ontvangst een waarborg van 4 euro te betalen. Deze waarborg wordt terugbetaald als de toegangskaart terug wordt ingeleverd.
Op het recyclagepark wordt de retributie vereffend door betaling volgens de procedure vastgesteld in het uniform gemeentelijk politiereglement (deel B, hoofdstuk III). Voor de verkoop van producten elders dan op het recyclagepark wordt de retributie vereffend volgens de betalingsprocedure die van toepassing is op het verkooppunt. Een betalingsbewijs wordt afgeleverd als degene die betaalt daar op dat moment naar vraagt.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Het retributiereglement op het inzamelen van afval en de verkoop van aanverwante producten, goedgekeurd door de gemeenteraad op 14 april 2025 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit reglement.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Een afschrift van dit reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt aan IOK Afvalbeheer en OVAM.
Er is noodzaak aan een retributiereglement voor de aanrekening van administratieve kosten ten gevolge van niet-tijdige betaling van diverse schulden.
Het reglement wordt ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.
Middels de Wet van 4 mei 2023 houdende invoeging van boek XIX “Schulden van de consument” in het Wetboek van economisch recht werden de kosten die aangerekend kunnen worden aan consumenten geplafonneerd.
De niet-tijdige betaling van diverse schuldvorderingen brengt administratieve prestaties en kosten met zich mee voor de gemeente. Het gemeentebestuur is genoodzaakt bij niet-tijdige betaling van openstaande schulden bijkomende stappen te zetten om deze bedragen alsnog te innen, waaronder het versturen van aanmaningen, ingebrekestellingen of dwangbevelen, en het eventueel inschakelen van derden.
Het is billijk dat deze bijkomende kosten gedragen worden door de schuldenaar die aanleiding geeft tot de invorderingsmaatregelen.
Het hanteren van uiteenlopende tarieven afhankelijk van de aard van de schuldvordering en de aard van de schuldenaar leidt tot bijkomende complexiteit en onduidelijkheid bij de uitvoering van de invorderingsprocedure. Daarom wordt, met het oog op de administratieve vereenvoudiging en gelijke behandeling van schuldenaars, ervoor geopteerd om een uniform tarief toe te passen, ongeacht het type schuldvordering en rekening houdend met de maximumbedragen, zoals voorzien voor de schulden van de consument.
Het tarief wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 rekent de gemeente Arendonk een retributie aan voor de kosten verbonden aan de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Voor de toepassing van dit reglement worden de volgende begrippen gebruikt:
Het bedrag van de retributie wordt bepaald als volgt:
Dit bedrag wordt vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex (2013 = 100). Het bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor:
met in de noemer de consumptieprijsindex die van toepassing was in november 2025.
Het zo verkregen getal wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent als volgt:
het getal dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 cent wordt afgerond naar boven
De retributie is verschuldigd door de nalatige debiteur. De retributie wordt toegevoegd aan het openstaande bedrag en wordt samen met dit bedrag ingevorderd via de tweede aanmaning.
Bij niet-minnelijke regeling van de verschuldigde sommen zal de inning geschieden met alle geëigende rechtsmiddelen.
Bij betaling worden eerst de volgens dit retributiereglement aangerekende kosten aangezuiverd en vervolgens de openstaande fiscale of niet-fiscale schuldvordering (hoofdsom en bijbehoren).
Bij vastgestelde wanbetaling, in het bijzonder als er sprake is van onwil, herhaling of nalatigheid, kan het college van burgemeester en schepenen beslissen op advies van de bevoegde dienst de gemeentelijke dienstverlening te schorsen of helemaal stop te zetten, zonder dat dit enig recht geeft op schadevergoeding in hoofde van de schuldenaar.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
De gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid, bepaalt het beleid van de gemeente en stelt de gemeentelijke reglementen vast, waaronder de retributiereglementen. De gemeenteraad kan bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen, ook wat retributies betreft. De gemeenteraad beslist over de machtiging tot de heffing van retributies en de voorwaarden ervan, maar kan de inningswijze en de vaststelling van het tarief aan het college van burgemeester en schepenen delegeren.
Door de delegatie van de vaststelling van retributies en tarieven kan vlotter gewerkt worden en sneller ingespeeld worden op veranderende omstandigheden. Het college van burgemeester en schepenen vergadert in principe wekelijks, de gemeenteraad in principe maandelijks en niet tijdens juli en augustus. Door het vaststellen van tarieven te delegeren, kan het college van burgemeester en schepenen sneller en efficiënter reageren op wijzigingen of nieuwe diensten. Het vermindert de werklast voor de gemeenteraad, waardoor deze zich kan concentreren op andere, belangrijkere beleidskwesties.
De gemeente organiseert tal van activiteiten, lezingen, cursussen, voorstellingen, optredens, tentoonstellingen … van kortlopende en/of occasionele aard. De kostprijs hiervan is vaak pas gekend bij de concrete uitwerking/programmatie. De retributie die daarvoor eventueel aangerekend wordt aan de deelnemers kan dus ook niet lang op voorhand concreet bepaald worden. Het is aangewezen deze bevoegdheid te delegeren naar het college van burgemeester en schepenen. Hetzelfde geldt voor de verkoop van dranken of andere consumpties, producten, benodigdheden … bij dergelijke activiteiten van kortlopende en/of occasionele aard.
Het verbruik van nutsvoorzieningen (elektriciteit, gas en water) wordt aan de hand van meterstanden doorgefactureerd aan de verbruikers. Dat is o.a. zo bij het gebruik door derden van gebouwen, bij de huur van bepaalde zalen van het gemeenschapscentrum, organisatoren van bepaalde evenementen en manifestaties, circussen … De tarieven van de nutsvoorzieningen (elektriciteit, gas en water) veranderen continu. Het is aangewezen om het college van burgemeester en schepenen te laten vaststellen aan welk tarief het verbruik wordt doorgerekend aan de gebruikers.
Decreet lokaal bestuur, inzonderheid artikel 40 en 41
De gemeenteraad geeft volledige delegatie aan het college van burgemeester en schepenen voor de bepaling van het tarief en de inningswijze van:
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de aanvraagt tot deelname indient, die het product aankoopt of die gebruik maakt van de dienstverlening.
Het college van burgemeester en schepenen houdt bij de vaststelling van het tarief rekening met het retributiebegrip zelf: een billijke vergoeding voor de kostprijs van de dienst of prestatie. Naast dit financieel aspect mag het college van burgemeester en schepenen in haar tarievenbeleid waar nodig ook rekening houden met toegankelijkheid en laagdrempeligheid.
Het college van burgemeester en schepenen kan, mits grondige motivering, kortingen en vrijstellingen toekennen. Een korting of vrijstelling moet steeds gebaseerd zijn op objectief vaststelbare criteria, zoals bv. de vrijetijdspas, het aantal deelnemers per gezin, sociaal statuut of leeftijd van de deelnemers, afnamehoeveelheden en abonnementsformules.
Het college van burgemeester en schepenen kan specifieke betalingsmodaliteiten, annulatievoorwaarden en terugbetalingsregels vastleggen.
De besluiten van het college van burgemeester en schepenen in het kader van deze delegatie worden als reglement conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Dit reglement treedt in werking 5 dagen na de bekendmaking.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Het gemeentereglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen van 12 december 2022 vereist enkele administratieve wijzigingen.
Een gemeentelijke verordening kan de functies omschrijven die een effectief en niet- occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengen. De gemeente heeft deze niet omschreven in onderhavig reglement. Dat heeft tot gevolg dat om de kwalificatie als ‘leegstaand’ te verhinderen, een woning in principe dient aangewend te worden in overeenstemming met de woonfunctie.
De gemeente kan de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toevertrouwen aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband. De gemeente heeft deze bevoegdheid overgedragen aan IOK bij besluit van de gemeenteraad van 16 september 2010. De door het beslissingsorgaan van de intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De intergemeentelijke administratie beoordeelt de leegstand van een gebouw of een woning aan de hand van de indicaties die in dit reglement vastgelegd zijn.
Het is wenselijk dat de woningen en gebouwen in de gemeente optimaal benut worden. De gemeente wenst leegstand van woningen en gebouwen te voorkomen en te bestrijden. Het leegstandsregister is een nuttig monitoringsinstrument ten einde de leegstand van gebouwen en woningen in kaart te brengen. Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.
6° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in art 2.9. Vlaamse Codex Wonen
7° woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande
8° houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning
In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.
Als het schrappingsverzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.14. Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
De administratie neemt een beslissing over het verzoek tot schrapping binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
§4.De administratie kan het gebouw of de woning ambtshalve uit het leegstandsregister schrappen, indien zij vaststelt dat aan de voorwaarden voor de schrapping, vermeld in artikel 5, §1 of §2, voldaan is.
Het gemeentereglement inzake het register van verwaarloosde gebouwen en woningen van 12 december 2022 vereist enkele administratieve wijzigingen.
Het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.
Met de goedkeuring van de verordening verplicht conformiteitsattest van 27 juni 2022 heeft het lokaal bestuur zich geëngageerd om de woningkwaliteit van woningen die te huur, verhuurd of ter beschikking gesteld worden op zijn grondgebied te verbeteren. Op die manier wenst het lokaal bestuur natuurlijke personen of rechtspersonen die als houder van het zakelijk recht of als (onder)verhuurder een woning te huurstellen, verhuren of ter beschikkingstellen te stimuleren om de desbetreffende woning te verbeteren op het vlak van woningkwaliteit.
De conformiteit van een woning die verhuurd wordt of te huur of ter beschikking gesteld wordt, blijkt uit het conformiteitsattest dat de burgemeester afgeeft op eigen initiatief of op verzoek. Het gaat momenteel in essentie over zelfstandige woningen, kamers (al dan niet voor studenten) en kamers voor seizoenarbeiders, Hiertoe zal tijdens een conformiteitsonderzoek vastgesteld worden of de woning voldoet aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten.
Op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 moet elke woning voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten.
De burgemeester kan in een conformiteitsattest vaststellen dat een woning voldoet aan deze vereisten en aldus conform is, op eigen initiatief of op verzoek van de (onder)verhuurder of houder van het zakelijk recht. De houder van het zakelijk recht is de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning.
Een conformiteitsattest is in principe 10 jaar geldig. Het lokaal bestuur beschikt over een verordening waarbij de geldigheidsduur in bepaalde situaties beperkt wordt 5 jaar.
Het lokaal bestuur wenst de woningkwaliteit van de woningen op haar grondgebied te verbeteren middels het continueren van het verplicht conformiteitsattest voor woningen die te huur, verhuurd of ter beschikking gesteld worden.
Art. 3.2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening het conformiteitsattest verplicht kan stellen, wijzigen of herzien na een voorafgaand, niet-bindend advies te hebben ingewonnen bij het Agentschap Wonen in Vlaanderen.
De gemeente Arendonk telt volgens de website www.provincies.incijfers.be 1 369 huurwoningen en 4 168 eigenaarswoningen (1 januari 2024). Hoewel deze cijfers eerder indicatief zijn, tonen ze wel aan dat het niet realistisch is om alle huurwoningen in een tijdsbestek van enkele jaren te onderzoeken. De Vlaamse Codex Wonen laat differentiatie toe, o.m. in de vorm van een gefaseerde invoering van het conformiteitsattest.
De gemeente Arendonk wenst het conformiteitsattest te verplichten bij alle nieuwe verhuringen, te huur of ter beschikkingstellingen. Op deze wijze zal elke nieuw verhuurde woning vanaf 1 januari 2023 voldoen aan de vereiste woonkwaliteitseisen. Deze werkwijze maakt communicatie naar alle betrokkenen eenvoudig en duidelijk en maakt een woningcontrole op het moment van leegstand tussen 2 verhuringen mogelijk.
Tijdens een bilateraal overleg met Kempens Woonplatform van 22 september 2025 omtrent de verordening verplicht conformiteitsattest werd deze fasering geëvalueerd en werd geconcludeerd dat het aangewezen is om de huidige fasering te behouden.
Het lokale bestuur acht het belangrijk dat ook sociale huurwoningen voldoen aan de minimale normen van de Vlaamse Codex Wonen. Dit neemt niet weg dat er een apart traject werd uitgestippeld voor het sociaal huurpatrimonium in eigendom van de woonmaatschappij. Elke woonactor brengt reeds een aantal woningkenmerken in kaart voor elke sociale huurwoning en dit met het oog op de renovatieplanning. Daarnaast is het ook vanuit praktische overwegingen gerechtvaardigd om een apart traject af te spreken voor sociale huurwoningen in eigendom van de woonmaatschappij. Zo kan er bv. na renovatie van een project een woningonderzoek gebeuren bij al deze woningen. Binnen het lokaal woonoverleg werd dit afzonderlijk traject voor het sociaal woonpatrimonium reeds vastgelegd. Ook voor de woningen die de woonmaatschappij inhuurt op de private huurmarkt werden afspraken gemaakt met het oog op het verkrijgen van een conformiteitsattest.
De gefaseerde invoering van een verplicht conformiteitsattest is een proactieve strategie om te controleren of woningen conform zijn. De normen zelf inzake conformiteit zijn en blijven voor het hele grondgebied van toepassing, ook wanneer er voor de woning in kwestie (nog) geen verplicht conformiteitsattest ingesteld is. De gefaseerde invoering creëert geen nieuwe normen inzake kwaliteit. De gefaseerde invoering ontslaat houders van het zakelijk recht - zowel private als sociale – of (onder)verhuurders niet van de verplichting steeds conforme woningen te verhuren of ter beschikking te stellen. De bestaande initiatiefrechten van huurder, houder van het zakelijk recht of burgemeester om op elk moment een woningonderzoek aan te vragen blijven onverminderd bestaan. De gefaseerde invoering van het conformiteitsattest kan nooit door het lokaal bestuur worden ingeroepen om dergelijk verzoek te weigeren.
Aan het uitvoeren van woningonderzoeken is een kost verbonden. Een deel van de kosten kan potentieel verhaald worden op de aanvrager middels een retributie, cf. het gemeentelijk retributiereglement op het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek. Ook indien het conformiteitsattest verplicht is, kan de retributie behouden blijven.
Over de definitieve ontwerptekst werd in uitvoering van art. 3.2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 een voorafgaand, niet bindend advies gevraagd bij het Agentschap Wonen in Vlaanderen.
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1° houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen zoals bepaald in art. 1.3, §1, eerste lid, 22° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
§1. Elk natuurlijke persoon of rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of (onder)verhuurder een woning te huur stelt, verhuurt of ter beschikking stelt, moet een geldig conformiteitsattest kunnen voorleggen.
Bij verhuur, wordt het conformiteitsattest ten laatste verplicht gesteld op de dag dat de huurovereenkomst wordt ondertekend om de huurder maximaal te informeren vooraleer hij zich juridisch verbindt tot bepaalde verplichtingen.
Bij terbeschikkingstelling moet het conformiteitsattest ten laatste op de eerste dag van de terbeschikkingstelling beschikbaar zijn.
In geval van te huurstelling, moet het conformiteitsattest op de eerste dag van de te huurstelling aanwezig zijn.
§2. De verplichting in de eerste paragraaf geldt voor alle nieuwe verhuringen, te huur of terbeschikkingstellingen vanaf 1 januari 2023.
Hierbij wordt een uitzondering gemaakt voor woningen die worden verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld door de woonmaatschappij.
Zolang niet aan de verplichting in artikel 2 voldaan is, wordt er een jaarlijks terugkerende verplichting opgelegd om het conformiteitsattest aan te vragen.
Als het bestaand conformiteitsattest vervalt tijdens de periode van verhuring, ter beschikkingstelling of tehuurstelling, begint de jaarlijkse aanvraagverplichting te lopen op de dag van dat verval.
Inbreuken op bepalingen van deze verordening worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete en worden opgelegd door de daartoe aangestelde ambtenaar conform de procedure vervat in de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Alle houders van het zakelijk recht of (onder)verhuurders zijn hoofdelijk en ondeelbaar gehouden zijn tot de betaling van de administratieve geldboete.
De verordening verplicht conformiteitsattest van 27 juni 2022 wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven.
Onderhavige verordening verplicht conformiteitsattest treedt in voege op 1 januari 2026 en wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 285 t.e.m. 287 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Het lokaal bestuur wenst in te zetten op het bevorderen van de woningkwaliteit met het oog op het realiseren van het recht op menswaardig wonen.
De conformiteit van een woning of kamer kan worden vastgesteld door de bevoegde personen, zoals opgenomen in art. 3.4 Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In het kader van het conformiteitsonderzoek zijn de mogelijke gebreken aan een woning onderverdeeld in 3 categorieën (art. 3.1, §1, derde lid Vlaamse Codex Wonen van 2021):
De burgemeester of de gewestelijk ambtenaar van het Agentschap Wonen in Vlaanderen kan een conformiteitsattest weigeren en een woning of kamer ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaren, indien onder meer uit het technisch verslag van een conformiteitsonderzoek blijkt dat een woning of een kamer minstens één gebrek vertoont uit categorie II of categorie III (‘ongeschikte’ woning cf. art. 1.3, §1, eerste lid, 35° Vlaamse Codex Wonen van 2021; ‘onbewoonbare’ woning cf. art. 1.3, §1, eerste lid, 33° Vlaamse Codex Wonen van 2021; geen ‘conforme’ woning cf. art. 1.3, §1, eerste lid, 7° Vlaamse Codex Wonen van 2021); dat 7 of meer gebreken uit categorie I gelijkgesteld worden met 1 gebrek uit categorie II (cf. technisch verslag, bijlage 4 t.e.m. 6 Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021).
Het conformiteitsattest vervalt van rechtswege, onder meer vanaf het ogenblik dat er een termijn van 10 jaar of een termijn die vastgesteld wordt door de gemeenteraad, met een maximum van 10 jaar, is verstreken na de afgifte van het conformiteitsattest (art. 3.9 Vlaamse Codex Wonen van 2021). De gemeenteraad kan de termijn derhalve beperken bij verordening.
Een verhuurder die beschikt over een conformiteitsattest, kan aantonen dat de woning of kamer op het moment van het conformiteitsonderzoek conform is aan de geldende veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten.
Met voorliggende verordening om de geldigheidsduur van conformiteitsattesten te beperken wenst het lokaal bestuur een proactief woningkwaliteitsbeleid te voeren, hetgeen volledig kadert binnen de 2de Vlaamse beleidsprioriteit inzake het woonbeleid met name ‘de gemeente werkt aan de kwaliteit van het woningpatrimonium en de woonomgeving’
Hierboven werd reeds geduid dat een woning of kamer pas niet-conform is als er zich 7 of meer gebreken van categorie I en/of minstens één gebrek van categorie II en/of III voordoen. Er kan voor een woning of kamer dus een conformiteitsattest worden afgeleverd, ook al zijn er al gebreken van categorie I aanwezig.
In de huidige verordening ‘beperkte geldigheidsduur conformiteitsattest’ is voorzien dat de geldigheidsduur van het conformiteitsattest dat wordt afgeleverd, wordt beperkt tot 5 jaar indien de woning of kamer 5 of meer gebreken categorie I telt. Reden hiertoe is dat de kwaliteit van woningen en kamers te allen tijde kan verslechteren en dat een woning of kamer met 5 of meer gebreken uit categorie I - die op dat moment nog wel conform is - snel kan evolueren tot een woning of kamer met meerdere kleine gebreken of met een ernstig gebrek en bijgevolg ook naar niet-conforme woningen en kamers. Een beperking van de geldigheidsduur bij dergelijke situaties is dus nog steeds wenselijk.
Daarnaast kon bij een evaluatie ook worden vastgesteld dat veel van de vaak voorkomende gebreken in categorie I betrekking hebben op diverse vochtproblemen.
In het kader van het conformiteitsonderzoek kunnen meer bepaald volgende gebreken met betrekking tot vocht worden vastgesteld in een woning of kamer, aangevuld met de respectievelijke rubrieken van het technisch verslag waarbinnen deze worden gequoteerd:
Met uitzondering van vochtige keldermuren (rubriek 141) en vochtschade aan de onderste draagvloeren (rubriek 131) waarvoor enkel een gebrek in categorie I kan worden toegekend, kunnen al deze vochtproblemen naargelang de ernst worden gequoteerd als een gebrek uit categorie I, II of III. Vochtproblemen die initieel slechts als een gebrek van categorie I moeten worden gequoteerd kunnen, als er niet tijdig wordt overgegaan tot herstel, al snel evolueren naar een gebrek van categorie II of III. Een bijkomende beperking van de geldigheidsduur van het conformiteitsattest tot 5 jaar is dus aangewezen als dergelijke gebreken van categorie I worden vastgesteld.
Gebreken ten gevolge van vocht met betrekking tot de gemeenschappelijke delen van een pand (rubrieken 12, 22 en 32) zijn de verantwoordelijkheid van alle zakelijk gerechtigden binnen het pand en niet van de individuele zakelijk gerechtigde die instaat voor de conformiteit van de kamer of woning.
Gebreken ten gevolge van condenserend vocht (rubrieken 102, 112 en 152) kunnen in bepaalde gevallen het gevolg zijn van bewonersgedrag als de bewoners onvoldoende of foutief verwarmen en verluchten. De zakelijk gerechtigde die instaat voor de conformiteit van de kamer of woning heeft hier niet steeds vat op.
Gebreken door opstijgend, insijpelend of doorslaand vocht daarentegen zijn bijna altijd een gevolg van bouwtechnische gebreken. Zulke gebreken van categorie I ten gevolge van opstijgend, insijpelend of doorslaand vocht kunnen daarnaast ook snel escaleren naar een gebrek van categorie II of III indien op korte termijn geen structurele verbeteringswerken worden uitgevoerd die het opstijgen, insijpelen of doorslaan van dit vocht in de constructiedelen doen stoppen. De aard en ernst van deze gebreken verschilt dus in die mate van andere categorie I gebreken (bv. gebroken tegel, ontbrekende deurbel, gebrekkige lichtinval in een kamer …) dat een beperking van de geldigheidsduur al kan worden verantwoord van zodra er 1 dergelijk gebrek aanwezig is (in plaats van 5 gebreken). Deze gebreken lijken dus van dien aard dat een beperking van de geldigheidsduur al kan worden verantwoord bij 1 dergelijk gebrek.
Vandaar dat de beperking van de geldigheidsduur van het conformiteitsattest n.a.v. vochtproblemen enkel zal toegepast worden indien zich gebreken ten gevolge van doorslaand, insijpelend of opstijgend vocht in categorie I voordoen. Het betreft dan concreet gebreken met volgende rubrieksnummers: rubriek 101, rubriek 111 en rubriek 151.
De kostprijs voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek kan vastgelegd worden in een gemeentelijk retributiereglement.
De geldigheidsduur van het conformiteitsattest dat wordt afgeleverd vanaf de inwerkingtreding van dit reglement, wordt beperkt tot 5 jaar indien uit het technisch verslag van het conformiteitsonderzoek blijkt dat een woning of kamer:
en/of
De kostprijs van het conformiteitsattest is vastgelegd in het gemeentelijk retributiereglement op de behandeling van een aanvraag van een conformiteitsattest voor zelfstandige woningen en kamerwoningen.
Het gemeentereglement beperkte geldigheidsduur conformiteitsattest van 12 december 2022 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en na goedkeuring door de gemeenteraad.
Bij akte van 9 mei 1988 werd een opstalrecht gevestigd door Mermans-Blockx aan de vennootschap Intervervoer Mermans-Smolders.
Bij akte van 30 maart 1989 werd de vennootschap Intervervoer Mermans-Smolders gesplitst, waarbij Intervervoer Mermans de bestaande bedrijfsgebouwen overnam.
Bij besluit van 4 juli 1996 verklaarde het college van burgemeester en schepenen zich akkoord met de inbreng van de grond in de bvba Meblo.
Bij besluit van de gemeenteraad van 11 september 2023 (2023_GR_00126) werd aan bvba Meblo onder voorwaarden toelating verleend tot verkoop van het industrieterrein met garage/werkplaats, gelegen in Arendonk, 190, kadastraal gekend als 2de afd., sectie C, nr. 40/2F12 met een kadastrale oppervlakte van 4 584 m², aan bv Lonete. Dit besluit werd genomen voordat de verkoopsovereenkomst werd getekend, zonder dat de concrete verkoopsvoorwaarden gekend waren en werd later bevestigd door het gemeenteraadsbesluit 2024_GR_00007.
Bij besluit van de gemeenteraad van 12 februari 2024 (2024_GR_00007) werd aan bvba Meblo onder voorwaarden toelating verleend tot verkoop van het industrieterrein (handelseigendom) gelegen in Arendonk, Hoge Mauw 190, kadastraal gekend als 2de afd., sectie C, nr. 40/2F12 met een kadastrale oppervlakte van 4 584 m² door bvba Meblo, gevestigd Turnhoutsebaan 92 in 2470 Retie, ondernemingsnummer BE0437.157.719 aan bv Lonete, gevestigd Hoge Mauw 200 in Arendonk, ondernemingsnummer BE0461.919.344.
De betrokken notaris verzoekt per e-mail van 16 oktober 2025 of de gemeente, in toepassing van de bijzondere verkoopsvoorwaarden opgenomen in de eigendomstitel, kan instemmen met de voorgenomen vestiging van erfpacht en leasing en mits welke voorwaarden.
Het notariskantoor is gelast met het opstellen van volgende notariële akten:
De voormelde vier akten kaderen in een onroerende financieringshuur (onroerende leasing). nv ES Finance wenst na een voorfinanciering en de oprichting van een nieuw kantoorgebouw over een zakelijk recht (erfpachtrecht) te beschikken op dat gebouw en de bijhorende grond.
De trimestriële huurprijs die bv Lonete zal betalen aan ES Finance bedraagt € 195.801,05 voor een periode van 15 jaar. De eenmalige canon die nv ES Finance zal betalen aan bv Lonete bedraagt € 9.339.754,13 exclusief btw.
Gelet op de bijzondere voorwaarden, opgenomen in de notariële verkoopakte van 4 maart 2024, in het bijzonder de voorwaarde "1. De kopers verbinden zich ertoe zo voor zichzelf als voor hun rechtverkrijgenden het aangekochte goed aan te wenden met het doel een industrieel bedrijf op te richten of het bestaande bedrijf uit te breiden."
Gelet op de thans geldende bijzondere verkoopsvoorwaarden vastgelegd bij gemeenteraadsbesluit van 11 september 2023.
Advies IOK wederverkoop
Omtrent de vestiging van erfpacht en leasing werd geen advies ingewonnen bij de projectcoördinator bedrijventerreinen van IOK gelet op de aard van de aanvraag en de hoogdringendheid van de afhandeling van de aanvraag. Daarnaast heeft de tussenkomst van nv ES Finance voornamelijk betrekking op de financiering van het project: bv Lonete geeft het onroerend goed in erfpacht aan nv ES Finance en leasen deze terug. Deze verrichtingen betreffen een nieuw gebouw met bijhorende grond en gebeuren onder het BTW-stelsel.
Beoordeling toelating tot verkoop
Het bedrijfsterrein behoort sinds 2024 toe aan bv Lonete. De tussenkomst van nv ES Finance is financieel en dient voor de bouw van een nieuw bedrijfsgebouw. De bedrijfsactiviteiten blijven ongewijzigd. De overdracht betreft een erfpacht en leasing en geen verkoop aan een derde partij. Het is derhalve niet opportuun om deze verrichting te weigeren.
De gemeenteraad besluit aan aan bv Lonete, gevestigd Hoge Mauw 200 in Arendonk, ondernemingsnummer 0461.919.344, onder voorwaarden (cf. art. 3) toelating te verlenen tot de vestiging van een zakelijk recht van erfpacht van het industrieterrein met handelsruimte en woongelegenheid, gelegen in Arendonk, 190, kadastraal gekend als 2de afd., sectie C, nr. 40/2F12 met een kadastrale oppervlakte van 4 584 m², aan nv ES Finance met zetel in Brussel, Warandeberg 8 bus 1, met ondernemingsnr. 0430.506.289.
De gemeenteraad besluit aan aan bv Lonete, gevestigd Hoge Mauw 200 in Arendonk, ondernemingsnummer 0461.919.344, onder voorwaarden (cf. art. 3) toelating te verlenen tot het vestigen van een financieringshuur (onroerende leasing) van het industrieterrein met handelsruimte en woongelegenheid , gelegen in Arendonk, 190, kadastraal gekend als 2de afd., sectie C, nr. 40/2F12 met een kadastrale oppervlakte van 4 584 m², aan nv ES Finance met zetel in Brussel, Warandeberg 8 bus 1, met ondernemingsnr. 0430.506.289.
De betrokken partijen, bv Lonete en nv ES Finance, dienen de gewijzigde bijzondere verkoopsvoorwaarden van industriegronden van 11 september 2023 na te leven. Deze bijzondere verkoopsvoorwaarden dienen opgenomen te worden in of gehecht te worden aan de notariële akte.
De gemeenteraad besluit geen gebruik te maken van het recht van voorkoop van de gemeente Arendonk.
De gemeente en het OCMW van Arendonk hebben enkele landbouwgronden in eigendom die de afgelopen 3 jaren (2023-2025) in bruikleen werden gegeven aan Arendonkse beroepslandbouwers. Deze periode van bruikleen loopt op 31 december 2025 op zijn einde en dus is het aangewezen de nodige stappen te zetten om nieuwe bruikleenovereenkomsten af te sluiten voor de komende periode van 3 jaren.
Voor de gemeente Arendonk betreft het de volgende percelen:
Voor het OCMW van Arendonk betreft het volgend perceel:
Het is wenselijk om deze percelen opnieuw ter beschikking te stellen van de beroepslandbouw.
Uit het landbouwoverleg van 11 april 2019, 23 januari 2020 en 23 februari 2023 is gebleken dat de verpachting van de landbouwgronden volgens het Vlaams Pachtdecreet en de omzendbrief van 1 juni 2017 van de provincie Antwerpen, betreffende vaststelling van de aanbestedingsvoorwaarden en normen inzake onderhandse verpachting door openbare besturen, te stringent is. Deze procedure laat geen gespreid gebruik van de gronden toe door verschillende landbouwers over hun loopbaan heen. Enkel een beperkt aantal landbouwers zal worden bediend.
Uit het landbouwoverleg is verder gebleken dat de landbouwers voorstellen om:
Het gemeentebestuur en OCMW van Arendonk wensen op basis van de resultaten van het overleg met de landbouwers uit Arendonk, de beperkingen uit de pachtregelgeving en de relatief beperkte inkomsten de gronden niet opnieuw te verpachten doch in 3-jarige bruikleen te geven aan Arendonkse landbouwers voor beroepsmatige landbouwexploitatie.
In het kader van het engagement aangegaan via het Lokaal energie- en klimaatpact (LEKP), het gemeentelijk energie- en Klimaatactieplan, de biodiversiteitscrisis, het houtkantenplan van de VLM en de versterking van de landschappelijke kwaliteit werden in 2023 volgende ingrepen vooropgesteld op de genoemde gronden:
De houtkant in De Biezen III werd aangeplant. De aanplanting van de bomenrijen en houtkant in Voortjens is voorzien in plantseizoen 2025-2026 alsook de bosaanplanting aan Nieuwedijk. De bosaanplanting van Voortjens is voorzien voor plantseizoen 2026-2027. De bomenrij in de Biezen III zal niet worden uitgevoerd.
De gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn hechtten op 13 maart 2023 goedkeuring aan het bestek en het ontwerp van bruikleenovereenkomst voor de gemeentelijke landbouwgronden, gelegen in Arendonk, De Biezen III, Voortjens (4 loten), Hoge Mauw zn en Nieuwedijk zn.
Het landbouwoverleg heeft op 8 juni 2023 en 27 februari 2025 de bruikleenovereenkomst landbouwgronden gemeente / OCMW en de hernieuwing ervan besproken en geëvalueerd. Het landbouwoverleg gaf goedkeuring om de methodiek van de bruikleenovereenkomsten verder te zetten.
Het ontwerp van bestek voor de bruikleen en toewijzing van de genoemde landbouwgronden van de periode 2023-2025 werd beperkt aangepast na de ervaringen ermee uit deze periode. De volgende aanpassingen werden gedaan:
Gelet op het ontwerp van bestek voor de bruikleen en toewijzing en het ontwerp van bruikleenovereenkomst voor de beroepsmatige exploitatie van de genoemde landbouwgronden, voor de periode 2026-2028, zoals opgemaakt door de dienst omgeving.
De gemeenteraad keurt het bestek en de ontwerpen van overeenkomst voor de bruikleen voor de periode 2026-2028 van de gemeentelijke landbouwgronden, gelegen De Biezen III, Voortjens (4 loten), Hoge Mauw zn met Wisselpad zn, goed.
Op 11 februari 2016 verleende de GECORO een advies met betrekking tot de toekomstvisie voor de clusters van weekendverblijven. Op 24 maart 2016 vond een informatievergadering plaats omtrent de problematiek en de toekomst van de weekendverblijven in Arendonk voor de gemeenteraadsleden.
De gemeenteraad stemde op 9 mei 2016 over de gewenste toekomstige bestemming van de 7 clusters van weekendverblijven en over de verlenging van het tijdelijk woonrecht tot 31/12/2029, met een aanvullend woonrecht tot 31/12/2039, voor de permanente bewoners van 5 clusters van weekendverblijven.
In toepassing van de provinciale omzendbrief gemeentelijke planningsinitiatieven voor clusters van weekendverblijven van 23 september 2011 werd het provinciebestuur en dep. Omgeving verzocht om een tussentijds overleg. Dat overleg vond plaats op 14 september 2016. Op 7 oktober 2016, tijdens het werkbezoek van de deputatie en de gouverneur, werd het dossier besproken en werd een plaatsbezoek gedaan.
Per brief van 9 januari 2017 met kenmerk GemRUP-2016-0026 zond de deputatie van het provinciebestuur het besluit van de deputatie van 22 december 2016 omtrent de 7 clusters van weekendverblijven in Arendonk. De gemeenteraad nam kennis van deze brief op 13 februari 2017. Per brief van 14 maart 2017 reageerde het gemeentebestuur op deze brief van de deputatie. Op deze reactie werd geen antwoord ontvangen van de deputatie.
Op 11 september 2017 gelaste de gemeenteraad het college van burgemeester en schepenen en de verantwoordelijke ambtenaren met de opdracht om te starten met de opmaak van het “RUP Rode Del” met als doel de gemeenteraadsbeslissing van 09.05.2016 aangaande “Ruimtelijke ordening – algemene toekomstvisie voor de clusters van weekendverblijven” in uitvoer te brengen.
Op 13 november 2017 keurde de gemeenteraad lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van de studieopdracht voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Clusters weekendverblijven C1 en C2' en gedeeltelijke herziening van het GRS goed.
Bij het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 23 november 2017 werd de plaatsingsprocedure gestart.
Bij besluit van het college van burgemeester en schepenen van 15 maart 2018 werd de opdracht “Aanstellen ontwerper gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Clusters weekendverblijven C1 en C2” gegund aan D+A Consult.
Het huidige gemeentelijk ruimtelijk structuurplan voorziet niet in de planologische omzetting van het gebied voor verblijfsrecreatie van cluster C1 (Rode Del) naar een zone voor recreatief verblijven en kleinschalig wonen in het groen. Enkel in het behoud (en evt. uitbreiding) van het gebied voor verblijfsrecreatie. Om strijdigheid van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan cluster weekendverblijven C1, in opmaak, met het GRS te voorkomen, is een aanpassing van het GRS vereist. Dat dient te gebeuren door een beperkte gedeeltelijke herziening ervan.
Op 19 april 2018 vond een startoverleg plaats tussen het gemeentebestuur en D+A Consult. Op 31 mei 2018 vond een overleg plaats met het planteam (gemeentebestuur en D+A Consult).
Het structureel overleg voor de gedeeltelijke herziening van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en een vooroverleg voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Clusters weekendverblijven C1 en C2’ vond plaats op 20 juni 2018 in aanwezigheid van het provinciebestuur van Antwerpen, het dep. Omgeving, D+A Consult en het gemeentebestuur. Verslag van dit gecombineerd structureel overleg en vooroverleg werd opgemaakt door D+A Consult.
Op 8 augustus 2018 bracht het departement Omgeving schriftelijk advies uit met kenmerk 2.14/13001/105 omtrent het ‘Voorstel RUP weekendverblijven + Gedeeltelijke herziening GRS’.
Op 16 augustus 2018 nam het college van burgemeester en schepenen kennis van 1) het verslag van de startvergadering van 19 april 2018 tussen het gemeentebestuur en D+A Consult omtrent de studieopdracht “Aanstellen ontwerper gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Clusters weekendverblijven C1 en C2’”, van 2) het verslag van het overleg van het planteam van 31 mei 2018 tussen het gemeentebestuur en D+A Consult omtrent de genoemde studieopdracht en van 3) het schriftelijk advies van het departement Omgeving van 8 augustus 2018 met kenmerk 2.14/13001/105 omtrent het ‘Voorstel RUP weekendverblijven + Gedeeltelijke herziening GRS’.
Op 16 augustus 2018 besloot het college van burgemeester en schepenen om deelopdracht 4, zijnde de opmaak van een gemeentelijk RUP voor de verlenging van het tijdelijk woonrecht met een aanvullend woonrecht voor cluster 2 niet op te starten om reden dat er in de cluster geen enkele bewoner over een tijdelijk woonrecht beschikt.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot regeling van het vooroverleg over voorontwerpen van ruimtelijke structuurplannen voorziet in de organisatie van een plenaire vergadering met het provinciebestuur en het departement Omgeving ten vroegste de 40ste dag na de verzending van het dossier.
Op 20 mei 2021 hechtte het college van burgemeester en schepenen goedkeuring aan het rapport 'GEMEENTELIJK RUIMTELIJK STRUCTUURPLAN ARENDONK – BEPERKTE GEDEELTELIJKE HERZIENING', en besloot tot organisatie van de plenaire vergadering daaromtrent. Het advies van het provinciebestuur en het departement Omgeving werden gevraagd per brief van 11 juni 2021. Het advies van de gemeentelijke omgevingsraad werd gevraagd per email van 2 juni 2021.
Tijdens de adviesperiode werden de volgende adviezen ontvangen:
De plenaire vergadering vond plaats op 28 juli 2021. Daarvan werd een verslag opgemaakt.
Op 9 september 2021 nam het college van burgemeester en schepenen kennis van het verslag van de plenaire vergadering en de ontvangen adviezen omtrent de gedeeltelijke herziening van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.
De beperkte gedeeltelijke herziening van het GRS is verbonden met de opmaak van het RUP Cluster Weekendverblijven C1. Beiden worden daarom parallel opgemaakt. Het RUP bevond zich ten tijde van de plenaire vergadering voor de beperkte gedeeltelijke herziening van het GRS nog in de startnotafase. Om een duidelijk zicht te krijgen op de concrete uitwerking van het RUP (stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan) werd de focus eerst gelegd op het nemen van de nodige stappen binnen het RUP-proces alvorens de beperkte gedeeltelijke herziening van het GRS voorlopig vast te stellen.
Op 21 oktober 2024 stelde de gemeenteraad het ontwerp van de beperkte gedeeltelijke herziening van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Arendonk voorlopig vast. De voorlopige vaststelling van en het openbaar onderzoek over de herziening werd bekend gemaakt per brief van 19 november 2024 aan de deputatie, de Vlaamse Regering en de 4 Vlaamse buurgemeenten.
Omtrent deze herziening werd een openbaar onderzoek georganiseerd dat liep van 1 december 2024 tot en met 28 februari 2025. Het openbaar onderzoek werd bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad op 20 november 2024, in 3 dagbladen (GvA, DS en Nieuwsblad) op 20 november 2024, via aanplakking aan het gemeentehuis vanaf 15 november 2024, door publicatie op de gemeentelijke website en door aankondiging in de gemeentelijke nieuwsbrief #99 van 3 december 2024. Op 19 december 2024 werd een informatie- en inspraakvergadering georganiseerd.
Tijdens dit openbaar onderzoek werd 1 advies (dep. Omgeving van 3 januari 2025) en 6 bezwaarschriften ontvangen. De deputatie bracht geen advies uit, aan deze adviesvereiste kan worden voorbij gegaan. Het is aan de omgevingsraad om de adviezen, opmerkingen en bezwaren te bundelen, te coördineren en een gemotiveerd advies te formuleren aan de gemeenteraad.
De omgevingsraad verzocht het college van burgemeester en schepenen per brief van 27 februari 2025 om verlenging van haar adviestermijn van 60 dagen met 60 dagen tot uiterlijk 28 juni 2025. Het college van burgemeester en schepenen verleende op 17 april 2025 goedkeuring aan het verzoek van de omgevingsraad tot verlenging van de adviestermijn tot en met 28 juni 2025.
In zitting van 19 juni 2025 formuleerde de omgevingsraad een gunstig advies aan de gemeenteraad. De gemeenteraad dient binnen een termijn van 270 dagen na de begindatum van het openbaar onderzoek het structuurplan definitief vast te stellen, dus uiterlijk 25 november 2025.
De huidige bestuursploeg wil een kernversterkend beleid in de gemeente voeren waarbij ontwikkelingen op slecht gelegen locaties worden tegen gegaan. De herbestemming van cluster C1 van gebied voor verblijfsrecreatie naar een zone voor recreatief verblijven en kleinschalig wonen in het groen op een ruime afstand van de woonkern van Arendonk druist in tegen dit kernversterkend beleid. De herbestemming betekent geen versterking van de bestaande kern en sluit er niet onmiddellijk bij aan. Hierdoor is de herziening in strijd met het oplossingskader voor clusters van weekendverblijven in de provincie Antwerpen van 2009 dat een aansluiting bij de kern vereist. De ontwikkeling van een bijkomend woongebied van ca. 25 ha op de locatie van cluster C1 vormt geen duurzame ruimtelijke ontwikkeling.
Art. 2.1.14 VCRO stelt dat het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan zich richt naar het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en het provinciaal ruimtelijk structuurplan van de provincie waarbinnen de gemeente ligt. Het kan van het richtinggevend deel van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en van het provinciaal ruimtelijk structuurplan slechts afwijken op grond van de motieven, bepaald in artikel 2.1.2, § 3. Van de als bindend aangeduide onderdelen kan niet worden afgeweken. De motieven van art. 2.1.2, § 3. VCRO zijn: 'omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen. De uitzonderingsgronden voor een afwijking dienen uitgebreid gemotiveerd. Ze mogen in geen geval een aanleiding zijn om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook in het gedrang te brengen.' Deze bepaling is ook opgenomen in art. 217, tweede lid van de Codextrein.
Het advies van het departement Omgeving van 3 januari 2025 stelt als conclusie dat het voorontwerp beperkte gedeeltelijke herziening van het Gemeentelijk ruimtelijk structuurplan niet verenigbaar is met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen en het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen om bovenvermelde redenen in het advies. De uitgebreide motivering (cf. art. 2.1.1. § 3. VCRO) in het rapport van de gedeeltelijke herziening volstond blijkbaar niet.
Naast het advies van het departement Omgeving komt ook in de verschillende ontvangen bezwaarschriften de strijdigheid van het ontwerp van herziening met het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen, het provinciaal beleidsplan en het oplossingskader voor clusters van weekendverblijven in de provincie Antwerpen meermaals aan bod.
De gemeenteraad treedt, om bovenvermelde redenen, het advies van de omgevingsraad over de behandeling van het ontvangen advies en de ontvangen bezwaarschriften niet bij.
Een milieu-effectenbeoordeling is niet vereist voor de gedeeltelijke herziening van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.
Op 23 oktober 2025 vond een informatievergadering plaats voor gemeenteraadsleden over de lopende planprocessen voor de gedeeltelijke herziening van het GRS en de opmaak van een RUP voor de cluster weekendverblijven C1.
De gemeenteraad neemt kennis van de resultaten van het openbaar onderzoek over de beperkte gedeeltelijke herziening van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, zijnde 6 ontvangen bezwaarschriften en het advies van het departement Omgeving van 3 januari 2025. De gemeenteraad neemt tevens kennis van het advies van de omgevingsraad van 19 juni 2025 waarin het advies en de opmerkingen en bezwaren worden gebundeld, gecoördineerd en een gemotiveerd advies wordt uitgebracht aan de gemeenteraad.
De gemeenteraad weigert de definitieve vaststelling van het ontwerp van de beperkte gedeeltelijke herziening van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Arendonk.
De gemeenteraad wijzigt haar besluit van 9 mei 2016 (agendapunt 14) met betrekking tot de algemene toekomstvisie voor de clusters van weekendverblijven voor wat betreft art. 1 als volgt: het standpunt van de gemeenteraadsleden over de gewenste toekomstige bestemming van cluster 1, gelegen Rode Del, heden gebied voor verblijfsrecreatie, is het behoud van de bestemming gebied voor verblijfsrecreatie.
Een goede schoolorganisatie steunt op duidelijke afspraken tussen het personeel en het schoolbestuur.
Alle personen die onder gezag arbeid verrichten in het gemeentelijk onderwijs moeten worden geïnformeerd over de voorwaarden die op hun arbeidsverhouding van toepassing zijn.
Het decreet rechtspositie en het decreet basisonderwijs laten voldoende ruimte om lokaal en autonoom concrete afspraken te maken rond rechten en plichten van het personeel en het schoolbestuur.
Het arbeidsreglement werd door het ABC (vakbondsoverleg) van 16 oktober 2025 goedgekeurd.
Het bestaande arbeidsreglement van 15 juni 2023 wordt vervangen.
Het gewijzigde arbeidsreglement en de bijhorende afspraken omtrent functiebeschrijving, functionerings- en evaluatiegesprekken, voor de personen die onder gezag arbeid verrichten in de gemeentelijke instellingen GBS de Stip en GBS Voorheide, worden goedgekeurd.
Dit besluit en het gewijzigde arbeidsreglement worden ter kennisgeving bezorgd aan de personen die onder gezag arbeid verrichten in de gemeentelijke instellingen GBS de Stip en GBS Voorheide.
Dit besluit wordt overgemaakt aan de Directie Toezicht op de Sociale Wetten ter kennisgeving.
De inkomende dienstbrieven van 26 mei 2025 (puntenenveloppe zorg BaO), 02 juni 2025 (uren kinderverzorging), 31 maart 2025 (lestijden samen school maken), 26 mei 2025 (lestijden ondersteuning kerntaak), 26 mei 2025 (lestijden aanvangsbegeleiding), 06 juni 2025 (stimulus scholengemeenschap), 4 juni 2025 (puntenenveloppe zorg).
De lesuren van de leerkrachten voor het schooljaar 2025-2026 worden vastgesteld.
Er wordt kennis genomen van het advies van de schoolraad van 22 september 2025.
Er wordt rekening gehouden met de aanstellingsbesluiten van de tijdelijke leerkrachten.
De directie van GBS de Stip stelt voor het lestijdenpakket voor het schooljaar 2025-2026 aan te wenden zoals in bijlage omschreven. Op de zitting van het vakbondsoverleg (ABC) van 16 oktober 2025 was er een unaniem akkoord.
De lesuren van de leerkrachten voor het schooljaar 2025-2026 dienen vastgesteld te worden.
Het advies van de schoolraad van 22 september 2025 wordt mee opgenomen.
De aanstellingsbesluiten van de tijdelijke leerkrachten worden uitgevoerd.
Het lestijdenpakket van GBS de Stip wordt voor het schooljaar 2025-2026 aangewend zoals omschreven in bijlage.
Het schoolbestuur moet voor elk van zijn scholen die behoren tot het gesubsidieerd gewoon en buitengewoon basisonderwijs, het voltijds gewoon secundair onderwijs, buitengewoon secundair onderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs én op de leertijd samenwerkingsafspraken maken om erkend te worden of te blijven.
De school is de eerste actor binnen de leerlingenbegeleiding en zal dan ook de schoolinterne leerlingenbegeleiding op zich moeten nemen.
De school werkt hiervoor een geïntegreerd beleid op leerlingenbegeleiding uit, dat een invulling en uitwerking in alle fasen van het zorgcontinuüm per begeleidingsdomein omvat.
De school is de eindverantwoordelijke van het beleid op leerlingenbegeleiding voor iedere fase van het zorgcontinuüm. Zij wordt voor de uitvoering van haar taken ondersteund door schoolexterne instanties.
De school moet samenwerken met een centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) en moet het initiatief nemen tot het maken van samenwerkingsafspraken met een centrum.
Het beleidscontract met het centrum voor leerlingenbegeleiding (vCLB-Kempen) werd niet opgezegd. Met ingang van 1 september 2025 moeten samenwerkingsafspraken gemaakt worden met een centrum voor leerlingenbegeleiding.
De gemeenteraad heeft gekozen om samenwerkingsafspraken te maken met het centrum voor leerlingenbegeleiding (vCLB-Kempen).
Het overleg tussen de directies van de school en van het centrum voor leerlingenbegeleiding heeft geleid tot samenwerkingsafspraken.
Het overleg met de schoolraad over deze samenwerkingsafspraken is gebeurd op 22 september 2025, met een gunstig advies.
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsafspraken goed tussen de gemeentelijke basisschool de Stip en vCLB Kempen.
De periodiciteit van 1 vergadering per maand van de gemeenteraad is te laag om snel te kunnen anticiperen op de vragen en noden van de academie. Daarom wil de gemeenteraad voor Academie Arendonk het volgende delegeren aan het college van burgemeester en schepenen:
Decreet lokaal bestuur, inzonderheid artikel 40 en 41
De gemeenteraad delegeert 'De individuele goedkeuring van de inhoud, studieomvang, toelatingsvoorwaarden en inschrijvingsperiode van Leeractiviteiten op maat van Academie Arendonk' aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad delegeert 'De individuele goedkeuring van het samenvoegen van wekelijkse leeractiviteiten van Academie Arendonk' aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad delegeert 'De individuele goedkeuring van het gebruik maken van voordrachtgevers door Academie Arendonk' aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad delegeert 'De individuele goedkeuring van extramurosactiviteiten van Academie Arendonk' aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad delegeert 'De individuele goedkeuring van kader maximumcapaciteit van Academie Arendonk' aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad delegeert 'De individuele goedkeuring van tijdelijk verhogen of verlagen maximumcapaciteit leerlingen van Academie Arendonk' aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad delegeert 'De jaarlijkse goedkeuring van het vastleggen startdatum inschrijvingsperiode van Academie Arendonk' aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad delegeert 'De individuele goedkeuring van weigering niet-regelmatige leerling in Academie Arendonk' aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad delegeert 'De individuele goedkeuring van toelatingsvoorwaarden inschrijvingen van Academie Arendonk' aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad delegeert 'De individuele goedkeuring van definitieve uitsluiting in Academie Arendonk' aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad delegeert 'De individuele goedkeuring van preventieve schorsing in Academie Arendonk' aan het college van burgemeester en schepenen.
Dit reglement wordt conform artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur bekendgemaakt op de gemeentelijke website en bezorgd aan de toezichthoudende overheid.
Op 28 mei 2025 ontving Academie Arendonk een brief van AGODI, Agentschap voor onderwijsdiensten van de Vlaamse overheid afdeling deeltijds kunstonderwijs, inzake de berekening van de omkadering voor het schooljaar 2025-2026. De gemeenteraad bepaalt, na vakbondsoverleg, hoeveel lestijden van het totaal toegekende lestijdenpakket worden aangewend en hoe het toegekende lestijdenpakket wordt verdeeld over de verschillende vakken van de opleidingen en over de verschillende vestigingsplaatsen.
Het schoolbestuur en de directie van Academie Arendonk stellen voor het lestijdenpakket voor het schooljaar 2025-2026 aan te wenden als volgt. Ter zitting van het vakbondsoverleg (ABC) van 16 oktober 2025 was er een unaniem akkoord.
Het lestijdenpakket voor Academie Arendonk wordt voor het schooljaar 2024-2025 als volgt aangewend: